Autisten, die kunnen toch alleen maar met computers werken?

Autisten en ondernemers zaten deze week in Utrecht samen op een symposium over ‘Autisme en werk’. Georganiseerd door autisten, voorgezeten door autisten. Hun zelfvertrouwen groeit.

Willem van Spaendonck: „Aan autisten en mkb’ers laten zien dat die ánderen ook normale mensen zijn.”

Let op, had psycholoog (en zelf autist) Roy Houtkamp van tevoren gezegd. „Om 18:00 uur precies zullen we een aantal mensen met autisme zien vertrekken.”

Dat was de officiële eindtijd van het symposium over ‘Autisme en werk’, georganiseerd door een autist en met een autist als dagvoorzitter, afgelopen week in Utrecht. Zo’n aangekondigde eindtijd is duidelijk – en dus extra prettig als je autistisch bent.

Zo ging het niet helemaal. Een paar autistische deelnemers pakten om zes uur hun jas en de reep chocola die ze mee naar huis kregen, een flink aantal bleef nog staan praten bij de tafels met drank, kaas en worst.

De bijeenkomst was bedoeld voor mensen met autisme die willen werken en voor kleine ondernemers die hen in dienst willen nemen. Het is niet vanzelfsprekend dat autisten zelf met het idee van zo’n symposium komen en het ook uitvoeren: voor veel van hen is het te moeilijk om initiatief te nemen en mensen bij elkaar te brengen. Als aanstaand werkgever moet je niet meteen op zulke eigenschappen rekenen.

Maar dat zo’n 130 ondernemers en autisten een middag lang samen zaten in het hoofdkantoor van de Rabobank, onder leiding van autisten, laat zien dat er iets verandert. Door nieuwe wetten over gehandicapten die in ‘gewone’ bedrijven aan het werk moeten gaan, groeit de invloed van juist de hogeropgeleide gehandicapten op politici en ambtenaren – en daardoor ook hun zelfvertrouwen.

Ze kregen met een stevige lobby voor elkaar dat de speciale ‘Wajonguitkering’ voor gehandicapten niet wordt afgeschaft voor wie de uitkering al heeft. En gehandicapten met een hogere opleiding komen nu toch in aanmerking voor de 100.000 extra banen die werkgevers, onder politieke druk, hebben toegezegd. Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) wilde heel lang dat die alleen beschikbaar waren voor gehandicapten die niet zelf het minimumloon konden verdienen – de meeste hogeropgeleiden kunnen dat wél.

De organisator van het symposium, Willem van Spaendonck (45), is zo’n nieuwe lobbyist. Twee keer per jaar gaat hij langs bij Klijnsma op haar ministerie en hij lunchte pas nog in Den Haag met Tweede Kamerlid Carola Schouten van de ChristenUnie. „Ze zei: ‘Jij moet de politiek in.’ Maar ik denk dat dat het meest ongelukkige beroep is voor een autist.”

Van Spaendonck zegt dat hij „gefrustreerd” was: bijeenkomsten over autisme en werk gingen altijd over autisten. „En ze zijn bijna altijd bedoeld voor grote, technologische bedrijven.”

Maar lang niet elke autist is extreem goed in computers. Hijzelf bijvoorbeeld al niet. Zijn doel was: „Aan autisten en mkb’ers laten zien dat die ánderen ook normale mensen zijn.”

Eikenprocessierupsen kruipen achter elkaar aan. Dat móét, ze kunnen niet anders, zegt Van Spaendonck. Alleen de voorste doet er niet aan mee. „Dat is de autist.” Die heb je, bedoelt hij, dus wel nodig.

En nog iets over die rupsen: denk niet dat mensen met autisme niet in beelden kunnen denken. „Als die maar uit henzelf komen. Als iemand anders tegen hen zegt: ‘Ga fietsen, zeg’, dan gaan ze fietsen.”

Van Spaendonck heeft drie diploma’s: hij deed de laboratoriumschool, SPD bedrijfsadministratie en hbo juridische dienstverlening. Niet dat het hem hielp in zijn loopbaan, hij versleet al meer dan dertig werkgevers. Soms raakte hij in conflict, hij kan snel boos worden en begrijpt niet altijd wat collega’s of leidinggevenden bedoelen. Soms kreeg hij het advies om aan zijn communicatieve vaardigheden te werken. Wat hij ook steeds probeerde.

De laatste baan die hij verloor, was bij een sociale dienst. Als inkomensbeheerder controleerde hij de jaarrekening van opleidingen. „Het koffiegebruik was opeens met 100 procent gestegen en ik ging tot in detail uitzoeken waarom. Maar het ging om de hoofdlijnen.”

Dat was vóór hij de diagnose autisme kreeg – pas op zijn achtendertigste.

Nu is hij bij de gemeente Utrecht ‘Hoofd Kwaliteitszorg’ van het bedrijf dat de fietsenstallingen beheert. Hij heeft een jobcoach, er zijn duidelijke afspraken over wat hij moet doen en zijn chef weet: als Willem zich te druk voelt in zijn hoofd, gaat hij naar huis en haalt de uren later in. „Dat maakt dat ik nu floreer.”

Roy Houtkamp (26), afgestudeerd in ‘toegepaste psychologie’, was een van de sprekers-met-autisme op het symposium. Zijn boodschap is dat iedereen zou moeten leren om te communiceren op een manier die autisten begrijpen: concreet en eenduidig, zonder vooroordelen en met veel tijd om informatie te verwerken. Omdat dat volgens hem voor iedereen prettig is en de maatschappij er beter en rustiger van wordt.

En dat Willem van Spaendonck ongeschikt zou zijn voor de politiek, vindt Houtkamp onzin. „Ik heb nog nooit een autist ontmoet met dubbele bodems of verborgen agenda’s. Autisten zeggen wat ze bedoelen. Stel je voor dat we zo’n Tweede Kamer zouden hebben.”

Houtkamp gaat soms op een terras zitten om neurotypicals te bekijken, de ‘NT’s’ of ook wel: iedereen die geen autist is. „Ik vind het fascinerend om te zien hoe wildvreemden met elkaar een gesprek kunnen voeren. Heel snel, bijna instinctief.”

En volgens de ongeschreven regels en niet-uitgesproken verwachtingen die híj niet kent.

Een dag per week begeleidt hij studenten op de Fontys Hogeschool in Eindhoven: autisten, maar ook jongeren met andere problemen. Wat veel autisten en ook andere studenten niet kunnen, is plannen. Houtkamp kan dat wel. En hij helpt als autistische studenten opdrachten of het studieprogramma niet snappen. „Denk aan zoiets vaags als ‘competentiegericht leren’. Wat wordt er dan precies van je verwacht?”

Hij heeft ook een eigen bedrijf, Autastic!, dat workshops en projecten over autisme organiseert.

Als het hem lukt om bij onbekenden een gemeenschappelijke interesse te ontdekken, kan hij met hen ook een praatje maken. En hij heeft zichzelf geleerd om mensen lang aan te kijken. Wat niet snel zal veranderen: zijn overgevoeligheid voor geluid, licht of bewegingen in een kantoor en voor aanrakingen. Als je hem een schouderklopje geeft, is de kans dat je hem pijn doet vrij groot. Als hij zelf zijn hele arm openhaalt, voelt hij niks.

In de eerste van de havo kreeg hij de diagnose autisme en de studieadviseur wilde hem daarna de computerkant op hebben, hij deed een jaar hbo informatica – voordat hij overstapte naar psychologie. „Ik snap wel dat veel autisten er goed in zijn. Computers zijn voorspelbaar en dus veilig. Als ze kapotgaan, moet je ze laten repareren. Als mensen boos worden, begrijp je niet waarom.”

‘Iedereen denkt dat ik doodnormaal ben”, zegt Karin Teeuwissen (29). Ze had zich opgegeven als deelnemer aan het symposium maar werd een dag van tevoren gevraagd om zelf op te treden in de workshop Meet the Autist.

Ze heeft vrienden, ze is getrouwd. „Ik kom over als daadkrachtig en heb veel noten op mijn zang. Maar niemand ziet dat ik een marathon loop als ik met onbekenden moet praten. Dat mijn ogen pijn gaan doen als ik iemand te lang aankijk. En als een dood vogeltje op de bank lig als ik word overvraagd.”

Als iemand anders een huis ziet, zegt ze ook, ziet die het huis en daarna pas de ramen en de rest. „Ik zie als eerste de details: de gordijnen die scheef hangen. En dan pas het huis.”

In 2012 raakte ze oververmoeid en kon niet werken – ze was in die tijd begeleider in de gehandicaptenzorg. Er waren conflicten geweest met collega’s waar ze niets van snapte. Ze dacht van zichzelf dat ze te eerlijk was, maar hoorde op haar werk dat mensen haar niet vertrouwden. „Ik ben diep gaan nadenken. Het kon niet alléén maar aan mijn omgeving liggen dat er zoveel mis ging.”

De diagnose autisme kwam hard aan. „Opeens was ik zélf iemand met een beperking. Maar er viel wel veel op zijn plek.”

En ze denkt nu: als de diagnose eerder komt, bereik je misschien minder. „Ik ben altijd blootgesteld geweest aan de normale verwachtingen en moest knokken om dingen te bereiken. Je kunt ook te veel met fluwelen handschoentjes worden aangepakt.”

Op haar werk veranderde ineens alles. „Ik had altijd de moeilijkste casussen gekregen. Maar na die diagnose zei mijn werkgever: ‘Jij kúnt dit werk helemaal niet doen.’” Ze werd ontslagen.

Een hbo-diploma ‘personeel en arbeid’ had Karin Teeuwissen al. Nu doet ze een master sociale zekerheid en volgt een opleiding om arbeidsdeskundige te worden. Ze wil mensen met autisme of een andere beperking helpen om aan het werk te komen en te blijven. „Het is voor autisten veel makkelijker om met een andere autist te communiceren. Ik kan de NT-wereld voor hen vertalen als ze vastlopen en andersom aan werkgevers uitleggen wat mensen met autisme nodig heb ben om te functioneren.”

Veel mensen met autisme zijn volgens haar „echte denkers”. „Ze maken eerst een stappenplan. Als werkgever kun je hun hersens laten kraken, maar geef ze duidelijk afgebakende taken. En verwacht niet dat ze in de pauze meepraten over koetjes en kalfjes.”

Op het symposium zegt de directeur van een bureau voor webdesign dat autisten weten wat ze kunnen en dat ook moeten durven laten zien. Dan lukt het met werken.

Dat irriteert Roy Houtkamp. Bij de borrel zegt hij: „Zelfinzicht, en dus weten welk talent je hebt, kan voor autisten heel moeilijk zijn. En dan ook nog het initiatief nemen om jezelf te verkopen? Zo simpel is het nu juist níet.”