Column

#WijZijnRomeinen? Schei toch uit – ben gewoon u zelve

Zodra ergens geweld is gebruikt, beginnen we massaal in hashtags te praten. Christiaan Weijts steunt de actie voor vergoeding van de schade aan Rome niet.

Dingdong, de deurbel. ‘Wij komen geld ophalen voor Rome.’ ‘Rome? Ik heb net nog via mijn belastingaanslag Athene gered!’

‘Wij nemen afstand van de hooligans en willen de schade aan de fontein betalen. Ivo Opstelten prees particuliere initiatieven zoals die van ons dinsdag. Er moesten er méér komen. En nu zijn we verenigd. Wij zijn Romeinen, of eigenlijk: #WijZijnRomeinen.’

‘Dat moet jij weten. Maar wíj zijn in elk geval geen Feyenoordhooligans. En indirect zeggen jullie dat wel te zijn. Jullie schamen je namelijk, zoals onze regering tegen Italië gezegd heeft zich te schamen. Met dat geld willen jullie iets goed maken, dus heb je blijkbaar iets verkeerd gedaan. Jij identificeert je met dat tuig, ik distantieer me er liever van.’

‘Nee, wij zijn beschaafd, net als de senatoren van PvdA en D66.’

‘Die zijn juist hondsonbeschoft. Een beetje over de rug van de Romeinen verkiezingscampagne voeren. Geen haar beter dan dat Nederlandse bedrijf dat als reclamestunt aangeboden heeft om de boel voor nop te repareren. En als ze hun zin krijgen, betaal ik straks dus dubbel: via hun blauwe envelop én via jouw collectebus.

‘U gaat dus betalen?’

‘Geen cent! Ik weiger.’

‘Maar waarom?’

‘Om filosofische redenen.’

‘Maar dan neemt u geen afstand van de hooligans, Socrates. En dat moet u wel doen. Met uw portemonnee zegt u: not in my name. Of eigenlijk #NotInMyName.’

‘Dat is het probleem van deze tijd. Zodra ergens geweld is gepleegd, begint iedereen in hashtags te praten. Onmiddellijk ontstaat er een hele kakofonie over wie verantwoordelijk is namens wie; wie eigenlijk afstand moet nemen van wie. In onze tijd zijn niet langer alleen de daders schuldig, maar meteen ook hun familie-, land- en geloofsgenoten. Tenzij die ‘in krachtige bewoording afstand nemen’. Wij zijn Charlie. Wij zijn de Romeinen. God weet wat en wie we de laatste tijd allemaal wel of nadrukkelijk níet geweest zijn. Behalve onszelf.’

‘Drommels, daar zou u best eens gelijk in kunnen hebben.’

‘Ik wist dat jij, als gymnasiast, vatbaar zou zijn voor een Socratische dialoog. Iedereen wil zich maar profileren als onderdeel van een grotere groep. De beschaafden. De verdedigers. De hooligans. De supporters. De kunstliefhebbers. De intellectuelen. Onze identiteit is een groepsidentiteit, en daar gaat het mis. Het zou een hoop bloedvergieten schelen als iedereen, zoals vroeger, gewoon weer verantwoordelijk is voor alleen zijn eigen handelen.’

‘Verdraaid, dat is volkomen juist. Ik wou dat ik dit zelf bedacht had. Ik hang mijn collectebus aan de wilgen!’

‘Heel verstandig, waarde gymnasiast. Laat ik mijn betoog voor je samenvatten in één eenvoudige formule. Ben u zelve.’