De regenboog is voor aquarellisten bedacht

In de negentiende eeuw werd waterverf volwassen. Twee tentoonstellingen, in Museum Mesdag en Teylers Museum, tonen hoogtepunten uit een eeuw Nederlandse aquarelgeschiedenis.

1) Willem Roelofs, Na het onweer, ca. 1875. Aquarel, 29,6 x 64,9 cm. 2) Barend Cornelis Koekkoek,De Rocher Bayard bij Dinand, 1835. Aquarel, 24,2 x 32,9 cm. 3) Paul Joseph Constantin Gabriël,Polder bij Kampen. Aquarel, 35 x 59 cm. 4) Julius van de Sande Bakhuyzen,Aan de plassen. Aquarel, 38,4 x 56 cm.

Natuurlijk, de negentiende eeuw was de eeuw van de industrialisatie, de fotografie, de elektriciteit en de stoomtrein. Maar het was ook de eeuw waarin de aquarel tot bloei kwam. De ‘gekleurde tekening’ werd tussen 1800 en 1900 volwassen. Aan het begin van de eeuw werd waterverf in Nederland nog vooral gebruikt om gravures op te leuken of onderwerpen weer te geven waar in zwart-wit weinig van overblijft, zoals bloemen, vogels en insecten. Honderd jaar later was de aquarel een beziens- en begerenswaardig soort kunstwerk geworden, naast de tekening en het olieverfschilderij.

Haagse School-schilders als Willem Roelofs en Jan Hendrik Weissenbruch maakten regelmatig waterverfvarianten van composities die ze ook in olieverf uitvoerden. Sommige motieven pakten in de aquarel beter uit dan in het schilderij. U dacht misschien dat een regenboog ontstond door de breking van het licht in een vochtige lucht, maar wie Roelofs’ Na het onweer (ca. 1875) ziet, weet dat de regenboog is uitgevonden voor aquarellisten.

Roelofs, die een groot deel van zijn leven in de buurt van Brussel woonde, was daar in 1856 een van de oprichters van de Société Belge des Aquarellistes, een gezelschap dat zich sterk maakte voor de waardering van de aquarel. Dankzij hem deden er vaak Nederlandse aquarellisten mee aan de Brusselse tentoonstellingen. Het was Roelofs’ leerling Hendrik Willem Mesdag – schilder, verzamelaar en gangmaker van de Haagse School – die besloot dat er in Nederland ook zo’n aquarellistenvereniging moest komen. In 1876 riepen hij en zijn schildersvrienden Jacob Maris en Anton Mauve de Hollandsche Teekenmaatschappij in het leven. (Een wat verwarrende naam, maar de term aquarel was destijds nog niet zo in zwang.)

In de Mesdagcollectie in Den Haag is nu een tentoonstelling gewijd aan Mesdag als bevorderaar en verzamelaar van de aquarelkunst. Er is werk te zien dat hij zelf kocht op ledententoonstellingen van de Teekenmaatschappij. Teylers Museum in Haarlem presenteert tegelijkertijd een ‘best of’ van de Nederlandse aquarel door de hele negentiende eeuw heen, van de precies penselende Barend Cornelis Koekkoek tot de Tachtigers en de vroege Mondriaan. Uit allerlei museale en particuliere collecties zijn hoogtepunten in waterverf bijeengebracht – waaronder Roelofs’ regenboog.

Een aquarellist gaat uit van het wit, en in een niet al te doorwerkte aquarel blijft het papier door de verf heen schijnen. De kleuren zijn licht en helder, bijna zoals op viewmasterplaatjes in de jaren zeventig of computerschermen nu. De aquarel is daarom bij uitstek een techniek voor landschapsschilders, die immers jagen op licht, lucht en water. Roelofs ving zijn regenboog met waterverf, Willem Bastiaan Tholen de mistvlagen en rookpluimpjes boven de daken van een stad. In een Landschap bij Noorden van Weissenbruch werkt het wit van het papier geweldig als de zon die op doorbreken staat achter de wolken.

Het lichtste licht in de aquarel niet schilderen maar uitsparen, dat was aquarelleren volgens de orthodoxe leer. Voor de purist was witte waterverf uit den boze. Maar op de dubbeltentoonstelling blijkt dat bijna niemand zich daaraan hield. Weissenbruch bijvoorbeeld zette de schittering van de zon op de zee kracht bij met dekwit. Roelofs liet vogels en koeien in witte druppeltjes oplichten tegen zijn onweerslucht. En gelukkig maar, want het uitgespaarde wit van het negentiende-eeuwse papier is nu vaak wat vergeeld. Dankzij de witte hoogsels hangt het wasgoed in een aquarel van Constant Gabriël – te zien in Den Haag – na anderhalve eeuw nog steeds stralend te wapperen aan de lijn.