Mark was net op de verkeerde plek

Vandaag zijn er 2.700 Italianen in Rotterdam. In Rome ging het mis. Wanneer loopt een voetbalfeest uit de hand?

Feyenoordaanhangers botsen met de politie in het centrum van Rome op Piazza di Spagna, vorige week donderdag. VINCENZO TERSIGNI / EPA

Stel, je bent 21, je studeert politieke wetenschappen én je bent Feyenoordsupporter. Je volgt je club, ook in het buitenland. Je verheugt je op de wedstrijd, en ja, ook op alles eromheen. De reis, de aankomst, het feestje op het plein. En je weet: iedereen, alle misschien wel zesduizend fans die ook het vliegtuig of de auto nemen, hebben datzelfde gevoel.

Dácht Mark Lievisse Adriaanse. De Leidse student nam vorige week het vliegtuig naar Rome. Daar zorgde een kleine groep fans ervoor dat het uit de hand liep.

Vanavond speelt AS Roma de return in Rotterdam. Gaat het daar weer mis? Wat gebeurt er eigenlijk als zoveel fans samenkomen? Hoe kan een kleine groep het zo verzieken?

Mark Lievisse Adriaanse vraagt het zich nog steeds af. Al gaat dat niet zo makkelijk. Een paar dagen geleden had hij nog moeite zinnen te maken. Toen de oproerpolitie vorige week donderdag de Feyenoordsupporters van het gebied rond de Spaanse Trappen in Rome verjoeg, kreeg hij tikken.

Met knuppels sloegen ze op zijn voorhoofd, zegt hij. Ook nog toen hij al op de grond lag. Zijn herinneringen aan wat er die donderdagavond voor de wedstrijd gebeurde zijn vaag. Terug in eigen land werd een hersenschudding vastgesteld.

Had hij die tikken verdiend? Had hij met flessen of vuurwerk gegooid, schade aangebracht aan de beroemde Barcaccia-fontein? Natuurlijk niet, zegt hij. „Iedereen in de buurt van de politie kreeg klappen. Ik was gewoon op de verkeerde plek.”

Maar op die verkeerde plek, bij de Spaanse Trappen vorige week donderdag, verzamelden zich veel fans die bijna allemaal hadden gedronken. Natuurlijk, alcohol speelde een grote rol. Sommige supporters beginnen al vroeg te tanken. Er worden flessen bier uitgedeeld, flessen wodka. Zelf dronk hij drie of vier blikjes bier.

Dat drinken doe je samen. Veel supporters kennen elkaar, ze zien elkaar in de stadions, bij de PMDS (Pre-Match Drinking Session) voor de thuiswedstrijden van Feyenoord op sportpark Varkenoord of in de cafés in Rotterdam-Zuid. Maar in het buitenland is de sfeer anders. Gebroederlijk. Hier kan meer dan thuis. Behalve je medesupporters kent niemand je, waarom zou je je inhouden? Fans zingen samen. Sommigen gebruiken drugs. Coke.

Messentrekkers

Doorgewinterde reizende fans weten wat ze wel en niet moeten doen. Als je je buiten de grote groep begeeft, loop je risico – je maakt je kwetsbaar voor mensen die kwaad in de zin hebben: hooligans van de tegenpartij.

Fans zijn op hun hoede, zeker in een stad die bekendstaat om zijn messentrekkers. De ultra’s van AS Roma, leden van de harde kern, hebben de reputatie tegenstanders in hun billen te steken.

Ook Mark lette goed op. „Als ik een taxi neem en er wordt aan me gevraagd waar ik vandaan kom, zeg ik: uit België. Je weet dat ze overal in de stad naar ons op zoek zijn.”

Die doorgewinterde supporters weten ook: steden bereiden zich op ons voor. Veel steden stellen een fanzone in: een plek waar supporters van de uitspelende club bijeen kunnen komen. Meestal wordt er gezorgd voor wc’s, vuilnisbakken en drank – in plastic bekertjes. Rome deed dit niet. De Feyenoorders konden het zelf uitzoeken en streken neer op twee van de meest markante plekken van de stad.

En, weten ze: de politie is voorbereid. In Rome was dat niet zo. Mark: „Ze waren totaal niet berekend op zo’n grote groep. Ze spraken niet met ons, zoals de Nederlandse politie doet.”

Wat als het dan misgaat? Op dat moment ontstaat een gevoel van saamhorigheid. „Je ziet dat medesupporters klappen krijgen. Dat is voor sommigen een excuus om ook geweld te gebruiken. Uiteindelijk was het honderd tot tweehonderd man tegen de politie.”

Honderd tot tweehonderd hooligans? „Er zitten er echt wel bij die denken: leuk, er gebeurt wat, die zijn uit op avontuur. Terwijl het er maar een paar waren die uitlokten. Die écht gewelddadig zijn.” Hij benadrukt dat hij het geweld van de supporters niet goed wil praten. De krassen op de fontein: vreselijk, al bleek de schade lang niet zo groot als Italiaanse media aanvankelijk suggereerden.

Eén grote chaos

De politie had wel degelijk een groot aandeel in de ongeregeldheden, zegt Mark Lievisse Adriaanse: die had net zo veel schuld. „Ze sloegen in het wilde weg. Het was één grote chaos.”

In de dagen na de wedstrijd zijn Romeinse relschoppers op zoek gegaan naar Rotterdammers die in de stad waren gebleven. De fansites van Feyenoord staan vol verhalen over Feyenoordsupporters die zouden zijn neergestoken. Die verhalen „pikken de media minder gretig op”, zegt fan Ben Dudley (26). Hij ergert zich: over de Feyenoordsupporters wordt niet evenwichtig bericht.

Ook Marcel (37) maakt zich boos. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant. De vader van drie zoons reist zijn club al twintig jaar achterna. „Toen ik las wat er allemaal over ons geschreven werd, dacht ik: waar was ik dan toen dit alles gebeurde?”, zegt hij. „We zijn een week verder en ik hoor nog steeds over massale slooppartijen. Waarom lees ik dan niks over het buitensporige politiegeweld?”

Op sociale media probeert hij nu de berichtgeving over i barbari die de stad zouden hebben ‘verwoest’ recht te zetten. Feyenoordfans plaatsen foto’s van de staat van de fontein vóór ze naar Rome kwamen om aan te tonen dat er niks veranderd is. Ze twitteren foto’s van supporters van andere clubs die in de fontein springen.

Wat fans als Mark, Ben en Marcel boos maakt, is dat „de supporters allemaal op één hoop worden geveegd”, zegt de laatste. Dat er altijd óver voetbalsupporters, maar zelden mét supporters wordt gepraat.

Maar begrijpen ze niet dat de gemiddelde Nederlander of Italiaan het gebeuren níét normaal vindt? Dat de taferelen bij de Spaanse Trappen er voor de meeste mensen helemaal niet uitzagen als een feestje? Mark: „Natuurlijk snap ik dat. Iedereen gedraagt zich op zo’n moment anders dan wanneer je thuis of op de universiteit bent. Je wordt wat losbandiger. De normen zijn anders.”

Marcel: „Zo’n grote groep, ik begrijp dat dat bedreigend over kan komen. En dan ook nog die hele setting van die historische stad, dat was gewoon de perfecte achtergrond om ons neer te zetten als barbaren. Als dit ergens in een industriestad in Oost-Europa was gebeurd, was dit niet zoiets groots geworden.”