Man, vrouw en wildernis

De natuur heeft andere lessen voor man en vrouw

De wildernis. Daar trok de profeet zich vroeger terug om zich te bezinnen, met engelen en demonen te worstelen, visioenen te krijgen en het gegroeide inzicht in stenen tafelen te beitelen. God kwam tot Mozes, Jezus en Mohammed in de woestijn. Daar ervaart de mens het sublieme: onze kleine plek in de grootsheid van de schepping.

Maar in de huidige film komt de man er niet langer tot diepe gedachten, laat staan dat hij de natuur in arrogante Robinson Crusoe-stijl naar zijn hand zet. De wildernis is nu de plek waar de autonome man en zijn heroïsche illusies falen. Denk aan Werner Herzogs Grizzly Man, waar een solitaire dierenfanaat berenvoer wordt, aan Tom Hanks die op een onbewoond eiland tot waanzin vervalt in Cast Away, aan eenling James Franco die zijn eigen arm moet amputeren in 127 Hours, aan Into the Wild, waar idealist Emile Hirsch verhongert in Alaska, of aan All is Lost, waar de stoere zeezeiler Robert Redford alles wat mis kan gaan ook mis ziet gaan. Een minitrend waar oude mannen uit wandelen gaan om hun leven te overdenken – Martin Sheen in The Way, Robert Redford en Nick Nolte straks in A Walk in the Woods – serveert dezelfde boodschap. Namelijk: de wildernis leert de man dat hij het niet alleen kan, anderen nodig heeft, afhankelijk is.

Opmerkelijk genoeg leren filmvrouwen in de wildernis tegenwoordig exact het tegenovergestelde: dat ze vrij, zelfredzaam en onafhankelijk zijn. In de ruige natuur verlossen ze zich van mannen, conventies, verwachtingen en trauma’s. In de strijd met de eenzaamheid en de elementen gaan ze in zichzelf geloven, worden ze sterk. Dat geldt voor astronaut Sandra Bullock in Gravity, voor Cheryl (Reese Witherspoon) in Wild en ook voor Mia Wasikowska die in Tracks als Robyn Davidson met vier dromedarissen en een hond anno 1975 ruim 3.200 kilometer Australische outback doorkruiste. Want voor Cheryl Strayeds zelfhulpbijbel Wild formuleerde Davidsons bestseller Tracks als eerste het moderne ideaal van de vrouwelijke nomade.

Het zijn niet de enige vrouwen op filmexpeditie. De Berlinale opende dit jaar met Nobody Wants the Night, waar de historische poolreiziger Josephine Peary (Juliette Binoche) in 1908 haar man achterna reist richting Noordpool en met een Inuit-vrouw strandt in een iglo. Werner Herzog, bekend van films over extremisten – zeg Klaus Kinsky – die worstelen met de natuur, vertoonde zijn eerste film met een heldin in de hoofdrol: Queen of the Desert over archeologe Gertrude Bell (Nicole Kidman), die begin vorige eeuw in de ban raakte van het bedoeïenleven en tot een vrouwelijke Lawrence of Arabia uitgroeide.

Beide films zijn matig ontvangen, maar de trend is onmiskenbaar: zoals Thelma & Louise (1991) een kwart eeuw geleden het mannelijke monopolie op de roadmovie brak, zo is het nu de beurt aan vrouwen om wijsheid te vinden in de woestijn. Mannen kunnen intussen beter met de pantoffels bij de haard blijven: hun biedt de natuur tegenwoordig vooral deceptie en dood.