Het put je uit, je inzetten voor een situatie zonder eindpunt

In een aftands kantoorpand in Amsterdam wonen uitgeprocedeerde asielzoekers. De actiegroep Wij Zijn Hier probeert de tijdelijke locatie op te fleuren. Hoe het leven vorm krijgt als een staat van tijdelijkheid definitief wordt.

Illustratie Jenna Arts

Het Vluchtgebouw, een gekraakt kantoorpand in Amsterdam NieuwWest, heeft geen welkomstbalie. Het heeft niet eens een echte voordeur. De gevel is grauw, het is van buiten lang niet opgeknapt. Sinds afgelopen zomer wonen er ongeveer zestig asielzoekers die voor een groot deel niet in Nederland mogen blijven en ook niet terug naar hun land van herkomst kunnen, bijvoorbeeld omdat ze geen paspoort hebben.

Er zijn nu zes „vrolijke zaterdagen”, waarop vrijwilligers worden uitgenodigd om iets te doen dat het leven in het gebouw aangenamer maakt.

De initiatiefnemer is Rikko Voorberg, theoloog en betrokken bij Wij Zijn Hier – de naam waaronder een groep vluchtelingen al ruim twee jaar actievoert tegen het vluchtelingenbeleid. Voorberg wil de kloof tussen vluchtelingen en anderen kleiner maken.

Eigenlijk zou er een camping openen in het Vluchtgebouw. Er zouden mensen van buiten een nachtje komen logeren in een tent. Voorberg: „Om te ervaren hoe het is om op zo’n plek te leven en om kennis te maken met de vluchtelingen.” Dat plan kon niet doorgaan. De gemeente hield het tegen vanwege de veiligheidsrisico’s.

Voorberg organiseert de bijeenkomsten bewust in de vastenperiode, de tijd na carnaval waarin christenen onder meer soberder leven en de tijd die volgens hem steeds meer wordt gezien als een „periode van bezinning”. „Wij zijn vaak opgegroeid in vrede en kunnen ons meestal niet voorstellen hoe het is om met zo veel onzekerheid te leven over de toekomst.”

Op de eerste zaterdag is er van gevonden pallets een lange tafel gebouwd, waar een groot deel van de bewoners en de gasten aan kunnen zitten. Komend weekend wordt het pand schoongemaakt en de week erna „gedecoreerd”. Er komt ook nog een soort wellnessdag. Welke vorm de bijeenkomsten precies hebben, hangt ook af van wie zich ervoor opgeven en wat vrijwilligers willen bijdragen.

Ilhaam Awees (30) is één van de bewoners. De buitenwereld denkt volgens haar dat vluchtelingen op de een of andere manier georganiseerd zijn. „Dat we een gemeenschappelijk agenda hebben.” Maar bijna niets verloopt volgens een schema omdat elke vorm van toekomst onzeker is. Het leven spoelt over de bewoners heen.

Awees zit op een bank in een gemeenschappelijke ruimte en kijkt hoe vijftien mensen, van wie het grootste deel vrijwilligers, aan de tafel bouwen. Met boren en hamers die een van hen meenam. Zelf heeft Awees gekookt voor het avondeten met andere bewoners en vrijwilligers. „Van geld en spullen die we hebben gekregen.”

Je zou de ruimte waarin we ons bevinden de huiskamer kunnen noemen, maar dat klinkt gezelliger dan het eruitziet. Het is nogal groot, je kunt de kantoortuin gemakkelijk voor je zien, er is geen inrichting en het wordt door tl-buizen verlicht. Op een witte, leren bank in de hoek verzamelen mensen zich altijd, omdat het de enige plek met wifi is.

In het Vluchtgebouw lijkt alles gemaakt voor het moment. Het slaapgedeelte wordt met gekleurde doeken afgescheiden van de gang. Er is geen inrichting, wat er wél is dient meestal een praktisch doel.

Een man met steil, zwart haar, gevlucht uit China, is in de war. Hij sliep in een badkamer die een paar vrouwen nu willen gebruiken als doucheruimte. „Kun jij iemand bellen?” vraagt hij aan een van de vrijwilligsters, een jonge illustrator die net is gaan zitten om uit te rusten van het timmeren. Dat kan ze niet. Niemand kan dat eigenlijk. Want een leider is er niet.

Een deur zonder slot

Er zijn ongeveer zestig vrijwilligers die regelmatig langskomen om te helpen bij initiatieven als Wij Zijn Hier, schat meubelmaker Tessa Hendriks. Vandaag maakt Hendriks een buitendeur van hout. Zonder slot, want dan moet je zestig sleutels bij laten maken – te duur.

Tijdens het eten komen er meer bewoners om de tafel, nog zonder poten, zitten. Eten jullie vaak samen, vraagt een vrouw aan een man van ongeveer dertig. Dit is voor het eerst, antwoordt hij.

Weer naar huis

Wat doe je op een dag als je geen eigen geld hebt, omdat je niet mag werken en als je niet weet waar je morgen woont?

Niet veel, volgens bewoonster Awees. „Rondhangen in het gebouw. Hardlopen. Nederlands leren.” Zij heeft misschien het drukste schema. Awees, die het Nederlands goed beheerst, is de schakel tussen het Vluchtgebouw en de buitenwereld; ze leidt pers en de politiek rond.

De meeste vrijwilligers zijn vandaag gekomen, omdat het onzekere leven van de vluchtelingen hen aangrijpt. Ze willen laten merken dat ze meeleven. En ze zijn er ook voor zichzelf: omdat ze willen leren wat deze mensen doormaken, omdat ze verhalen over ze willen schrijven of vertellen.

Je kunt nooit helemaal begrijpen wat het met je doet om zo onzeker te leven, zegt Hendriks. „Aan het einde van de dag ga je weer naar huis.”

Hendriks is vaker betrokken geweest bij projecten voor vluchtelingen. Daar zag ze dat veel vrijwilligers na een poosje, soms tijdelijk, afhaken. „Het put ook uit, je inzetten voor een situatie zonder duidelijke oplossing.”

Inhumaan: dat is het woord dat steeds wordt gebruikt als het over de groep uitgeprocedeerde vluchtelingen gaat die door de stad zwerven. Ilhaam Awees gebruikt dat woord ook vaak.

Het lijkt ook moeilijk, om te leven zonder duidelijkheid over de toekomst. Maar in het Vluchtgebouw zie je hoe het leven vorm krijgt als een staat van tijdelijkheid definitief wordt, als het de realiteit is. Hoe vluchtelingen dansen, voetballen, grappen maken met elkaar. Het heeft iets dubbels, dat vrijwilligers het Vluchtgebouw nu gezellig proberen te maken. Want uiteindelijk moeten ze er weg. Hendriks: „Je kunt ook niets doen, dan gebeurt er niets.”