De ezel verdient een eerbetoon

De ezel was met een stille terugtocht bezig als gebruiksdier, maar nu is hij weer even vol zichtbaar. Frans van der Helm ziet slecht en goed ezelnieuws.

Syrische vluchtelingen met hun ezel in een vluchtelingenkamp in Jordanië. Foto AP/Raad Adayleh

Opeens is de ezel weer terug in beeld. Net nu de voorloper van de bestelauto voor de gewone man ook in het Midden-Oosten merkbaar met een terugtocht bezig was, wordt hij weer van stal en van rommelveldjes gehaald – door Syriërs die op de vlucht slaan. Halve gezinnen en hele huisraden komen zo op vier benen te rusten.

Opvallend zijn de geschreven verslagen van verwonderde Syriëcorrespondenten. Bij dreigende overname van dorpjes door de vijand worden de achterblijvende ezels neergeschoten, zodat ze de tegenstander niet kunnen dienen. Soms laat een overhaaste aftocht daar geen tijd voor. Dan zijn de dieren niet beter af. De nieuwe bevrijders/bezetters richten hun heethoofdige woede, wegens afwezige vijand, graag op ezels.

Een van de talrijke Syrisch internetfilmpjes met ezels lijkt aanvankelijk leuker, met spelende jongens in de zon, maar wekte recent ook veel westers afkeur. Die jongens trappen een jonge, lichtgrijze ezel een afgrond in, treiterig langzaam.

Je zou de ezel een verdere geruisloze terugtocht uit onze cultuur gunnen. Maar dan zou hij wel een eerbetoon verdienen voor zijn geduldig gespeelde rol daarin. Het goed nieuws is: zo’n eerbetoon is er nu, het in eigen beheer uitgegeven boek de EZEL van fotograaf Ruud Conens (1946-2010) en archeologe Annet van Wiechen (1954).

Het echtpaar raakte op archeologische tochten in het Middellandse Zeegebied geboeid door de ezel. Hun fotografie en beschrijving van oude tot zeer oude kunst richtten nu onze blik op deze last- en rijdieren. Ze doken ook in de geschiedenis van volksverhalen en hoge literatuur. „Ik wil helemaal niet zeggen dat schrijven over de ezel iets nieuws is. (…) Maar het onderwerp is zo oneindig.” Dat schreef de 16de eeuwse Giovan Battista Pino.

De ezel in het oude Egypte, Griekenland, bij de Romeinen, in fabels, als aanbedene, of als musicus – verassend veel komt voorbij, tot aan het Ezelproces van Reve. De eerste literaire vermelding van een ezel op schrift? Toch weer bij Homerus, maar het spijkerschrift meldt ook iets. Wat betekenen mozaïekafbeeldingen en reliëfs van touw etende ezels? Je zou het niet vermoeden, maar die staan voor spilzieke echtgenotes.

Al rondreizend maakte het duo ook foto’s van nu levende en werkende ezels, met daarbij persoonlijke reisverhalen. Die mix van heden en verleden doet fijnzinnig recht aan een intelligent en verguisd dier. Met een witte neus - want die werd aangeraakt door het hemelse licht toen hij bij de hemelpoort om de hoek keek. De ezel weigerde naar binnen te gaan. Omdat er zoveel etterbuilen van jongetjes rondliepen. Dat weten we van Apuleius, uit de tweede eeuw. En hij had niet eens internet.