Het lijkt ingewikkeld maar is heel handig

Beter een kunsthand dan een onbruikbare hand, dachten drie Oostenrijkse mannen. Ze lieten hun hand afzetten. Met hun nieuwe, bionische hand, kunnen ze weer koffiezetten.

Drie Oostenrijkse mannen hebben hun verlamde hand laten amputeren en gebruiken nu een bionische hand. Ze kunnen daarmee, gestuurd vanuit het brein via spierprikkels, bijvoorbeeld koffie inschenken, een sleutel omdraaien en een mes hanteren. Om de signaaloverdracht tussen hersenen en prothese te garanderen is bij twee van de drie patiënten een stuk dijbeenspier naar de onderarmstomp getransplanteerd.

De bijzondere ingreep wordt vandaag beschreven in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. De ingreep kan een vrij vaak voorkomende handicap na een ernstig ongeluk verhelpen. Bij een val op hoofd en schouder worden die twee soms zo ver uit elkaar geduwd dat niet alleen de schouderbotten breken, maar ook de zenuwen afscheuren die vanuit de nek naar de arm lopen.

Bij de drie Oostenrijkse mannen gebeurde dat door ongelukken bij het bergbeklimmen en motorrijden. Het is ook een beruchte slechte afloop bij rugby en American football. De hele arm en hand zijn dan verlamd.

Aardappelrooimachine

Vaak kunnen neurochirurgen de gescheurde zenuwbundel zo ver herstellen dat de schouder en elleboog weer ‘bediend’ kunnen worden, maar het herstel van de fijnmotoriek van de hand is moeilijker. Bij de drie mannen was dat mislukt. Daar hebben ze 2, 10 en 17 jaar mee geleefd. Spieren die ooit de hand bedienden, verdwijnen dan.

De bionische hand die de Weense chirurgen aanmaten is een bestaande prothese, de Duitse Myobock Hand. Die is geschikt voor mensen die bijvoorbeeld door een ongeluk met een motorzaag of in de aardappelrooimachine hun onderarm zijn kwijtgeraakt. De prothese schuift over de stomp van de onderarm en pikt de signalen voor zijn beweging op uit de overgebleven spieren.

Er moet wel een signaal zijn

De signaaloverdracht tussen spieren en prothese is de belangrijkste beperking voor geavanceerde bewegingen van zo’n handprothese. In principe zijn de motoren en regelelektronica tegenwoordig klein genoeg om veel bewegingen te kunnen maken. Er moet echter een duidelijk elektrisch signaal uit de spier zijn voordat de huidelektrode van de prothese die kan oppikken. Er zijn tegenwoordig elektroden die geïmplanteerd worden en direct zenuwcontact maken, maar dat is nog experimenteel.

Bij deze drie mannen waren zenuwen en spieren een probleem. De zenuwen in de schouder waren afgescheurd geweest en gedeeltelijk hersteld. Door het langdurig niet gebruiken waren de spieren in de onderarm verdwenen. Dat is eerder opgelost door bestaande zenuwen aan andere spieren te koppelen. Bijvoorbeeld in de borstkas. De prothese moest dan zijn signaal daarvandaan halen. De Oostenrijkse chirurgen kozen voor een spiertransplantatie uit het dijbeen naar een werkende zenuw in de arm.