Tinkebell maakte van uitzetting een kunstwerk

CU-politicus hielp Tinkebell aan politieke en media- aandacht.

Katinka Simonse aliasTinkebell. Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN / ANP

Kunstenares Katinka Simonse, alias Tinkebell, heeft het actievoeren tot kunst verheven. Of het is kunst met een activische inzet. Maar ze betrekt er een serieuze uitzettingszaak bij.

Katinka Simonse kreeg afgelopen maanden de zaak van de Afghaanse Feda Amiri succesvol op de radar van media én politiek.

Kort wat er is gebeurd: Feda Amiri (54) werd op 5 januari van dit jaar uit Nederland naar Afghanistan uitgezet vanwege mogelijke betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. Hij woonde al achttien jaar in Nederland – zijn vrouw en kinderen konden wel in Nederland blijven. Na de uitzetting hoorde zijn familie niets meer van hem – dat zeggen ze tenminste.

Dochter Tamana Amiri (23) reisde half februari af naar Afghanistan om hem te gaan zoeken. Simonse reisde háár weer achterna. Ze kreeg „veel sterkte” bij haar tocht toegewenst van Eva Jinek, die Simonse in haar talkshow te gast had om te vertellen over wat er mis is met het Nederlandse uitzettingsbeleid. Begin deze week kwamen er beelden uit Afghanistan: vader Amiri ligt in een ziekenhuisbed omdat hij tijdens zijn uitzetting zou zijn mishandeld door de marechaussee. Hij zou volgens zijn dochter „twintig minuten lang” een zak over zijn hoofd hebben gekregen en gewond zijn geraakt aan zijn knie.

Alleen: vanmorgen bracht Omroep Brabant dat Katinka Simonse over de Afghaanse vader en zijn dochter heeft gezegd dat ze „aannemelijk toneelgespeeld hebben”. Ze heeft alles opgenomen als kunstproject, zegt ze tegen de omroep. Of het verhaal van Feda Amiri en zijn dochter klopt, vindt ze „niet belangrijk”. „Op het moment dat er een wending is, dat zij iets in scène zet of liegt, dan is het voor mijn project interessant.” Simonse was vanmorgen niet bereikbaar – ze is onderweg terug naar Nederland.

Bart Toemen trad in Nederland op als Amiri’s advocaat en heeft hem noch zijn dochter na de uitzetting in januari meer gesproken. Hoewel hij wel heeft geprobeerd hen te bereiken. Toemen kan alleen „speculeren over wat er is gebeurd”. Een week na de uitzetting ontving hij van de Nederlandse Dienst Terugkeer & Vertrek een rapport waarin stond dat die uitzetting zonder bijzonderheden was verlopen.

Onderdeel van het kunstproject is volgens Simonse ook te laten zien hoe onderwerpen op de politieke agenda te krijgen zijn. Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie heeft zich vanaf het begin aan de zaak verbonden – hij zat naast Simonse bij Jinek op de bank.

Natuurlijk, zegt Voordewind, Katinka Simonse is geen onderzoeksjournalist, maar kunstenares. Daarom heeft hij om doktersverklaringen van de vader gevraagd: klopt het verhaal wel? Die doktersverklaringen kreeg hij – van Simonse – en zo vond Voordewind genoeg aanleiding om verantwoordelijk staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) om opheldering te vragen. „Ik zou niet weten waarom een arts in Afghanistan hierover zou liegen.” Ook het CDA, D66, GroenLinks en de PVV hebben Teeven vragen gesteld. Die zou vandaag met zijn antwoorden komen.

Wat Simonse hoe dan ook is gelukt: de discussie op gang brengen over het Nederlandse uitzetbeleid jegens vermeende oorlogsmisdadigers. Amiri werkte voor de Afghaanse geheime dienst, naar eigen zeggen alleen als politieman. Maar voor Nederland is „het ernstige vermoeden” dat hij in eigen land betrokken was bij oorlogsmisdaden voldoende om hem toch uit te zetten. Op dat punt krijgt ze steun van in elk geval de ChristenUnie. Voordewind: „We moeten de discussie breder trekken dan alleen dit voorval.”