Manische Dolan kan zich helemaal uitleven

Als Xavier Dolan (Mommy) geen films maakt over getroebleerde jongelingen, dan speelt hij er zelf wel een zoals in deze psychothriller. Dat hij daar tussen het regisseren van vijf speelfilms in de afgelopen vijf jaar (waarvan hij in drie ook de hoofdrol speelde) tijd voor heeft gevonden is een ander verhaal.

Het is niet zo moeilijk om te bedenken wat Dolan heeft aangetrokken in de rol van de jonge Michael, patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis voor moeilijk opvoedbare jongeren die een kat-en-muisspelletje speelt met de psychiater die hem moet ondervragen over de mysterieuze verdwijning van zijn therapeut. Simpel gezegd: hij kan zich helemaal uitleven (en als we dat nog niet in de gaten hadden, dan zegt verpleegster Catherine Keener het nog wel een paar keer: „Hij is volkomen onvoorspelbaar.”) Een fijne rol voor een acteur zo manisch als Dolan dus.

Hoewel Michael ogenschijnlijk in het beklaagdenbankje zit, is hij aanvankelijk degene die de kaarten in handen heeft – denk Edward Norton in Primal Fear. Is hij knettergek, een geniale psychopaat of volkomen normaal? Feit is dat hij meer weet dan goed voor hem is.

Elephant Song zit ook vol met thema’s en motieven die Dolan in zijn eigen films onderzoekt: moedercomplexen en misschien wel -moord. Het is een beetje alsof hij zelf een film heeft gemaakt, zonder er zelf helemaal verantwoordelijk voor te zijn. Dat de film ooit een toneelstuk was, blijkt nog steeds uit de sterke hang naar dialoog. Er is eigenlijk niets wat we niet via tekst gecommuniceerd krijgen, hoeveel kille blauwe sixtiestinten er ook op de in widescreen uitgestrekte ziekenhuisgangen zijn gesmeerd.

Het is vooral te danken aan het acteerduel tussen Dolan en Bruce Greenwood als instellingshoofd Dr. Green dat de film z’n spanning niet verliest.