Het wachten is op selfie met Dokwerker

Koningin Wilhelmina schonk Amsterdam als dank voor de Februaristaking het devies ‘Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig’. Vandaag herdenken we die staking van februari 1941, het eerste openlijke verzet tegen de Jodenvervolging door moedige Amsterdamse arbeiders. Tegen de tijd dat deze krant uitkomt, staan hopelijk, net als ieder jaar, de belangstellenden al rijen dik rondom het beeld van de Dokwerker. Voorzover subjectieve waarneming enige geldigheid heeft, lijkt het met het herdenken van de Tweede Wereldoorlog niet slecht gesteld in Nederland. Naar de diverse herdenkingen, vooral op 4 mei, komen ieder jaar mensen van alle leeftijden en vele achtergronden, en niet uitsluitend degenen voor wie oorlog en verzet direct verbonden zijn met de geschiedenis van hun familie. Politici laten zich zien, maar zonder een opzichtig propagandistisch doel. Allochtone medeburgers komen weinig, maar zij zijn niet geheel afwezig. Je kunt zeggen dat Nederland bij herdenkingen even zijn verdeeldheid vergeet. Die indruk wordt bevestigd door een studie uit 2011. Toen liet de NJR (orgaan van de nationale jeugdorganisaties) een onderzoek doen onder bijna 900 jongeren, waaruit bleek dat 90 procent bij de term oorlog spontaan denkt aan de Tweede Wereldoorlog en 83 procent het belangrijk vindt dat wij in Nederland die oorlog herdenken. Allochtone jongeren kennen de geschiedenis minder; voor hen heeft WO2 ook minder verdrietige associaties, maar er is geen aanwijzing dat zij negatief tegenover herdenken staan. Uit alles blijkt dat herdenken nog steeds deel uitmaakt van de Nederlandse cultuur.

Alleen, waar hebben we het over als we herdenken? Voor de hand ligt het om eerst de feiten te herdenken, wat het betekende en nog betekent: de moed van enkelen, het tragische lot van velen. Feiten die zelden eenduidig zijn. In het geval van de Februaristaking is jarenlang de rol van de communistische beweging ontkend. Dat letterlijke her-denken, opnieuw denken aan de gebeurtenissen, raakt met het verstrijken van de tijd op de achtergrond. Steeds minder is er behoefte aan abstracte termen zoals ‘bevrijding’ en ‘herwonnen vrijheid’. Herdenken doen we nu het liefst door het onzegbare en onvoorstelbare te gieten in verhalen van individuen, mensen zoals wij die de goede keuzes maakten of juist werden vermalen door de geschiedenis. Hoe concreter het verhaal, hoe makkelijker de identificatie en het herdenken. Daarnaast ontstaat, in een poging tot actualisering, een uitbreiding van het her-denken naar andere slachtoffers en andere oorlogen. Holocaust en Tweede Wereldoorlog zijn uniek, maar slachtoffers, bevrijding en vervolging komen ook elders voor en verdienen (evenveel) aandacht. Vandaar is het een kleine stap om her-denken om te buigen naar wat iedere aanwezige zou hebben gedaan in vergelijkbare omstandigheden. Dat is herdenken in het ik-tijdperk: niet de persoonlijke verhalen van slachtoffers en redders, maar de vraag naar wie wij zijn. Herdenken draagt een vleugje narcisme in zich. Het wachten is op selfies met de Dokwerker.

Uit de NJR-studie blijkt dat slechts 6 procent van de jongeren van de Februaristaking heeft gehoord. Het is de vraag hoe erg dat is, als herdenken zo ingeburgerd is. Maar juist nu alles zo om het persoonlijke gaat, moet er aandacht zijn voor complexe motieven. De Februaristaking draaide niet alleen om de moed van individuen om de Jodenvervolging aan de kaak te stellen, maar ook om politieke doelen. Loonsverhoging werd gekoppeld aan vrijlating van honderden opgepakte Joden. ‘Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig’ sloeg dus niet alleen op de Jodenvervolging of het verzet tegen de Duitsers. Her-denken betekent tevens beseffen hoe ingewikkeld heldendom is.