Hoe sterk is de huilende rechter?

Mogen rechters hun gevoelens tonen? Rechter Joyce Lie dacht ‘nee’ en denkt nu ‘ja’.

illustratie Martien ter Veen

Zutphen, elf jaar geleden. Ik was nog maar net begonnen aan de rechtersopleiding en volledig ondergedompeld in de meerdaagse introductiecursus. Tijdens de lunch met mijn opleidingsgenoten en de docent die in het dagelijks leven strafrechter was, ontstond een gesprek over emoties in de rechtszaal. Mij schoot te binnen dat ik ooit een verhaal had gehoord over een rechter die zijn emoties in de zittingszaal niet de baas kon. Enthousiast, omdat ik zo’n bijzonder toepasselijk voorbeeld in mijn hoofd had, maar ook door wel wat scoringsdrift aangespoord, riep ik uit: „Nou, er schijnt zelfs ooit een rechter geweest te zijn die tijdens het voorlezen van het vonnis in huilen uitbarstte!”

„Ja”, zei de docent. „Dat was ik.”

Ik kan hier natuurlijk vertellen hoe ongemakkelijk en gênant die situatie was, maar dat voelde je zelf al aan; daarover gaat deze column niet. Gelukkig leek de man het me niet kwalijk te nemen dat ik zijn ongetwijfeld lastige moment als een smeuïge, ronkende anekdote aan de lunchtafel had geserveerd. Integendeel, er ontstond een open gesprek over wat hem die dag in de zittingszaal was overkomen. Hij was, om te beginnen, niet in huilen uitgebarsten, maar wel werd hij door verdriet overmand en heeft toen de zitting kort onderbroken. En wat bijzonder was: hij had veel steunbetuigingen gekregen van mensen die het mooi vonden, zo’n rechter die zijn emoties toonde.

Korter geleden rolde bij een rechter, tijdens de behandeling van een strafzaak, „één enkele traan” over zijn wang, zo vermeldt een later gewezen wrakingsuitspraak. In het dossier was beschreven hoe agenten een kind hadden aangetroffen bij diens geknevelde ouders, schaar in de hand, betraand gezicht. Het jongetje had van de woningovervallers, die even daarvoor zijn ouders hadden vastgebonden, te horen gekregen dat hij ze mocht losknippen als de wijzer van de klok een bepaald punt aanwees.

De rechter was bij het voorlezen van deze passage zo geëmotioneerd geraakt dat hij een traan had gelaten. De advocaten van de (bekennende) verdachte wraakten de rechter; ze vreesden dat hij niet meer onbevooroordeeld zou zijn bij het bepalen van de strafmaat. Het wrakingsverzoek werd uiteindelijk afgewezen.

Ikzelf heb het ook wel eens te kwaad gehad. Tranen heb ik niet gelaten, maar tijdens de behandeling van een bestuursrechtelijke zaak over een baby’tje dat door een ernstige ziekte voortdurend zweefde tussen leven en dood, moest ik moeite doen een brok in mijn keel weg te slikken. Dat ik op dat moment bijna acht maanden zwanger was, hielp daarbij niet.

Hoe erg is dat, een huilende rechter? Of: een geëmotioneerde rechter, want behalve voor gevoelens van verdriet is de mens vatbaar voor een heel gamma aan emoties, en zoals we weten, zijn rechters net mensen. Uit onderzoek van de Tilburgse jurist Maria IJzermans komt naar voren dat de rechter zijn emoties niet zou moeten proberen uit te schakelen. Niet alleen omdat dit, vrij vertaald, een kansloze missie is, maar ook omdat emoties waardevolle informatie bevatten. Daarom is het veel belangrijker dat de rechter zich bewust is van die emoties. Dat bewustzijn, door IJzermans welluidend geduid als ‘emotionele luciditeit’, kan de rechter juist helpen tot een evenwichtiger oordeel te komen; niet omdat het oordeel is ingegeven door emoties, maar omdat herkend en erkend is dat die emoties een rol spelen, waardoor ze vatbaar zijn voor argumentatie en zo nodig kunnen worden gecorrigeerd.

Dus ik, acht maanden zwanger, begreep dat de brok in mijn keel mede door mijn eigen situatie ingegeven moest zijn. Mijn oordeel viel uit in het voordeel van de ouders van het baby’tje, maar niet voordat ik mijn gevoelsmatige betrokkenheid had onderkend en ervan had losgemaakt. Herkenning van je emoties en er op een juiste wijze het hoofd aan bieden, is zeker niet altijd makkelijk en vereist vermogen tot zelfreflectie. Daarom vind ik het heel goed dat er in onze opleiding en cursussen tegenwoordig veel aandacht is voor deze kanten van het werk.

Hoe sterk de geëmotioneerde rechter is?

Laat ik het zo zeggen: wanneer zo’n rechter bereid is tot grondige zelfanalyse en hij tijd, noch moeite, noch zichzelf spaart om een staat van emotionele luciditeit te bereiken, kan ik mij persoonlijk geen krachtiger magistraat indenken.