Nu willen ook de psychiaters niet tekenen bij het kruisje

Tweehonderd psychotherapeuten en psychiaters weigeren een contract te tekenen met een zorgverzekeraar. Huisartsen en fysiotherapeuten wilden dat ook al niet. Voor patiënten betekent het dat ze niet alle zorg vergoed krijgen.

Illustratie Ambroise Tardieu

Mijn spreekkamer uit, en snel een beetje. Het is een frustratie die grote groepen vrijgevestigde artsen voelen ten opzichte van zorgverzekeraars. Door de regels die verzekeraars opleggen, voelen ze zich aangetast in hun autonomie. Tweehonderd vrijgevestigde psychotherapeuten en psychiaters weigeren een contract te tekenen met een zorgverzekeraar. Eerder hadden fysiotherapeuten en huisartsen een soortgelijk conflict.

Het is voor een arts belangrijk om een contract te hebben. Hierdoor krijgen patiënten zorg vergoed. Zonder contract zijn verzekeraars slechts bereid een deel van de rekening te betalen. Dat percentage ligt, afhankelijk van de rekening en de koopkracht van de verzekerde, rond de 70 à 80 procent.

Verzekeraars doen ook maar wat ze moeten volgens de wet

Er waren de afgelopen jaren al conflicten tussen fysiotherapeuten en huisartsen met de zorgverzekeraars. De details van de ruzies verschillen, de rode lijn is dezelfde. De artsen, allemaal met eigen praktijken in woonwijken, hebben het gevoel alleen te moeten strijden tegen de grote, dogmatische zorgverzekeraars. Daarom richten ze gelegenheidscoalities op van tientallen tot honderden artsen die via media en brieven bij de verzekeraarsdirecties protesteren.

Hier botsen twee werelden. De arts die zijn patiënten wil helpen. En de zorgverzekeraar die sinds 2006, na de ingang van de nieuwe Zorgverzekeringswet, de taak heeft om artsen te controleren op „kwaliteit en doelmatigheid”. Dat betekent: zorgen dat artsen goed werk leveren, tegen redelijke kosten.

Nederland geeft veel geld uit aan gezondheidszorg. Jaarlijks 90 miljard euro. Om zorgkosten te drukken heeft minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) met diverse beroepsgroepen afgesproken om de uitgavengroei in te dammen.

Artsen steigeren als verzekeraars zich bemoeien met hun werk

In de geestelijke gezondheidszorg (ggz) is het ‘behandelplafond’ daartoe een belangrijk instrument; verzekeraars stellen een limiet aan het aantal te behandelen patiënten. Frustrerend voor de psychiaters, die nieuwe patiënten soms nee moeten verkopen. Logisch voor de verzekeraar, die weet dat juist de ggz een sector is die tussen 2000 en 2010 extreem groeide. De verzekeraar en de sector willen deze groei terugdringen; iets wat de laatste jaren steeds beter lukt.

Maar verzekeraars moeten op eieren lopen, want artsen steigeren zodra zij zich bemoeien met het inhoudelijke werk. Voorbeeld. De vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten – meer dan 1.500 in Nederland – ergeren zich aan uitgebreide vragenlijsten die verzekeraars eisen. Deze moeten het effect ‘meten’ van behandelingen. Het kost tijd deze door te nemen met patiënten, en volgens een groep therapeuten is de methode niet effectief.

Precies dezelfde frustratie voelden eerder huisartsen vanwege de ‘ggz-screener’, ook een vragenlijst. Verzekeraar Achmea wil via het huisartsencontract afdwingen dat huisartsen deze ‘screener’ gebruiken om te bepalen of zij een patiënt met geestelijke gezondheidsklachten zelf kunnen behandelen, of dat ze deze patiënt beter kunnen doorsturen naar een psychiater. Minister Schippers vindt dat een goed instrument, maar huisartsen roepen massaal dat de verzekeraars zich bemoeien met hun diagnoses.

Ook huisartsen zijn nog steeds niet tevreden

Was er goed te onderhandelen over de contracten, dan was er geen probleem. Maar van echte onderhandelingen is geen sprake, zeggen de fysiotherapeuten, de huisartsen, de psychiaters en de therapeuten. Artsen mogen zich, vanwege mededingingsregels, niet verenigen om te onderhandelen. Verzekeraars mogen dat wel. Het leidt tot contracten die artsen het gevoel geven te moeten ‘tekenen bij het kruisje’.

De ruzies met fysiotherapeuten en huisartsen werden uiteindelijk goeddeels opgelost met compromiscontracten. Veel huisartsen zijn daar nog steeds niet tevreden over, maar uiteindelijk tekenden de meeste huisartsen en fysiotherapeuten toch. Een enkeling gooide de handdoek in de ring, zoals huisarts Edward Kriek uit Almelo. Hij schreef zijn patiënten vorige week een afscheidsbrief: „Het kan niet zo zijn dat een zorgverzekeraar bepaalt wat goed is voor de patiënt.”

In het laatste zorghervormingsplan van de minister staat dat patiënten worden beloond die kiezen voor een arts met wie de zorgverzekeraar een contract heeft gesloten. Dat betekent dat het voor artsen minder aantrekkelijk is om géén contract te sluiten. Het betekent ook dat het huidige conflict tussen artsen en verzekeraars vermoedelijk niet het laatste is.