Anti-diva met fluwelige stem

De Zweedse mezzosopraan Ann Hallenberg paart kracht en vitaliteit aan fluwelen warmte. Deze week is ze bij De Nationale Opera te beluisteren in Händels ‘Tamerlano’.

Ann Hallenberg: „Ik kan nu veel hoger zingen dan tien jaar geleden.” foto ARTEFACT ARTISTS MANAGEMENT

Eens in de paar jaar passeert er een stem die in je hoofd door zingt. Die maakt dat je een cd nog eens draait, en nog eens. Totdat er naast de cd-speler een stapeltje ligt en je je realiseert: de criticus heeft plaats moeten maken voor de fan.

De cd in dit geval – een selectie aria’s van Rossini – heette Arias for Marietta Marcolini. De stem – krachtig, fluwelig en van een voor een lage stem ongewone lenigheid – is die van de Zweedse coloratuurmezzosopraan Ann Hallenberg (1967). Wereldberoemd – maar in vrij kleine kring. Ze leende haar stem aan zo’n vijftien cd’s, voornamelijk barokopera’s onder Fabio Biondi en Alan Curtis. In Nederland was ze regelmatig te horen, altijd met extreem goede kritieken, bijvoorbeeld in Ercole Amante bij De Nederlandse Opera in 2007.

„Hier zingen was vaak memorabel”, lacht ze. „Vooral op tournee met de Bachvereniging viel me op hoe rijk dit land is aan stadjes waarvan je als buitenlander verwacht dat ze hooguit een voetbalclub waard zijn. Maar daar bleken dan steeds uitstekende concertzalen te zijn, gevuld met een geïnteresseerd publiek. In Zweden is dat buiten Göteborg of Stockholm volstrekt ondenkbaar.”

Hallenberg is de volmaakte anti-diva. Met bril, dikke rugtas en duffelse jas verschijnt ze op zondagochtend in Café Américain, twee dagen voordat aan de overkant van de straat de reeks voorstellingen van Händels Tamerlano aanvangt in de Stadsschouwburg. „Ik heb maar een kleine rol, hoor”, zegt ze. „De titelrol heb ik ooit ook gezongen, maar de kracht in de laagte die die rol eist zou mijn stem inmiddels schaden. Stemontwikkeling blijft een schimmig proces. Vaak snap ik het hoe en waarom zelf ook niet. Maar het is een feit dat ik nu veel hoger kan zingen dan tien jaar geleden. Ik heb vorig jaar veel van het concertrepertoire voor mezzo’s ingestudeerd dat ik eerst niet aankon: Mahler, Brahms, Berlioz. Heerlijk! En nu maar hopen dat ik er ook voor word gevraagd.”

Zoals veel grote zangers had Hallenberg de voorsprong van een vroege start. Ze groeide op in de Zweedse stad Västeras, waar je als tienjarige kon instromen op een koorschool die was gekoppeld aan de kerk. Daar kreeg je twee keer per dag muziekonderwijs – het zingen in twee kerkdiensten per week niet meegerekend. „Gehoortraining, muziekgeschiedenis, theorie – het was een brede, zeer degelijke training die ik elk muzikaal kind van harte zou gunnen”, zegt ze. „Mijn vader zong op bruiloften en begrafenissen, hij stimuleerde mijn belangstelling voor muziek. Maar in de muziek door te gaan? Operazanger willen worden was net zoiets als zeggen dat je astronaut wilt worden, of filmster. Er werd wel echt stevig aangedrongen op een plan B.”

En toch was opera haar droom. „Ik weet nog exact het moment waarop dat duidelijk werd. Ik was zes en zat alleen voor de tv. Daar zag ik de operette Der Bettelstudent. Dat zulke muziek ook bestond! Van een vriend die voor de tv werkt, heb ik recentelijk precies die uitzending cadeau gekregen op dvd. Vreselijk gedateerd natuurlijk. Maar ik snapte nog wel hoe hard die muziek moet zijn binnengekomen bij een kind dat voordien alleen kerkmuziek en kleuterliedjes kende.”

Inmiddels is de jeugddroom een dagelijkse realiteit – met bijbehorende keerzijde. Tweehonderd dagen per jaar is Hallenberg weg van haar huis en gezin op het Zweedse platteland om concerten te zingen, en opera.

„Maar opera wordt merkbaar minder de laatste tijd”, zegt ze. „Zoals bekend hebben veel regisseurs een voorkeur voor jong en slank, ik ben geen van beide. Als je het me persoonlijk vraagt, vind ik dat afschuwelijk, want ik mis het en vind dat theater drááit om make belief. Waarom moet een jonge prinses er per se precies uitzien als een jonge prinses? Voor het overbruggen van de kloof tussen fictie en werkelijkheid heb je als toeschouwer de muziek, het theater en je fantasie. En bijna elke goede zanger is wel ‘te’ – te klein, te lang, te dik of te oud. Ik wil er verder niet over weeklagen, maar ik ga de afwijzingen ook niet meer opzoeken. Daarvoor doen ze te veel pijn. Bovendien: ik ben gezegend met een overdaad aan ander werk, en ik zing met geweldige dirigenten.”

Hallenberg brengt wel veel onbekende barokopera’s uit op cd. Daar komen haar jeugddroom, haar gezinsleven en het door haar ouders geëiste professionele plan B samen, lacht ze. „Mijn man, Holger Schmitt-Hallenberg, is musicoloog en runt een muziekuitgeverij vanuit huis. Hij helpt me bij het vinden van geschikt repertoire. Maar ik vind het speurwerk ook zelf leuk. Als ik geen zangeres was geworden, dan historicus of archeoloog.”

Een voorbeeld is de recentelijk verschenen prachtopname van Adriano in Siria van Veracini (1690-1768) – nooit eerder vastgelegd. In april verschijnt op Harmonia Mundi het thema-album Agrippina, met twaalf door Hallenberg en echtgenoot uit de archieven opgesnorde, eveneens nooit eerder opgenomen aria’s van componisten als Sammartini, Orlandini, Mattheson, Magni, Legrenzi en Telemann.

Waar haar repertoire zich verder naartoe ontwikkelt, weet ze zelf ook niet, zegt Hallenberg. „Toen ik op mijn veertiende begon met zangles was mijn probleem niet dat ik niet erg hoog of laag kon zingen, maar dat ik die twee niet met elkaar kon verbinden – het bleven als het ware twee losse stemmen.”

Het conservatorium wees haar er zelfs om af, waardoor ze eerst jarenlang privéles had en toen direct doorstroomde naar de opera-academie in Stockholm. Hallenberg: „De technische doorbraak kwam toen mijn privélerares het na zes jaar opgaf en me doorverwees naar bas-bariton Erik Saedén. Toen had ik het in twee lessen door.”

Saedén zette in op een ontspannen, natuurlijk geluid. „Zijn ‘technische’ aanpak was eigenlijk vooral: doet het pijn? Nee? Doorgaan dan. En geen gekke bekken trekken, maar vooral ontspannen. Voor mij werkte dat. Maar waarom? Je kunt een stem niet zien. Het aansturen is daarom ook een kwestie van psychologie, dat maakt het allemaal zo vaag. Ooit zou ik zelf graag lesgeven. Maar vooralsnog wijs ik alle verzoeken af. Te eng. Er kan met een stem gewoon heel erg veel fout gaan.”