Red de dierenpolitie

De VVD wil de dierenpolitie opheffen. Marianne Thieme legt uit dat dit een slecht idee is voor dieren en mensen.

illustratie Veronique de Jong

De VVD maakte onlangs bekend de dierenpolitie te willen opheffen, ondanks de grote toename van het aantal meldingen bij 144 – het meldnummer van de dierenpolitie. Die moet juist versterkt worden om mens en dier te beschermen. Via meldingen over dieren komt de politie veel andere delicten op het spoor, die anders verborgen zouden blijven.

Next.checkt stelde afgelopen dinsdag vast dat er een duidelijk verband bestaat tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld. Daarmee is de dierenpolitie van groot belang voor de hele samenleving. Na de lancering van het meldpunt 144 ‘Red een dier’ is het aantal meldingen bij de politie over dierenmishandeling of -verwaarlozing fors gestegen. Het steeg van 9.316 meldingen in 2013 tot 10.135 in 2014. ‘Dierenwelzijn leeft in de samenleving’, had het kabinet eind 2012 in de regeringsverklaring gesteld, maar tegelijk wordt dit niet serieus genomen.

Regeringspartij VVD pleit nu voor het opheffen van de dierenpolitie, nadat het kabinet al eerder het Expertisecentrum Dierenwelzijn van de politie per 1 januari ophief. Dit centrum zorgde voor de landelijke coördinatie van de strijd tegen dierenmishandeling. Kamerlid Ockje Tellegen van de VVD vindt dat „politiezaken die niet direct met veiligheid te maken hebben, door andere organisaties overgenomen moeten worden”. De VVD vindt kennelijk dat hard optreden tegen dierenbeulen en -verwaarlozers onnodig is en toont zich ook hier als een partij waarvan kwetsbare groepen, mensen en dieren, weinig te verwachten hebben. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat geweldsplegers in veel gevallen begonnen zijn met het mishandelen van dieren.

Toen de dierenpolitie in 2010 opgericht werd, zouden vijfhonderd agenten aangesteld worden. Direct na de val van het kabinet Rutte-I werd het aantal agenten teruggebracht naar 160 agenten, met steun van de PvdA, SP, GroenLinks en D66, die zichzelf diervriendelijke partijen noemen. Deze 160 agenten mogen slechts een gedeelte van hun tijd aan dierenwelzijn besteden. Hiermee heeft deze politiedienst te weinig capaciteit om op alle meldingen die binnenkomen te kunnen reageren. De helft van hen komt er zelfs amper aan toe om überhaupt op 144-meldingen af te gaan.

Dierenmishandeling is vaak een signaal voor andere misstanden. Bij de helft van de meldingen komt de dierenpolitie ook delicten op het spoor zoals illegale wietteelt of kinderporno. De gehele maatschappij heeft dus baat bij een sterke dierenpolitie.

Uit onderzoek blijkt dat er bij een derde van het aantal geconstateerde gevallen van dierenmishandeling sprake is van huiselijk geweld. Door samen te werken met andere afdelingen binnen de politie en hulpverleners draagt de dierenpolitie bij aan het signaleren of terugdringen van dierenmishandeling én huiselijk geweld. Dierenagenten blijken bij een melding van dierenverwaarlozing of mishandeling in de praktijk ook makkelijker bij mensen thuis binnen te komen dan ‘gewone’ politieagenten. Dit biedt kansen om ook andere vormen van geweld op te sporen.

Een veilig thuis

Op verzoek van de Partij voor de Dieren zet het kabinet in op het vergroten van het bewustzijn over het verband tussen huiselijke geweld en dierenmishandeling. Staatssecretaris Van Rijn stuurde deze maand een brief waarin hij aangaf dierenmishandeling te betrekken bij de voorlichtingscampagne ‘Een veilig thuis, daar maak je je toch sterk voor’.

De dierenpolitie zet zich onmiskenbaar in voor een veilige samenleving, We zullen juist in deze agenten moeten investeren. We zullen hiervoor komende week in de Kamer een voorstel indienen. Geweld en mishandeling kunnen alleen serieus aangepakt worden als we oog hebben voor de allerkwetsbaarsten, de dieren. Pas dan werken we aan een beschaafde samenleving, waar mens en dier zich veilig kunnen voelen.