Ik las met een badmuts op. Mijn irritatie was meetbaar

Hoe verwerken hersenen het nieuwe boek van Arnon Grunberg? Recensent Toef Jaeger liet onder haar schedel kijken.

Schrijver Arnon Grunberg, wiens hersenactiviteit wordt gemeten.

‘De stank treft haar, de geur van verval en verrotting. Op de bank liggen dode katten. Het kattenlijfje is mooier dan het mensenlijf maar dood is ook het kattenlijfje geen esthetisch genoegen meer, vooral niet als de dood zo moeizaam lijkt te zijn gekomen. Deze dood was een bloederig gevecht. Een slachtpartij. Seb haalt twee vuilniszakken uit de keuken. Hij begint de katten een voor een in de vuilniszakken te stoppen. Is dat Igor? Is dat Mimi? Ze herkent ze niet meer. Ze weet alleen nog een paar namen.‘Ik had geen keus’, zegt hij, ‘ze hebben camera’s in mijn katten gemonteerd, afluisterapparatuur. […] Ze waren mijn familie’, merkt hij op, ‘maar wat moest ik doen? Ze waren door en door geïnfecteerd, ze waren volledig overgenomen, ze waren geen katten meer, ze waren opnameapparatuur op vier poten, ze waren videocamera’s die zich voedden met kattenbrokken. Ze waren bewakers. Ik kon niet anders.’

Wanneer je walging of medelijden voelt bij deze scène uit Het bestand, de nieuwe novelle van Arnon Grunberg, dan is daar een wetenschappelijke basis voor. Afgelopen herfst werden lezers getest terwijl ze het nieuwe boek van Arnon Grunberg lazen, en om te kijken of gewone lezers emotioneler zijn dan beroepslezers werden in februari ook de zogeheten professionals aan de apparatuur gelegd. Maandag werd bekendgemaakt dat lezers na het lezen van de boeken van Grunberg vol walging, minachting en boosheid zitten.

Misschien is het beroepsdeformatie, maar bovenstaande scène doet mij weinig en dat is niet omdat ik niets met katten heb. Het enige dat ik kan denken, is: ‘Waarom heeft Grunberg niet de kans gegrepen om een van die katten Edwin de Roy van Zuydewijn te noemen, of makkelijker: oliebol?’ Ook een zin als ‘hij begint de katten een voor een in de vuilniszakken te stoppen’ stoort me. Hoezo begint hij met twee katten, hoe kan dat? Je stopt de katten in de vuilniszak, of je begint eerst één kat in de vuilniszak te stoppen, om daarna op de tweede over te gaan. Ik begrijp op zo’n moment ook helemaal niet waarom je voor twee katten meerdere vuilniszakken nodig hebt, één lijkt me afdoende.

Tegen mijn collega’s in

Toen ik twee weken geleden werd getest, kreeg ik een enorme vragenlijst voor me, om te kijken hoe het emotioneel met me gesteld was, als uitgangspunt. Of ik tevreden was, luidde een vraag op het enquêteformulier. Ik moest een cijfer geven tussen de 1 en de 5. Hetzelfde gold voor emoties als hoopvol, gerustgesteld of angstig. Ook moest ik in een cijfer uitdrukken of ik me vaak waardeloos voelde en of ik vaak tegen mijn collega’s in ging. De laatste vraag was makkelijk: nooit. De overige vragen moest ik helaas onbecijferd laten, omdat niet duidelijk was aangegeven waarover ik hoopvol of gerustgesteld moest zijn. Op een bepaald moment denkt het hoofdpersonage in Het bestand: ‘Als beelden de hel zijn, dan is hoofdrekenen het paradijs.’ Op dat moment wist ik dat het hoofdpersonage en ik mijlenver uit elkaar lagen.

Hoe het verder ging? Voordat ik begon met lezen, werd ik aan banden en snoeren gelegd en kreeg ik een stoffen badmutsje op het hoofd waaronder draden zaten die op mijn hoofd waren geplakt, verbonden met de computer. Intussen werd er lijm op mijn hoofd gespoten, zodat al die snoeren goed bleven vastzitten. Dat was een onprettig gevoel, zeker voor iemand die zich soms opoffert als luizenmoeder. Mijn vinger lichtte rood op nadat een knijper aan mijn vingertop werd vastgebonden, ik kreeg hartmeters en ademhalingsapparatuur omgebonden. En het ergste van alles: ik kreeg een camera vol in mijn gezicht. Ze konden me niet dwingen, maar of ik er rekening mee wilde houden en niet mijn handen voor mijn gezicht wilde slaan tijdens het lezen.

Tendentieuze vragen

Nadat mijn hersens aan de computer waren verbonden en ik alle vragen over mijn gesteldheid had ingevuld, begon de test. De vragen hadden me geërgerd, ik vond ze tendentieus en ik wist waar de onderzoekers op uit waren: het was de bedoeling dat we na het lezen minder hoopvol zouden zijn. Voor een literaire auteur is immers niets zo erg als een blije geit na afloop.

Even overwoog ik in te vullen dat ik uiterst somber en levensmoe de test inging en er blij en gerustgesteld uit zou komen. Maar dan zou ik liegen en ik wist niet of ze dat konden zien op de hersenscan. Intussen maakte ik me zorgen of een volle blaas en ergernis ook op hersenscans te zien waren. Uit de testresultaten bleek achteraf dat ik met klamme handen, ademhalingsproblemen en een enorm hoge hartslag aan het verhaal begon. Irritatie is meetbaar, zoveel is duidelijk.

Het waren zorgen die niet echt minder werden tijdens de test, want Het bestand was op effect gericht en wel zo overduidelijk dat ik steeds nukkiger werd tijdens het lezen. Het bestand gaat namelijk over een meisje dat enorm gestoord is. Ze denkt dat ze een oosterse prinses is, heeft enorme billen waar ze de naam van haar vader op heeft laten tatoeëren en zit de hele dag achter de computer mensen te frustreren, en online seksdiensten aan te bieden om te concluderen dat de mens maar beter naar lichaamloosheid kan streven.

Wanneer ze eenmaal een baan krijgt bij een bedrijf dat infiltreert in computersystemen om die te kunnen beveiligen, lijkt het alsof ze sociaal iets normaler wordt, maar absurditeit blijft toch haar ding, net als van de andere personages. De jongen op wie ze verliefd wordt, is bijvoorbeeld de kattenmoordenaar uit de eerste alinea. De baas denkt dat hij de nieuwe Jezus is, omdat in het boek Openbaringen al stond dat Christus zou terugkeren als computervirus.

Intussen wordt een pedofiel tot zelfmoord gedreven en zijn er vragen over de relatie tussen genocide en dierenfokkerijen. Veel provocatie kortom die, omdat Grunberg nu eenmaal geen slechte verhalen schrijft, prima te verteren is, maar die meer op effect gericht lijkt te zijn dan gebruikelijk is in de romans van Grunberg.

Schokkend? Nee, geruststellend

Het meten van de emoties van de lezers, en van de schrijver tijdens het schrijfproces, is een leuk initiatief dat vooral geen vervolg moet krijgen. Zo kwam er bij Grunberg uit dat hij vooral zijn verstand gebruikt tijdens het schrijven. Schokkend? Nee, geruststellend. Het is immers een kwestie van beleefdheid aan de lezer dat een schrijver nadenkt over wat hij opschrijft.

En hoe zit het met de lezer? Een mens moet niet te veel dode kattenscènes hebben, want dat gaat al snel vervelen. En een goed boek heeft pas na dagen, en soms pas na jaren, effect. Wanneer die effecten onmiddellijk te meten zijn, is de kans groot dat er iets aan het boek schort.