Arts die zelf ziek werd, heeft kritiek op de berichtgeving daarover

Artsen-zonder-Grenzen-arts Craig Spencer heeft eind vorig jaar ebola gehad. En nadat dat bekend werd, schrijft hij in een persoonlijk relaas in The New England Journal of Medicine (25 februari), „hadden media en politici het publiek kunnen vertellen wat ebola echt is. In plaats daarvan trokken ze al mijn bewegingen in New York na en bediscussieerden ze of ebola kan worden overgebracht via een bowlingbal.”

Spencer had de avond voordat hij zich met koorts bij het ziekenhuis meldde nog gebowld. Een commentaar van het tijdschrift New Republic vond dat een slecht idee: „Waarom in godsnaam moest hij de East River oversteken om te gaan bowlen? Waardoor was de bowlingbaan zo verleidelijk dat hij een drukke, slecht geventileerde metro in moest, een dag nadat hij zich al ziek voelde?” Die laatste bewering is later gecorrigeerd. Spencer was nog toen nog niet ziek.

„De ochtend van mijn ziekenhuisopname wist ik meteen dat er iets fout was”, schrijft hij in zijn artikel Having and Fighting Ebola.

Spencer had in Guinee ebolapatiënten behandeld. Terug in New York begonnen zijn 21 dagen wachttijd. Dat is de maximale incubatietijd van het virus. Twee keer per dag nam hij zijn temperatuur op: „Toen ik doorgaf dat ik verhoging had, voelde ik me, bizar genoeg, opgelucht. Het hebben van de ziekte was makkelijker dan hem constant te vrezen.”

Over zijn tijd in het ziekenhuis schrijft hij niks. Hij beschrijft de kongsi tussen politiek en media die de paniek opvoerde. Hij verwijt de gouverneurs van New York en New Jersey dat ze strikte quarantainemaatregelen oplegden, tegen het advies van het Centers for Disease Control in.

Het was ingegeven door verkiezingstijd, schrijft Spencer. Voor de politici was de ebola-epidemie op 4 november voorbij. Dat was de verkiezingsdag. Voor de media was dat een week later toen hij het ziekenhuis verliet. Wat Spencer vooral duidelijk maakt: de ebola-epidemie in Afrika kon zo groot worden door angst om te helpen.