Glamorous? Een model is ook maar gewoon een zzp’er

Vandaag begint de fashion week in modemekka Milaan. Modellen paraderen in de allerduurste kleren over de catwalk. Zelf worden ze er niet altijd rijk van. Wie komen er voor hún belangen op?

Modellen van over de hele wereld bevolken vanaf vandaag de catwalks in Milaan. Daar begint de fashion week, met shows van grote merken als Gucci, Prada, Versace en Armani. De kleding die de modellen dragen is voor de meeste mensen niet te betalen. Voor het model zelf waarschijnlijk ook niet, soms houdt ze zelfs helemaal niets over aan het lopen van een show.

Wie zich vergaapt aan het langbenige leger dat over de catwalk paradeert, realiseert zich misschien niet dat hij niet alleen maar naar modellen kijkt. Hier lopen ondernemers.

Door televisieprogramma’s als Holland’s Next Top Model krijg je een vertekend beeld van de modellenwereld. Het idee dat je een contract krijgt bij een bureau is een mythe. Touché, Wilma Wakker, Max Models, Paparazzi, Future Faces: geen van deze bureaus werkt met een garantie- of arbeidscontract. Een bureau kan namelijk geen garanties geven voor het aantal opdrachten of de hoogte van de vergoeding.

„Je kunt niet in een glazen bol kijken om te zien of een model een gecontracteerd bedrag wel gaat terugverdienen”, zegt Astrid van den Worm van Future Faces Model Management. Er wordt daarom een dagprijs afgesproken, de hoogte daarvan verschilt per opdracht.

Modellen zijn zelfstandig ondernemers. Dat betekent geen cao, geen belangenvereniging en geen arbeidsregulatie. „Als model heb je niet een eigen bedrijf, je bént je eigen bedrijf”, vertelt Eline van Uden (27). Ze is vorige maand gestopt na tien jaar modellenwerk en deed voor haar masterscriptie Gender Studies aan de Universiteit Utrecht onderzoek naar de kwetsbare arbeidssituatie van modellen.

Modellen zijn geen ‘gewone’ zzp’ers, bleek ook uit haar onderzoek. „Een model handelt in haar uiterlijk, een agent of bureau verkoopt dat aan een modeklant”, legt Van Uden uit. Een modellenbureau is eigenlijk in dienst van het model, niet andersom. Een model betaalt het bureau ook, door een fee af te dragen. In Nederland is dat standaard zo’n 20 procent van de bruto inkomsten van het model. Tegelijkertijd zijn modellen afhankelijk van hun bureaus, omdat die de directe contacten hebben met de klanten in de mode-industrie.

Ze kunnen wel wat hulp gebruiken

Modellenwerk klinkt als een droombaan met verre reizen, roem en mooie kleren. Maar fysiek, emotioneel en zakelijk is het zwaar. Van Uden: „Ik was net achttien, kwam vers uit de provincie en had nog nooit gevlogen toen ik met een team op het vliegtuig naar India werd gezet.” Ze zou willen dat er meer bescherming zou komen voor kwetsbare, jonge meiden. Bijvoorbeeld in de vorm van arbeidsregulatie, toezicht of een belangenvereniging. Zo heeft de New Yorkse Sara Ziff, model en arbeidsactivist, met haar organisatie The Model Alliance voet aan de grond gekregen in de modewereld. „Ziff zet zich in voor betere arbeidsvoorwaarden, financiële transparantie en een gedragscode voor de mode-industrie.”

Het probleem is dat modellen – net als veel andere zzp’ers – geen georganiseerde groep zijn, volgens Van Uden. Bovendien is het voor modellen moeilijk om zich lokaal te organiseren, omdat het werk de landsgrenzen overschrijdt.

Toch zou een onafhankelijke, overkoepelende organisatie in Nederland veel kunnen betekenen. Nederland is volgens Van Uden geen grote partij op het gebied van mode, maar het aanbod van Nederlandse modellen is groot én geliefd.” Als modellen zich organiseren, kunnen ze als collectief goede afspraken maken met buitenlandse bureaus. „ Dat versterkt de concurrentiepositie.”

Bureaus met dubbelrollen

Hoe denken de modellenbureaus zelf over belangenorganisaties? Martin Robbe van Wilma Wakker Model Management denkt dat het niet zal werken. Er zijn volgens Robbe wel diverse pogingen geweest om zoiets uit de grond te stampen, „maar het is nooit gelukt. Ik maak het al dertig jaar mee dat geouwehoer, het werkt niet”.

Modellenbureaus hebben pogingen gedaan om zich te verenigen om de belangen van modellen te behartigen, maar er zijn te veel verschillende partijen met uiteenlopende belangen. Freek Koster, directeur van Touché en Future Faces Model Management, zegt dat goede begeleiding door een modellenbureau en een gespecialiseerde accountant voor een model het belangrijkste zijn.

Fransien Telman, business manager bij Paparazzi (het moederbureau van Doutzen Kroes), is wél een voorstander van meer bescherming voor modellen. „Als bureau zijn wij eigenlijk voortdurend een soort cao aan het verdedigen.”

Bij elke opdracht wordt opnieuw onderhandeld over de voorwaarden: de betaling, het aantal uren en het gebruik van de foto’s. Er is geen standaardbedrag te noemen wat een model verdient voor een dag werk, omdat modellenwerk daar te divers voor is. „Als er een cao zou zijn, zou ons dat werk schelen”, zegt Telman. Ook Astrid van den Worm van Future Faces zou het goed vinden als er een belangenvereniging zou bestaan. „Voor modellen is het lastig om voor zichzelf op te komen. Als bureau kun je maar tot op bepaalde hoogte invloed uitoefenen op een klant als het gaat om gebruik van foto’s of betaling.”

Over de strategische opbouw van de carrière en de begeleiding zijn alle grote bureaus het wel eens: er gaat in het begin altijd iemand mee naar het buitenland en er wordt stapsgewijs gekeken welke opdrachten bij welk model passen. „Ik heb intensief contact met onze modellen”, vertelt Astrid van den Worm. „We appen constant en ik weet wie hun vriendje is. We gaan mee naar het buitenland en we hebben contact met de ouders.”

De jongste meisjes die worden gescout zijn dertien, veertien of vijftien jaar oud, dat verschilt per bureau. Ze worden gedurende hun middelbare schooltijd begeleid. „We bouwen het heel rustig op, één keer in de drie maanden een testshoot”, zegt Martin Robbe. Er wordt veel in talent geïnvesteerd. Robbe: „Als ze puistjes hebben sturen we ze onmiddellijk naar de dermatoloog als dat nodig is. Dat schieten wij allemaal voor.”

Handje vasthouden

Touché pakt het helemaal groot aan. Het bureau verzorgt het begeleidingstraject binnenshuis in het vijf verdiepingen tellende pand aan het Amsterdamse Vondelpark. „Hier komen de meiden voor kookles, we leren ze hoe ze gezond moeten eten”, zegt Freek Koster, directeur van modellenbureau Touché. „Je kunt ons traject het beste vergelijken met de coaching van een topsporter”, zegt Koster.

En dan zijn er nog de eetstoornissen, waar veel modellen mee zouden kampen. Hoe gaan de bureaus daarmee om? De meeste Nederlandse bureaus zeggen er weinig tot niet mee te maken te krijgen. „Broodje aap verhaal”, zegt Martin Robbe. „Iedereen wordt steeds dikker, daarom lijken die meiden steeds dunner.” Als een meisje moet afvallen wordt ze volgens Robbe begeleid door een diëtiste. „Als ze dreigt door te slaan, wordt dat direct onderkend en is er professionele hulp.”

Horrorverhalen zijn er genoeg over de modellenwereld. Bolletjes katoen eten om een vol gevoel te krijgen en dan nog op een centimeter heupvet worden afgewezen. Overdag leven van water en sla en ’s avonds lijntjes coke snuiven met miljonairs. Zo extreem lijkt het in Nederland vaak niet. Van Uden: „Je moet 24/7 met een gezonde levensstijl bezig zijn, je lichaam is je bron van inkomsten.” Het blijft volgens Van Uden moeilijk om een balans te vinden tussen de gestelde eisen en je eigen gezondheid, en daar kunnen de modellen best wat hulp bij gebruiken.