Het is nooit te laat om platen te draaien

Ze zou je moeder kunnen zijn, maar dan wat vreemder. En muzikaler waarschijnlijk. Marcelle van Hoof (52) reist de wereld over en verdient haar geld sinds kort als dj.

foto Bob van der Vlist

Vrijdagnacht, 1.45 uur. Terwijl het buiten miezert met temperaturen rond het vriespunt, is het dampend warm in de middelgrote club Helsinki in Zürich, pal naast station Hardbrücke in de hippe wijk Kreis 5. Een diepe bas dreunt door de ruimte, plots komen er Arabische klanken overheen, dan weer dierengeluiden. Het publiek, variërend van bebaarde jongens in geruit hemd tot mannen in pak, danst uitbundig. Op het kleine podium staan drie pick-ups te draaien, bediend door een vrouw van in de vijftig.

Vraag het publiek waarom ze hier vanavond zijn en je krijgt telkens hetzelfde antwoord: voor dj Marcelle. „De schräge (vreemde, red.) dj uit Amsterdam”, zegt Micha Ringger die een uur met de trein heeft gereisd om naar Zürich te komen.

Nog nooit van DJ Marcelle gehoord? Niet zo vreemd, want in Nederland treedt ze maar een paar keer per jaar op – dat ze volgende week drie avonden in het Frascati Café in Amsterdam staat, is een uitzondering. De 52-jarige Marcelle van Hoof heeft de afgelopen jaren in stilte, geheel buiten de gebaande paden om, carrière gemaakt als live dj. Zonder booking agent of boekhouder slaagt ze erin de boel draaiende te houden. En dat gaat goed. Onlangs verscheen haar vierde plaat bij het Duitse label Klangbad. Het afgelopen jaar had ze optredens in New York, Parijs, Barcelona en Berlijn.

Ze was als klein kind al met muziek bezig. „Met punk en dub”, vertelt Van Hoof in haar appartement in Amsterdam-West. De boekenkasten tegen de paars, oranje en geel geverfde muren staan vol platen. Zo’n 20.000, schat Van Hoof. De geboren Maastrichtse is op haar vijftiende wees geworden. „In punk vond ik troost. Punk zegt: zoek je eigen weg. Dub leerde me te experimenteren met klank en het mengpaneel. Dat doe ik nog steeds.” Na twee afgebroken studies, politicologie en Engels, is ze de journalistiek ingerold. Ze schreef onder meer voor muziektijdschriften en draaide af en toe live. Daarnaast heeft ze al zo’n dertig jaar een online radioshow: Another Nice Mess. De omslag naar de muziek verliep geleidelijk. Ze draaide meer, kreeg daar na verloop van tijd ook voor betaald en maakte de overstap. Inmiddels heeft ze geen andere baantjes meer, ze kan al een aantal jaar rondkomen van het geld dat ze verdient met haar dj-carrière. Zo nu en dan mist ze de journalistiek, maar er is geen tijd meer om te schrijven.

Ze staat op, haalt haar goudhamster uit de kooi en stopt hem in een blauw, plastic balletje. Terwijl ‘Genau’ over de vloer rolt, laat Van Hoof haar drie pick-ups en twee mengpanelen zien. Dat haar hamster een Duitse naam heeft, is geen toeval. Van Hoof is in het Duitse taalgebied extra populair. In clubs in Berlijn, Zürich en Wenen is ze ‘resident dj’. Als ze Nederlands spreekt, glipt er niet zelden een Duits woord of een germanisme doorheen. Van Hoof spreekt vloeiend Duits, dat moet wel, want ze onderhandelt zelf met de programmeurs van de clubs, een boekingskantoor heeft ze niet.

Waarom doe je alles zelf?

„ Ik wil niet dat er iemand anders besluit waar, wanneer en voor hoeveel geld ik optreed. Als ik een aanvraag krijg, wil ik weten hoeveel mensen er ongeveer komen, en wat de entree en het budget zijn. Aan de hand daarvan bepaal ik mijn tarief. Dat kan variëren van enkele honderden tot iets boven de duizend euro per optreden. Het heeft ook wel nadelen, hoor, dat ik het allemaal zelf doe. Ik haat het bijvoorbeeld om na een optreden achter mijn geld aan te moeten zitten. Daarnaast denk ik dat ik met een agent op plekken zou moeten draaien alleen voor het geld. Natuurlijk moet ik ervan leven, maar het gaat er voor mij om dat ik de vrijheid heb om kunst te maken die iets te vertellen heeft.”

Je vindt jezelf meer een kunstenaar dan een entertainer?

„Zeker, ik zie mezelf niet in de eerste plaats als entertainer. Dat zou betekenen dat ik doe wat mensen van me verwachten en daar heb ik nou juist een hekel aan. Als je muziek wilt horen die je al kent, dan blijf je maar thuis om het daar te luisteren.

Beatmatching is ook zoiets, het is een heilige regel dat de beat van het ene nummer naadloos moet overgaan in die van het volgende nummer, zodat het publiek lekker de hele avond dezelfde danspasjes kan blijven doen. Ik doe het wel hoor, en natuurlijk maak ik dansbare muziek, maar ik ben niet bang om het een keer niet te doen. Om het publiek even wakker te schudden en uit zijn comfortzone te halen. Contrast is juist heel leuk, je eet bij een maaltijd toch ook niet twintig keer hetzelfde ingrediënt achter elkaar?”

Hoe komt het dat de meeste Nederlanders jou niet kennen?

„Aan de ene kant is het gewoon zo gegaan. Aan de andere kant staat het buitenlandse publiek misschien meer open voor dingen die ze niet kennen. Nederland is toch vooral het land van de gezelligheid. Het moet vertrouwd en ‘ouderwets’ klinken. Ik ben continu op zoek naar vernieuwende muziek. Ik probeer het publiek een stapje voor te zijn. Een set thuis instuderen doe ik nooit, het verrassingselement is voor mezelf ook belangrijk. Er zit een risico in, maar de kans dat het mis kan gaan is part of the fun voor mij.”

Je bent 52 en draait wekelijks voor mensen die 20 à 30 jaar jonger zijn. Houdt dat je jong?

„Ik denk niet dat het iets speciaals met me doet. Leuk is het natuurlijk wel. ‘Was mijn moeder maar zoals jij’, hoor ik af ten toe. Daar kan ik om lachen, maar ik zie het vooral als teken dat ik goed bezig ben, het betekent dat ik niet op safe speel.”

Sta je over dertig jaar nog altijd achter de draaitafels?

„Ja, mits het geen gimmick wordt. Ik heb alle vrijheid en voor mij is dit mijn absolute droombaan, maar mensen moeten altijd naar mijn optredens komen vanwege mijn muziek, niet omdat er een grappig omaatje achter de draaitafels staat. Op het moment dat ik mezelf niet meer vernieuwend vind, dat het een trucje wordt, ga ik stoppen. Maar dat is voorlopig nog niet.”