Column

Een berg bezittingen

‘Weg met die troep.” Een verzuchting die vaak opduikt in mijn innerlijke monoloog. Weg met al die boeken, tijdschriften, platen, cd’s en knipselmappen waar ik nooit meer iets mee zal doen. En weg met al die onbestemde meuk – variërend van gebruikte brillen tot verouderde pasfoto’s en afgedankte schilderijen – die ik veel eerder had moeten lozen.

Maar ga er maar eens aan staan. Alleen al het vooruitzicht stemt tot moedeloze passiviteit. Ik moet mezelf troosten met de wetenschap dat ik namens legioenen andere bewaarders spreek. Mijn vrouw maakte me fijntjes attent op een artikel in Volkskrant Magazine door Bambi Bogert, een journalist die verslaafd is aan verzamelen. Hoarding, blijkt dat te heten, een psychische stoornis die officieel is opgenomen in de DSM-5, het handboek voor psychische diagnoses. Een van de belangrijkste kenmerken: aanhoudende moeite om afstand te doen van persoonlijke bezittingen, ongeacht de werkelijke waarde ervan.

Op een begeleidende foto zien we de huiskamer van zo’n hoarder: afgetrapte meubels bedolven onder stapels kranten; chaos alom. Er staat niet bij of de foto van Bogerts kamer is, maar het lijkt in ieder geval veel op de kamer van een journalist.

Ik ken nog zo’n foto. Hij staat op de achterflap van de uit 1991 stammende verzamelbundel Nico Scheepmaker over alles. Nico, toen dagelijks columnist van een aantal provinciale kranten, staat midden in zijn werkkamer, tot heuphoogte omringd door kranten, bladen en mappen.

Met die foto probeer ik mijn vrouw soms wat goedgunstiger te stemmen, zonder veel resultaat overigens. Nico was een columnist met wie ik me verwant voel, omdat hij over ‘van alles en nog wat’ schreef, of het nu kunst was, politiek, sport of media. Wie over alles wil schrijven, moet in beginsel ook alles kunnen bewaren, luidt mijn credo.

Mijn vrouw wil daar wel een eind in meegaan, maar vindt dat er grenzen zijn, vooral als je op een vrij klein oppervlak woont. Ik begrijp haar reserve en doe soms ook manmoedige pogingen tot opruiming, maar blijf zwichten voor de realiteit die mij steeds weer allerlei onmisbare zaken aanreikt.

Ik besef dat ik op mijn tellen moet passen nu ik door de DSM-5 officieel geschift ben verklaard. Wat te doen? Ook in The New York Times las ik een reportage over het verschijnsel van de ‘troep’, daar ‘clutter’ genoemd. Het komt niet alleen in Amerika, maar ook in Japan, Taiwan, Zuid-Korea en Duitsland voor, stelt de schrijver. Het komt overal voor, zou ik er graag aan toevoegen, ook onder eskimo’s, pygmeeën en mormonen; alleen onder Feyenoord-supporters en IS-strijders lijkt de bewaarzucht me minimaal.

Er kwamen veel reacties op het artikel in de NYT. Een vrouw schreef dat het haar samen met haar zus vijf maanden had gekost om het huis van haar overleden moeder op te ruimen; er was alleen al een collectie van 300 teddyberen.

Een zekere Matthew Hughes kwam met de beste, want radicaalste oplossing. Hij kreeg genoeg van zijn baan als politieke speechschrijver in Canada, koos voor het vrije schrijverschap, nam met zijn vrouw afstand van al zijn bezittingen en begon zeven jaar geleden een leven als rondreizend huisoppasser. Ze woonden al in twaalf landen en hij schreef een dozijn sf-boeken. Zijn slotzin: „Vrijheid is mij meer waard dan een berg bezittingen ooit kan zijn.”

Ik weet wat mij te doen staat. Nu nog even mijn vrouw overhalen.