Maak van die lappendeken rap Europees energiebeleid

Energie is de basis van de Europese Unie. Het zeslandenverdrag tot de vorming van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1951 was de eerste stap naar Europese samenwerking. Het actieplan voor een energie-unie dat de Europese Commissie gisteren publiceerde bevestigt daarom niet alleen de continuïteit van de Europese missie, het is ook een programma dat meer urgentie bij de lidstaten moet stimuleren. Bij haar aantreden vorig jaar maakte de nieuwe Europese Commissie al duidelijk dat Europa dringend behoefte heeft aan beter functionerende energiemarkten en voor effectieve grensoverschrijdende koppeling van energienetten. Sindsdien heeft de oorlog in de Oekraïne zes lidstaten nog eens pijnlijk geconfronteerd met hun volledige afhankelijkheid van Russisch aardgas voor hun energievoorziening. Ook Nederland, zelf een aardgasland, is kwetsbaarder dan het denkt. Wanneer het kabinet beslist om de aardgaswinning in Groningen toch definitief te verminderen, kan het noodzakelijk blijken om meer gas van Rusland te betrekken.

Energie in Europa is nu een lappendeken van nationale belangen en plannen zonder grensoverschrijdende samenhang. Het uitvallen van kerncentrales in België kon eind vorig jaar alleen met noodmaatregelen worden opgelost, hoewel omliggende landen genoeg energie produceren. Maar er was geen verbindingskabel. Hetzelfde geldt voor Frankrijk, dat geen energie uit Spanje kan importeren. Energie is tevens een bron van nationale tegenstellingen. In Frankrijk staat kernenergie bovenaan, Nederland is gezegend met gas, Duitsland heeft gekozen voor wind- en zonne-energie.

Verantwoordelijk Eurocommissaris Maros Sefcovic zette gisteren een serie van prangende feiten op een rij over de positie van Europa en de achterstand tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Zo liggen de prijzen op de groothandelsmarkt voor elektriciteit en gas in Europa respectievelijk 30 procent en 100 procent boven die in de VS. Voor het Europese bedrijfsleven is dat een concurrentienadeel van jewelste. Twaalf van de 28 Europese landen voldoen niet aan de minimale Europese ambities om geproduceerde energie ook de grens over te krijgen. Een energiemarkt met adequate netverbindingen scheelt consumenten 40 miljard euro per jaar. En tot 2020 moet duizend miljard (1.000.000.000.000) euro geïnvesteerd worden in de energiesector. Ook wie wel gewend is aan de grote getallen die uit de Brusselse bureaucratie rollen, zijn dit cijfers die tot meer dan nadenken stemmen. Eigen Europese energie is macht, is veiligheid en is bedrijvigheid. Europa moet zichzelf serieus nemen en van energie rap een troef maken.