Eddy

Het eerste wat me opvalt aan het feestje van Dirk is dat ik er niemand ken. Het tweede dat er alleen maar jongens zijn en het derde dat zijn huis opeens zo gezellig is. Dirk is een van mijn weinige vrienden die al meer dan vijftien jaar in hetzelfde huis woont, ergens in de Staatsliedenbuurt. Ik ken Dirk al sinds de middelbare school. Toen woonde hij nog bij mij om de hoek en gingen we altijd met een groepje samen ‘Latijn leren’, ons codewoord voor blowen. Welkom in Zuid.

„Dirk, waar is de rest?” vraag ik, terwijl ik me verbaas over de degelijke kapstok die er ineens hangt en die al vol is. Ik wil mijn jas ouderwets op zijn bed smijten, maar het bed staat nu ergens anders en er zitten allemaal onbekende mannen op, waarschijnlijk Dirks collega’s van het pensioenfonds.

„Wie bedoel je? Els? Zwanger, was te moe. Rianne? Net bevallen. Lot? Dochtertje ziek. Wie hebben we verder nog? Evelien? Ook zwanger, geloof ik, of net bevallen, weet ik veel, al die wijven... Wil je een biertje?”

„Graag. Ik was vandaag op kraamvisite bij Evelien.”

Ik wil Dirk heel graag vertellen over hoe Evelien nu in die saaie Rivierenbuurt woont, in een huis waar ze nog flink door moeten baren, wil ze alle kamers ooit van een functie voorzien. Ik brand ineens van verlangen om hier met Dirk een nare grap over te maken, waarom weet ik niet. Maar Dirk is alweer weg om de deur open te doen voor een nieuwe lading jongens. Dan zie ik op het balkon iemand die lijkt op Eddy, de enige echte ras-Jordanees van het gymnasium, wiens accent en getroebleerde achtergrond wij, de meisjes, allemaal zo exotisch vonden dat we collectief op hem waren. Hij was de slimste en de aantrekkelijkste van het groepje, maar blowde ook veruit het meest. Geen idee of hij zijn eindexamen nou haalde. Hij werkte vooral veel ergens achter de bar. Verdomd, het is hem. Is hij nou grijs? Omdat ik zo blij ben een semibekende te zien, val ik hem om de hals, iets wat ik vroeger nooit gedurfd zou hebben. „Ha die Mars”, groet hij droog, alsof we elkaar niet vijftien jaar niet gezien hebben. We kletsen wat. Op de vraag wat hij nu doet, antwoordt hij met een soort onduidelijk geluid. Op de vraag of hij een vriendin heeft, zegt hij: „Er zijn meisjes.” Mij vraagt hij niets. Wel biedt hij me een joint aan. Ik vergeet te weigeren.

Ineens zie ik binnen nog een meisje. Ze rommelt wat aan een make-uptafel. Make-uptafel? Nu dringt het tot me door: Dirk woont samen! Hoezo wist ik dat niet? Ik barst pardoes uit in een gigantische hoestbui, wat maar deels door de schrik komt. Dan is Dirk er eindelijk met biertjes, terwijl ik al zowat weer de oppas af moet lossen. Ik wil van alles vragen, maar ben bang dat ik dan weer ga hoesten. „Proost”, zegt Eddy en hij geeft de joint door aan Dirk. „Kijk ons nou, we zijn niets veranderd.” Hij kijkt er tevreden bij.