Waartoe dient al dat lijden?

De derde grote muziekfilm van Ramón Gieling, ‘Erbarme dich – Matthäus Passion Stories’, heeft iets van een middeleeuws mysteriespel.

Het lijden van Christus is nooit ver weg in de gestileerde documentaire Erbarme dich.

Hij is niet van kindsbeen af iedere Goede Vrijdag meegesleept naar de drieënhalf uur durende uitvoering van Bachs Matthäus-Passion, zegt filmregisseur Ramón Gieling (1954). „Ik ben katholiek opgevoed, en daar heeft men minder Matthäus-traditie dan bij protestanten.” Pas bij het werk aan deze film, Erbarme dich – Matthäus Passion Stories, heeft hij de Matthäus voor het eerst in totaliteit in de zaal beluisterd. De derde grote muziekfilm van Gieling – na Joaquín Sabina, 19 días y 500 noches uit 2008 en Over Canto uit 2012 – heeft iets van een middeleeuws mysteriespel, opper ik in zijn woonkamer in de Amsterdamse Pijp.

Gieling: „De Matthäus-Passion gaat over het lijden van Christus – die ook maar gestuurd is, en zegt dat hij geen idee heeft waarom hij zal sterven. Die onwetendheid is het menselijk bestaan in een notendop: jij en ik weten dat we er vroeg of laat aan gaan, en het idee dat je met de leeftijd wijzer wordt is een mythe. Het leven is al niet zo’n lolletje en met de ouderdom komt daar ook nog eens ziekte bij. De Matthäus behandelt de vraag waar het menselijk lijden toe dient. Als het waarom van het lijden een mysterie is, dan is dat in de Matthäus in volle rijkdom zichtbaar.”

In de christelijke traditie komt na het lijden de verlossing.

„De beleving van muziek komt soms in de buurt van verlossing. Muziek kan een wond openen en brengt tegelijkertijd genezing. Schrijfster Anna Enquist en toneelregisseur Peter Sellars spreken over dat verschijnsel in de film, zelf heb ik het tijdens het werken aan de film ook af en toe ervaren. Dan raakte ik geëmotioneerd als beeld, geluid, tekst en muziek een chemische verbinding aangingen. En ik heb begrepen dat toeschouwers in de zaal vaak terugdenken aan aangrijpende gebeurtenissen uit hun eigen leven.”

Maar is dat verlossing?

„Toen ik als 15-jarige nog naar de kerk ging, kon ik nooit begrijpen hoe Christus onze pijn kon wegnemen door zelf te sterven. Wat was er dan misgegaan dat de mens tot op de huidige dag in een poel van misère leeft, zowel op het persoonlijke vlak als mondiaal – met steeds nieuwe oorlogen en slachtingen?”

Een protestant, zoals Bach, zou je kunnen voorhouden dat Gods genade niet primair het geluk van de mens ten doel heeft.

„Ik heb veel films gemaakt in en over Spanje. Ik zie wel iets in de mystiek, die daar een grote rol speelt in de populaire cultuur. Dat je als een heilige in staat van onthechting van het aardse leeft, lijkt me het hoogst bestaanbare. Dat zou voor mij in de buurt komen van verlossing. Het grote drama in religie fascineert me – in bijna elke film van mij komt een kerk voor.”

In deze is dat de Sint Josephkerk in Amsterdam West, in 2013 landelijk bekend als vluchtkerk voor illegalen. Waarom heb je het interieur van de kerk als decor laten nabouwen in een studio en alles daar gedraaid?

„Ik kende de Josephkerk door mijn eerdere film Home. De vluchtelingen zijn in deze film zwervers geworden. In de echte kerk draaien zou logistiek ingewikkeld en duur zijn geworden; er is daar niets meer, geen licht, geen water. Maar vooral wilde ik voor Erbarme dich een artificiële ruimte creëren waarin de toeschouwer zijn oriëntatie verliest, en opgenomen wordt door de muziek, het geluid, de in de kerk geprojecteerde beelden. In een studio kun je makkelijker alles naar je hand zetten.”

De film heeft een vrije vorm. Er is de muziek van The Bach Choir and Orchestra of the Netherlands van Pieter Jan Leusink, er zijn interviews met uiteenlopende mensen over hun ervaringen met de Matthäus. Maar de toonzetting is vanaf het begin gewelddadig, er zijn bijvoorbeeld videobeelden van hoe in Bagdad vanuit een Amerikaanse helikopter onschuldigen neergemaaid worden. Waarom dat geweld?

„We zijn van kindsbeen vertrouwd met het kruisbeeld, en toch blijft het moeilijk je met het verhaal te identificeren. Ik probeer die identificatie tot stand te brengen door de gruwelen en zinloosheid te laten zien waartoe de mens in staat is. Dat komt ook voort uit wat de sopraan Olga Zinovieva vertelt: dat zij Duits heeft geleerd om de tekst van de Matthäus in de originele taal te lezen, en begreep dat het werk over afgunst, haat, geweld en verloochening gaat.”

Dat hij nu zestig jaar oud is, deprimeert hem, vertelt Gieling bij het afscheid. „Gek, opeens besef je dat je meer verleden dan toekomst hebt.” Maar religieus wordt hij er niet van: „Mensen die zich uit zwakte bekeren tot het geloof en anderen proberen te overtuigen – een voorbeeld zit in de film – daar doen we niet aan. Ik houd me aan wat regisseur Luis Buñuel gezegd heeft: als ik morgen een overleden vriend op straat tegenkom, denk ik niet aan een wonder of een Godsbewijs, maar: ‘daar heb je weer zoiets wat je niet begrijpt.’”