Twintig pils op, en toch nog verzekerd rijden

Is de schadeverzekeraar aansprakelijk als zijn cliënt routinematig dronken rijdt?

De Zaak. Een dronken automobilist in Friesland veroorzaakt een ongeval. De man heeft een wettelijk verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen (WAM). De schade van 25.000 euro wordt door zijn verzekeraar betaald, maar met tegenzin. De automobilist erkent op het schadeformulier namelijk dat hij „met alcohol op er bovenop zat”.

Tegen de politie verklaart hij al drie jaar lang iedere donderdag- en vrijdagavond naar de kroeg in het dorp Oudehaske te rijden. Daar drinkt hij vijftien tot twintig biertjes om daarna naar huis te rijden.

De verzekeraar eist na lezing van het politierapport de 25 mille terug van de automobilist. Bij de rechtbank wint de verzekeraar, in hoger beroep wint de automobilist.

Waarop baseert de verzekeraar de claim? In de polis staat dat de verzekeraar niet hoeft te betalen als de schade of het ongeval „met opzet, voorwaardelijk opzet of goedvinden van een verzekerde is veroorzaakt”. De verzekeraar vindt dat zijn klant door zoveel te drinken en met zo’n ijzeren regelmaat daarna dronken de auto te besturen, het ongeval met ‘voorwaardelijk opzet’ veroorzaakte. Ofwel: hij nam de kans op de koop toe dat zijn gedrag een bepaald gevolg zou hebben. In zijn polis ontbrak de vaak gebruikte alcoholclausule, waarin expliciet alcoholmisbruik is uitgesloten van wettelijke aansprakelijkheid.

Wat zei het hof in Leeuwarden? Dat paste een maatstaf uit een arrest van de Hoge Raad uit 2006 toe waarin werd gezegd dat het algemene publiek niet kan of hoeft te weten dat dergelijke WAM-verzekeringen alcoholmisbruik plegen uit te sluiten. Dus hoefde ook de Friese automobilist redelijkerwijs niet te begrijpen dat de door hem veroorzaakte schade van dekking was uitgesloten.

Wat adviseert de advocaat-generaal de Hoge Raad? Die zegt dat als een polis géén alcoholuitsluitingsclausule bevat, daaruit niet kan worden begrepen dat het de bedoeling was om opzettelijk dronken rijden wel te verzekeren. En dat het gedrag van deze meneer inderdaad is te begrijpen als voorwaardelijk opzet: een handelen of nalaten waaraan een aanmerkelijke kans van ontstaan van schade is verbonden, waarbij de handelende of nalatende persoon die kans bewust aanvaardt.

Hoe oordeelt de Hoge Raad?

Die volgt het advies van de advocaat-generaal en kwalificeert het oordeel van het hof als ‘onvoldoende gemotiveerd’ omdat de toegepaste maatstaf op een andere situatie sloeg dan hier aan de orde. De maatstaf die op deze zaak van toepassing is, luidt als volgt. Was het voor de automobilist duidelijk en begrijpelijk dat hij bij een schadevoorval zoals dit niet gedekt zou zijn? En dan gaat het dus om het consumeren van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol „in samenhang met de gewoonte” waarover hij zelf bij de politie een verklaring aflegde. Als dat niet duidelijk en begrijpelijk is, dan geldt de uitleg van de polis die het gunstigst is voor de automobilist.

Een ander hof, dat in Arnhem, moet de zaak opnieuw beoordelen.