En dan is het nu tijd voor een ander verhaal

Het Kremlin en IS hebben een flinke propagandamachine. Tijd, vinden EU en NAVO, voor enige contrapropaganda. ‘Gehersenspoelde’ Russen en jihadisten moeten op andere gedachten worden gebracht.

Illustratie Roel Venderbosch

Op de hoofdkwartieren van de EU en de NAVO maken diplomaten zich grote zorgen. Grote zorgen over de ‘effectieve propaganda’ van Rusland en IS. Propaganda waar het Westen geen antwoord op heeft.

Want wie controleert die verhalen? Wie vertelt het beste verhaal? Of, zoals ze in Brussel zeggen: Who is in control of the narrative?

Wij in ieder geval niet, zeggen de diplomaten in Brussel.

„Als we niks doen verliezen wij het van ‘Kremlin-tv’ en ‘Facebook-jihadi’s’”, zegt een Brusselse diplomaat, gespecialiseerd in Europese defensie.

Kremlin-tv, daarmee bedoelt die diplomaat bijvoorbeeld de Russische nieuwszender Russia Today. Een zender die ook in het Engels uitzendt, wordt gefinancierd door het Kremlin en die internationaal miljoenenbereik heeft. Als de Russische president een toespraak houdt over de oorlog in Oekraïne, dan zegt hij: „Europa en de Verenigde Staten zijn verantwoordelijk voor die oorlog.”

En als hij vertelt hoe de Oekraïense oorlogshandelingen hem doen denken aan ‘de nazi’s’, dan zoomen de Russia Today-camera’s in op ja-knikkende jonge Russen in het publiek.

En met Facebook-jihadi’s doelt de diplomaat op Islamitische Staat. IS, dat met minder financiële middelen al even effectief met krachtige videoboodschappen op internet.

De EU en het Westen slaan terug

Tijd voor de tegenaanval, vinden ze in Brussel, waar niet alleen het machtscentrum van de Europese Unie zit, maar ook het hoofdkwartier van de NAVO, het militaire bondgenootschap van Europese en Noord-Amerikaanse landen. Voor het eerst sinds het uitbreken van de Oekraïnecrisis en de opmars van IS werken beide instanties aan een eigen vorm van informatievoorziening.

Propaganda mag je het niet noemen. Dat is een ‘te besmet begrip’, zeggen ze in Brussel. Daar hebben ze het liever over counter narrative: een tegengeluid.

„Een beetje laat” geeft Jerzy Pomianowski toe, „maar er gebeurt eindelijk wat.” Pomianowski is directeur van de Brusselse denktank European Endowment for Democracy, die werkt aan een nieuw Russisch-talig ‘mediaplatform’.

„De harten en geesten van tientallen miljoenen Russen worden gevoed door een handvol Kremlingetrouwe media. Als wij vanuit Europa kunnen helpen Russisch-taligen beter te informeren, dan moeten we dat doen.”

Het ‘platform’ moet een mix worden van traditionele nieuwsvoorziening via tv, radio en internet, tot ondersteuning van onafhankelijke nieuwsproducenten in landen waar Russisch wordt gesproken. De denktank kreeg een gift van 510.000 euro van de Nederlandse regering. „Nederland wil een bijdrage leveren aan onafhankelijke nieuwsvoorziening, maar we willen niet vooruitlopen op wat het precies gaat worden”, zegt een woordvoerder van minister van Buitenlandse Zaken Koenders.

Oorlog begint in de geest, vrede ook

De NAVO heeft sinds kort een Centrum voor Strategische Communicatie, met als motto: ‘Oorlog begint in de de menselijke geest en precies daar moet ook de vrede worden gemaakt.’

Normaal gesproken houdt de NAVO zich verre van dergelijke aforistische overpeinzingen, maar dit zijn geen ‘normale’ tijden. Er woedt immers een psychologische oorlog: Rusland fabriceert mythes over de NAVO, en dat moet bijgestuurd worden. „We zijn niet uit op vergeldingsacties in een informatieoorlog met Rusland, we willen slechts zaken rechtzetten”, zegt een woordvoerder van de NAVO.

Setting the record straight, heet daarom de nieuwe NAVO-webportal, waar satellietbeelden over Russische troepenopbouw in en rond Oekraïne worden getoond. Op Twitter vindt intussen een levendig debat plaats met de hashtag #RussiaMyths.

„Het is toch een beetje de Koude Oorlog die herleeft”, zegt Bibi van Ginkel van het Nederlandse instituut Clingendael. Overheden en instellingen als NAVO en EU spelen volgens haar een belangrijke rol in het ontkrachten van mythes, maar ze moeten in het voeren van een mediacampagne „niet te zichtbaar zijn”.

De bemoeienis van de EU bij het opzetten van Russisch-talige media heeft volgens Van Ginkel dan ook alleen maar zin als het door verschillende partijen wordt gedragen. „Betrek dus ook Russische journalisten die uit frustratie vertrokken bij Kremlingetrouwe media. Het moet authentiek en geloofwaardig zijn.”

De andere uitdaging is de moslimradicalisering. Van Ginkel is blij dat politici zich „eindelijk” realiseren dat ze dat „serieus moeten aanpakken”.

Het Britse leger neemt daarbij het voortouw. De 77ste brigade van het leger bindt binnenkort de strijd aan met haatpredikers die op internet oproepen tot de gewelddadige jihad. Gezocht wordt naar 1.500 militairen met een journalistieke achtergrond en affiniteit met sociale media.

Zo gaan de EU en de NAVO dus in de tegenaanval. Maar dit is nog niet alles, zegt Pomianowski, van de EU-denktank: „Russisch-talige nieuwsvoorziening is slechts één van de plannen. Het gaat om emoties, en hoe er met emoties wordt gespeeld. We denken dus ook aan informatie overbrengen via een soap.”