Serra’s sculptuur is het decor in zijn eigen theatershow

Al 35 jaar staan ze rotsvast op de begane grond van Museum Boijmans Van Beuningen: de twee sculpturen die samen het kunstwerk Wassende bogen van de Amerikaan Richard Serra vormen. De gekromde, roestige platen staal – ruim dertien meter lang en ruim drie meter hoog – wegen samen meer dan acht ton. Het moet verreweg het zwaarste en grootste kunstwerk uit de Boijmans-collectie zijn. En toch lopen de meeste bezoekers er zonder omkijken aan voorbij. In de jaren negentig was dat anders, toen vormde de Serrazaal de entree van het Rotterdamse museum, en stond je als bezoeker tussen het gekromde staal in de rij voor de kassa. Maar sinds de ingang van het museum verplaatst is naar de binnenplaats, ligt het kunstwerk buiten de looproute, verscholen achter de garderobe.

Dankzij de ingenieuze multimediapresentatie Doorlopend in beweging van conservator Saskia van Kampen-Prein staat Wassende bogen nu toch weer in de schijnwerpers. Tot half oktober is de Serrazaal omgetoverd tot een soort theater, waarbij het kunstwerk zelf het decor vormt. Ieder half uur sluiten de lamellen voor de ramen zich automatisch. Dan treedt de duisternis in en worden oude foto’s en filmbeelden op de muren, de vloer en de staalplaten geprojecteerd die vertellen over de bewogen geschiedenis van het kunstwerk. De aankoop ervan, door Wim Beeren in 1980, maakte vele tongen los. Voor je voeten verschijnen krantenkoppen als ‘Wat kostte dat zooitje oud roest?’ Later, in 1999, installeerde Serra in overleg met directeur Chris Dercon een nog grotere versie van Wassende bogen. Want intussen was de nieuwe museumvleugel van Hubert-Jan Henket in gebruik genomen en klopten volgens Serra de verhoudingen niet meer. In een filmpje dat op de sculptuur wordt geprojecteerd, zie je hoe de slijptol het verroeste staal in stukken zaagt. Het lijkt wel of de vonken echt van het beeld afspatten.

Meerdere malen veranderde de omgeving van Wassende bogen. Soms schurkten de stoeltjes van het museumcafé ertegenaan, dan weer werd het omringd door beelden van andere kunstenaars. De oorspronkelijke trap tussen de bogen werd een hellingbaan, de tegelvloer maakte plaats voor beton. Maar altijd bleven de Wassende bogen soeverein overeind staan.

Ook Serra’s sculptuur Sight Point (for Leo Castelli) uit 1972 kreeg meerdere keren een ander decor. Dat beeld stond lange tijd in de museumtuin van het Stedelijk Museum, maar moest in 1997 plaatsmaken voor de herinrichting van het Museumplein. Inmiddels heeft het roestbruine gevaarte een prominente nieuwe plek gekregen onder de nieuwe vleugel. Eerst torende Sight Point hoog boven de groene boomtoppen uit, nu kust het haast de punt van Mels Crouwels badkuip.

Het is mooi om te zien hoe de kolossen van Serra zowel in Rotterdam als Amsterdam niet alleen de tand des tijds trotseren, maar ook de grillen van museumdirecteuren, architecten en planologen. Onbewogen en ongenaakbaar staan ze daar, terwijl om hen heen alles constant in beweging is.