Die ziekenfondsen hadden echt geen vrije artsenkeuze

De zorgverzekeraars liggen onder vuur. Er is kritiek op hun gedrag en soms is er zelfs twijfel aan hun bedoelingen.

Maar vroeger was het echt niet beter, meent

André Rouvoet.

Het is dit jaar tien jaar geleden dat de huidige Zorgverzekeringswet door het parlement werd aangenomen. Sindsdien – en ook de laatste weken – woedt de discussie of dit stelsel wel het juiste is, waarbij vaak het oude ziekenfonds als alternatief gepresenteerd wordt.

Wie zich daarin verdiept zal snel zien dat dat alternatief veel nadelen heeft; het huidige stelsel is er immers niet voor niets gekomen. Denk aan de wachtlijsten en de vergaande tweedeling in de zorg (‘Bent u ziekenfonds of particulier?’). En van vrije artsenkeuze was voor ziekenfondsverzekerden al helemaal geen sprake.

Hoewel het stelsel met ziekenfondsen en particuliere verzekeraars allesbehalve solidair was, wordt solidariteit wel vaak geassocieerd met het oude ziekenfonds. De solidariteit van het ziekenfonds beperkte zich echter tot de lagere inkomens; mensen met hogere inkomens konden zich goedkoop particulier verzekeren. Het stelsel zoals we dat sinds 2006 kennen regelt juist de solidariteit tussen alle Nederlanders – arm en rijk, jong en oud, ziek en gezond. Wat mij betreft is dat de belangrijkste kernwaarde van ons stelsel.

Is het nu dan allemaal perfect? Zo eenvoudig is het ook niet. Natuurlijk zit er spanning tussen een solidair stelsel enerzijds en keuzevrijheid voor verzekerden, en concurrentie tussen zorgverzekeraars, anderzijds. En tussen het streven naar kwalitatief hoogwaardige zorg dichtbij en de – in verband met diezelfde solidariteit noodzakelijke – beheersing van de kosten.

Daarom is het goed dat ons private zorgstelsel is ingebed in uitgebreide publieke randvoorwaarden, die de basis van die solidariteit borgen. En daar bovenop is het zaak dat zorgverzekeraars niet alleen naar de letter, maar ook in de geest van de wet handelen en in hun eigen beleid solidariteit hoog in het vaandel hebben.

De zorgverzekeraars maken zich echter op een aantal punten zorgen over de werking van het stelsel. Zowel in het eigen handelen als in het overheidsbeleid zien wij een aantal ontwikkelingen die als we niet tijdig bijsturen de solidariteit kunnen aantasten. En bij het inkopen van zorg op basis van kwaliteit lopen we aan tegen spanning met de zorgaanbieders. Ook breder moeten we erkennen dat we er nog onvoldoende in geslaagd zijn de waarden van ons zorgstelsel over het voetlicht te brengen en vertrouwen te winnen in onze rol daarin.

De zorgverzekeraars liggen onder vuur. Er is kritiek op hun gedrag en niet zelden is er zelfs twijfel aan hun intenties. Als dat ergens duidelijk werd, dan is het in het verhitte debat over ‘artikel 13’. Nu valt er van alles te zeggen over onnodige polarisatie in dat debat. En ook valt veel kritiek op zorgverzekeraars te verklaren uit de wettelijke rol die zij nu eenmaal vervullen. Maar belangrijker vind ik dat we recht doen aan de sentimenten die hieronder liggen.

Uiteindelijk is het goed functioneren van ons zorgstelsel een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen: overheid, verzekerden en patiënten, zorgverleners en -aanbieders, zorgverzekeraars. Wederzijds vertrouwen is een elementaire voorwaarde. En dus trekken wij ons de kritiek aan.

Een half jaar geleden hebben we in het bestuur van Zorgverzekeraars Nederland besloten onszelf en elkaar de spiegel voor te houden en zijn we begonnen met een evaluatie van de werking van het stelsel. Op basis daarvan hebben we met elkaar vastgesteld dat de volgende uitgangspunten voor ons leidend zijn.

• Zorgverzekeraars zijn in dit stelsel de hoeders van de solidariteit en dus zullen zij elke schijn van risicoselectie moeten vermijden.

• Zorgverzekeraars zijn vrijwel allemaal coöperaties en dus niet primair winstbeogend; ze behoren daarom ook in de overstapperiode terughoudend te zijn in hun klantenwerving en commerciële uitingen.

• Zorgverzekeraars zijn maatschappelijke ondernemingen die hun verzekerden c.q. leden reële invloed geven en transparant zijn over polissen, inkoopbeleid en premies.

• Zorgverzekeraars zijn de belangenbehartigers van hun verzekerden, ook richting overheid, bijvoorbeeld bij discussies over basispakket en eigen risico.

• Zorgverzekeraars zijn de partner van de zorgaanbieders en de professionals; zij willen het primaire proces van zorgverlening centraal stellen en zoveel mogelijk ondersteunen.

• Zorgverzekeraars streven ernaar samen met zorgaanbieders en patiënten te komen tot onbetwiste kwaliteitsstandaarden die zij allemaal hanteren bij hun zorginkoop.

Voor alle duidelijkheid: veel van deze uitgangspunten vinden al hun vertaling in het beleid en het optreden van de individuele zorgverzekeraars.

Dat neemt niet weg dat wij denken dat het noodzakelijk en mogelijk is langs deze lijnen het zorgstelsel te versterken en onze eigen rolvervulling te verbeteren. Vaak kunnen we dat zelf als zorgverzekeraars realiseren, bijvoorbeeld door de (bindende) Gedragscode Goed Zorgverzekeraarschap aan te scherpen of te concretiseren.

Op andere punten zullen we de medewerking van de politiek nodig hebben, bijvoorbeeld omdat de mededingingswetgeving het maken van afspraken verhindert. In elk geval willen zorgverzekeraars voor iedereen aanspreekbaar zijn op bovenstaande uitgangspunten.

We realiseren ons dat we van sommigen het vertrouwen nooit zullen winnen, al was het maar omdat ze eenvoudig tegen dit stelsel zijn. Maar we hopen dat veel anderen, voor het overgrote deel tevreden verzekerden, wel bereid zijn met ons eerlijk te kijken naar de plussen en minnen van het zorgstelsel dat we nu bijna tien jaar hebben.

De belangrijkste plus is natuurlijk de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg in ons land. Die behoort ook in internationaal perspectief tot de absolute top, bleek onlangs weer.

Laten we dat voor ogen houden en op die punten waar dat nodig is bijsturen. Dan kunnen we weer minstens tien jaar voort.