Steeds meer xtc en over de risico’s spreekt niemand

De drempel om drugs te gebruiken ligt steeds lager, blijkt uit onderzoek. De media normaliseren het maar waarschuwen niet, schrijft Philip Huff.

Deze week verscheen een rapport van het Trimbos-instituut over drugsgebruik onder Nederlandse jongeren en jongvolwassenen. Het is een gefundeerd rapport, met interessante observaties over de achtergrond van en aanleidingen tot drugsgebruik, dat relevant is voor de bijna twee miljoen Nederlanders die tussen de 16 en 24 zijn – en die ondergrens vind ik nog laag.

Een samenvatting: het Trimbos signaleert zowel een ‘normalisering’ rond drugsgebruik onder jongvolwassenen als een steeds stijgende dosering mdma in xtc-pillen, de meest populaire partydrug. Bijna 60 procent van de frequente party- en clubbezoekers gebruiken xtc, een – voorlopige – historische piek.

Eerst het goede nieuws: door het zogeheten harm reduction-aanbod, waarbij de nadruk ligt op het beheersen van gezondheidsrisico’s, is de Nederlandse overheid succesvol in het terugdringen van de schadelijke gevolgen van het drugsgebruik (al was het bij het afgelopen Amsterdam Dance Event bijvoorbeeld lastig om je pillen te testen). Hierdoor is het aantal mensen dat overlijdt aan de gevolgen van xtc-gebruik relatief beperkt, maar ‘de maatschappelijke en persoonlijke impact’ is volgens de onderzoekers desalniettemin groot.

Zo komen we vanzelf bij het minder goede nieuws: er is nog nooit aangetoond dat een preventief, restrictief drugsbeleid het aantal drugsgebruikers of drugsverslaafden weet te reduceren. Wat het beste werkt, is voorlichting. En inderdaad, de kennis over de gezondheidsrisico’s van xtc valt tegen, tenminste in mijn omgeving, dan wel deze risico’s worden onderschat. Dat vraagt om een herstel van besef. De normen moeten worden aangepast. ‘Een kwartje is genoeg’, dat zou je moeten horen, na het testen van je pillen (meer xtc leidt niet tot meer roes).

Natuurlijk, testmogelijkheden op locatie en dergelijke lijken het risico van normaliseren in eerste instantie te vergroten, maar wat ze volgens mij doen is ‘gebruikers’ wijzen op hun verantwoordelijkheid en ze informeren over de gevaren van drugsgebruik.

Elke generatie heeft zijn eigen ‘drugs’ en zijn eigen problemen. Jongeren zeggen volgens het ANP dat hun drugsgebruik een manier is om te ontsnappen aan die problemen: de hoge maatschappelijke druk die ze voelen.

De vraag is hoe we hiermee om moeten gaan. Ik geloof dat kunst – waar weinig schaamte heerst – een goede manier is om dicht bij de echte belevingswereld van mensen te komen, beter dan, bijvoorbeeld, series met presentatoren met camera’s en visagisten en kijkcijferwensen. Presentator Tim Hofman kan zeggen dat hij er trots op is om Spuiten en Slikken te presenteren, maar wat dat programma vooral doet, is drugsgebruik normaliseren. Het legt niet goed uit waarom mensen gebruiken. In de romans Less Than Zero, Bright Lights, Big City en de film Oslo, 31.august wordt wel duidelijk waarom de hoofdpersonen gebruiken: om te ontsnappen aan hun wereld, om even ‘uit te checken’. Wie xtc gebruikt, voelt zich geliefd, verbroederd, zacht. En dat is volgens het rapport precies de reden dat veel jongvolwassenen drugs gebruiken. Blijkbaar voelen veel van deze mensen zich in het dagelijks leven niet geliefd of gewenst. Of ze kunnen zich niet goed uiten. Xtc helpt daarbij.

De paradox is dat jongeren van nu dit zichzelf ook aandoen: er is geen groep zo actief op Instagram, Twitter en Facebook, geen generatie die zo bezig is zelf de lat voor deze druk hoog te leggen. Wie geen filterfoto’s van zonsondergangen op Bali post, met hashtags als #lovemylife, is een loser. Wie niet 170 likes krijgt bij een nieuwe profielfoto is geen rockster. Alles moet een constante extase zijn, daar hoort drugsgebruik op een feestje ook bij (anders vallen het feest en de muziek vaak tegen). Facebook wordt amper gebruikt om elkaar te informeren over de minder prettige kanten van het leven, dus ook niet de gevaren van uitgaansdrugs – of de downer van je een week lang kut voelen na gebruik. Ik lees drie kranten, elke dag, en kan mij maar één artikel herinneren – in Het Parool – van iemand die vertelde over haar negatieve ervaring. De maatschappelijke druk komt ook elders vandaan dan uit de eigen rangen: het rapport stelt dat jongvolwassenen steeds later gaan samenwonen. Wat niet wordt vermeld, is dat huur- en koopwoningen veelal onbetaalbaar zijn voor de jongste generatie. De drempel om partydrugs te gebruiken is lager geworden, door Spuiten en Slikken en (sociale) media en internet en de opkomst van dancefeesten, maar tegelijkertijd is de behoefte eroverheen te stappen ook groter, omdat het dagelijks leven frustrerend kan zijn: er wordt amper vooruitgang geboekt. Waarom dat zo is, wordt in het rapport niet beschreven. En daar helpt de tv eigenlijk ook niet bij. De krant misschien. Maar een gesprek met vrienden nog veel beter, het liefst aan de hand van dat boek of die film die het onderwerp aanraakt en het gesprek openbreekt.