Arbitragebeginsel juist in nadeel van investeerder beperkt

Illustratie Petar Pismestrovic

Thierry Baudet zegt dat TTIP een ‘Atlantisch arbitragetribunaal’ instelt. Dat ligt anders. Met de inwerking treding van het ICSID-verdrag in de jaren ‘60, dat door meer dan 150 landen ondertekend en geratificeerd is, staan die landen het toe dat investeerders een claim tegen een staat bij een ad-hoc arbitragetribunaal in kunnen dienen. Deze tribunalen bestaan uit drie arbiters. Een gekozen door de investeerder, een door de staat en beide arbiters kiezen gezamenlijk een voorzitter. Er is geen sprake van geheimzinnigheid. Je moet alleen de moeite nemen om de arbirtageuitspraken, vaak honderden pagina's lang, eens goed te lezen.

In plaats van de oprichting van een atlantisch arbitragetribunaal wordt – zoals in alle investeringsverdragen – aan investeerders voorgeschreven welke arbitrageregels gebruikt mogen worden. TTIP wil hierbij volledige transparancy opleggen.

Veel kwalijker is de suggestie van Baudet dat investeerders zomaar een claim kunnen indienen en miljarden op kunnen strijken. Een investeerder kan een claim indienen, indien door een overheidsmaatregel zijn investering geschaad wordt. Als de investeerder kan aantonen dat de overheid zijn investeringen geschaad heeft, bijvoorbeeld door onteigening, dan kan het tribunaal een schadevergoeding maximaal ter hoogte van de investering toekennen. Dat betekent dat ten eerste de investeerder aan moet tonen dat zijn investeringen door toedoen van de overheid geschaad zijn. Als het arbitragetribunaal hiervan overtuigd is, moet de investeerder ook nog de hoogte van zijn schade aantonen.

Het gaat om schadevergoeding voor onteigening. Dat is een beginsel dat diep in de Nederlandse en Europese rechtsorders verankerd is. Het is vanwege dit beginsel dat de Nederlandse boeren die van hun land in Zimbabwe verjaagd werden, hun zaak hebben gewonnen.

Interessant detail is dat niet alleen Amerikaanse investeerders een claim tegen een Europese lidstaat in kunnen dienen, maar natuurlijk evengoed een Europese investeerder tegen de Amerikaanse overheid. Feit is namelijk dat juist Europese investeerders vaker dan Amerikaanse investeerders gebruik maken van de arbitrage en daarmee hun rechten tegen onheus optredende overheden proberen veilig te stellen of tenminste een schadevergoeding proberen te krijgen.

TTIP gaat dit beginsel – anders dan Baudet suggereert – helaas ten nadele van de investeerder beperken. Volgens TTIP, zoals ook in het verdrag met Canada hoeven overheden geen schadevergoeding te betalen als zij maatregelen nemen ter bescherming van publieke belangen, zoals bescherming van de gezondheid, milieu etcetera. Misbruik door die overheden ligt op de loer.

Het is niet zo dat een investeerder zomaar een claim indient. De risico's voor de investeerders zijn groot en de kans om een redelijke schadevergoeding te krijgen is minder dan 40 procent. Kortom, Baudet herhaalt zonder onderbouwing de mythes die door de anti-TTIP NGOs de wereld ingeslingerd worden.

LL.M. jurist en investeringsarbitrage expert.