Buikspek en poldereend, weinig voor vegetariërs

Ooit werd op deze prachtige locatie aan de Zandhoek met succes Frans regionaal gekookt, maar dat is alweer een paar eigenaren geleden. Onlangs is restaurant de Gouden Reael in handen gekomen van Robert Peppelenbos, ook eigenaar van Stout en Bistrot Neuf, beide op de Haarlemmerstraat. Een man met ervaring, die ook de gastheer is in zijn nieuwe zaak, dat belooft wat. Er zijn wat aanpassingen gedaan, maar eigenlijk is het pand zo mooi dat je het liefst zou willen dat het altijd zo bleef.

In dit restaurant draait alles om de rotisserie die pontificaal achter de keukenbar staat met aan het spit haantjes, lamsschouder en wilde eend. Het ziet er smakelijk uit.

De eigenaar komt aan tafel en pakt meteen uit met een mooi wijnadvies, een chardonnay Viré-Clessé uit de Macon (8 euro per glas, waarschuwt hij, er zijn ook goedkopere open wijnen), lekker. De menukaart biedt een driegangenmenu met keuze uit een handjevol voor-, hoofd- en nagerechten (32,50) en een aantal specialiteiten van de rotisserie. Je kunt ook een geroosterd speenvarken bestellen, maar dat moet je vier dagen vooraf aangeven, dus die optie vervalt. Vegetariërs hebben hier niet veel te zoeken, er is slechts één gerecht (risotto van parelgort) zonder vlees of vis, het is een waar carnivorenparadijs. Nou, wij willen wel van het spit.

Voor we aan het echte werk beginnen, nemen we wat vooraf. Dat valt vies tegen. De cocktail van gemarineerde zeebaars met zoetzuur van koolrabi (12,-) smaakt flets, de ijsbergsla zelf is niet opwindend en zelfs de lekkere vadouvanmayonaise (kruidenmengsel met o.a. kerrie en mosterdzaad) kan dat niet goed maken. De ragout van boerderijkip met paddestoelen in bladerdeeg (9,-) is meer lauw dan warm, heeft niet veel smaak en het deeg is aan de taaie kant. Beide gerechten zijn prettig royaal geportioneerd, maar het ontbreekt aan verfijning; het is allemaal wat grof, wat slordig.

Met de hoofdgerechten komt het goed. De wilde poldereend met rode kool, aardappelpuree en een jus van jeneverbessen (22,-) is spot on. Het velletje van de eend is mooi krokant, er zit een smakelijk geconfijt eendepootje bij en de saus is rijk, vol en zeer doordringend, een warm winterfeest. De kok heeft ook nog wat stoofpeer op het bord gelegd, ons geluk kan niet op.

Bij de buikspek uit Weesp (da’s dus van de Lindenhoff) met zuurkool en mosterd (16,-) is het velletje helaas ietsje minder krokant, maar van binnen is ’ie sappig en mals en lekker. De zuurkool en mosterd gaan er prima bij, dit is een goed bord eten. De friet (3,50), die apart besteld moet worden, is in de schil gefrituurd, oogt dus wat donkerbruin, maar smaakt heerlijk. We drinken er, ook weer op advies van de uitbater, een lekker glas licht gekoelde Marsannay (Domaine Sylvain Pataille, 9,- ) bij en ja, daar moet je wat voor neertellen.

Ondertussen zit de zaak vol en kan de bediening het nog maar net aan. Er wordt af en toe een bestelling vergeten en slordiger gewerkt, dit zou met zo’n professionele equipe beter moeten.

Bij de toetjes gaan bij ons alle remmen los. Nu we zo voor feelgoodfood zijn gegaan, mogen griesmeelpudding met boerenmeisjes (8,-) en stroopwafelijs met ananas en gezouten caramel (8,-) niet ontbreken. Jammer genoeg blijft het echte wauw-gevoel uit. Het is lekker, vooral de gegrilde ananas, maar het gerecht is veel te zoet. De griesmeelpudding smaakt toch niet zo ouderwets lekker als we van thuis gewend zijn en er zit een storende kunstmatig smakende siroop bij.

En toch – ook al vallen er fikse steken – verlaten we het pand met een voldaan gevoel. Het was een warm bad, met troostrijk eten, fijne wijn en een hartelijk welkom. Daarmee komen we de rest van de koude winternacht wel door.