Voor provinciale verkiezingen is de provincie onbelangrijk

Gemeentelijke partijen bundelen nu hun krachten voor de Provinciale Verkiezingen. Dat wordt vlees noch vis, voorspelt Julien van Ostaaijen.

Illustratie Sergei Elkin

Lokale partijen hebben zich gebundeld om ook op provinciaal en landelijk niveau een rol van betekenis te spelen. Maar lokaal succes is wat anders dan provinciaal succes. Dat blijkt uit het geringe succes van regionale partijen. Beter om de Eerste Kamer door gemeenteraden te laten kiezen.

In maart haalden de lokale partijen bijna 30 procent van de stemmen. Verschillende lokale partijen doen nu gezamenlijk mee aan de Provinciale Statenverkiezingen. Zij vinden dat landelijke partijen te ver van de gewone burgers afstaan. Maar de kiezers van een lokale partij volgen hun partij niet automatisch naar de provincie. Uit het geringe succes van regionale partijen de afgelopen jaren zijn lessen te trekken waarom het zo moeilijk is de hegemonie van landelijke partijen in de provincie te breken.

Ten eerste weten veel kiezers niet wat provinciaal beleid met hun leefomgeving en welbevinden te maken heeft. Dat maakt de noodzaak een stem uit te brengen op basis van provinciale thema’s niet groot. De kiezer ziet grotere belangen in de landelijke politiek en velen zullen in maart een stem voor of tegen het kabinet(sbeleid) uitbrengen. Daar past een stem op een landelijke partij het best bij. Met de indirecte verkiezing van de Eerste Kamer geeft die stem ook concrete invloed op landelijke politiek.

Ten tweede leert het geringe succes van regionale partijen dat het moeilijk is voor een niet-landelijke partij zich provinciaal te manifesteren. Lokale partijen vinden in hun gemeente vaak iets om zich op te profileren – een nieuw gemeentehuis, een zwembad, een brug –, maar thema’s die in de hele provincie spelen, zijn schaarser. Het zal dan ook moeilijk worden voor de bundeling van lokale partijen hun gezamenlijke veelal lokale standpunten om te vormen in een provinciale partij met standpunten over provinciale thema’s. Ideologie mag op sublokaal niveau dan steeds meer achterhaald zijn, het vormt wel een goed bindmiddel om een politieke partij bijeen te houden en op de meer abstracte thema’s die in een provincie spelen een standpunt te bepalen. Dat er op provinciaal niveau al een groter aanbod van partijen is dan in de gemiddelde gemeente, met de PVV en de PvdD als recente nieuwkomers, maakt het alleen maar moeilijker om met ‘iets nieuws’ te komen.

Ten derde is geld een factor. Lokale partijen kunnen met enkele duizenden euro’s campagne voeren, maar voor een provinciebrede campagne is meer nodig. En regionale partijen profiteren net als lokale partijen niet van subsidie die landelijke partijen wel ontvangen.

Ten vierde maken personen het verschil bij verkiezingen. Landelijke trends worden vaak door personen gemaakt. Op lokaal niveau zie je dat die trends te breken zijn met lokaal aansprekende personen. Maar in tegenstelling tot de landelijke politiek, waar kiezers de mensen op tv zien, en de lokale politiek, waar kiezers ze in de kroeg zien, is het in de provinciale politiek voor personen moeilijker verschil te maken. Inwoners maar ook de media hebben weinig aandacht voor de provinciale politiek en provinciale politici. Dat is overigens ook de provinciale politici zelf aan te rekenen. Voor de bundeling van lokale partijen zal het krijgen van provinciale bekendheid voor hun partij en personen evenzeer moeilijk zijn.

Het initiatief om als lokale partijen door te stoten naar het provinciaal niveau is prijzenswaardig. Hun succes vertegenwoordigt een nieuwe politieke stroming en laat zien dat er potentie is voor nieuwe niet aan ‘Den Haag’ gelieerde politieke partijen. Het zal echter lastig zijn om de kiezer te overtuigen ook bij de Provinciale Statenverkiezing voor de lokale partijen te stemmen. Het feit dat regionale partijen geen subsidie ontvangen en dus geen grote campagne kunnen voeren, maakt ook dat ze hun toegevoegde waarde en politici maar moeilijk aan de kiezer kenbaar kunnen maken. Veel kiezers zullen in maart bovendien een landelijke stem uit willen brengen. Dat is met de indirecte verkiezing van de Eerste Kamer logisch. Even logisch zou het zijn die band te verbreken, zodat provinciale verkiezingen weer meer over de provincies zelf gaan. Als de Eerste Kamer toch indirect moet worden verkozen, laat het dan door de gemeenteraden gebeuren. Gemeenten weten immers goed hoe landelijke wetgeving lokaal uitpakt. Zij kunnen dat via de Eerste Kamer de landelijke politiek kenbaar maken. Daar hoeven de provincies niet tussen te zitten en het spaart de lokale partijen een hoop gedoe hun belang in de landelijke politiek naar voren te brengen.