De wederopstanding van ‘Charlie’

Vanochtend verscheen het eerste reguliere nummer van Charlie Hebdo sinds de aanslag in januari. Het aantal abonnees is vertwintigvoudigd.

De cover van het nieuwste nummer van Charlie Hebdo: vanaf vandaag te koop. Foto AFP

En weer staan er rijen bij de krantenstalletjes op Place de la République in Parijs. „Ik heb de laatste weken veel mensen moeten teleurstellen”, zegt de kiosquier in het metrostation onder het plein. Nu heeft hij van de eerste Charlie Hebdoin zes weken 2.000 exemplaren liggen. Zonder vragen wat de klanten deze vroege ochtend willen, reikt hij iedereen maar direct een exemplaar aan. „Ik werk op de automatische piloot vandaag.”

De oplage van het Franse satirische weekblad is net als bij de speciale editie door ‘de overlevers’ opnieuw veel hoger dan normaal (zie inzet). Het aantal abonnees is, sinds de broers Kouachi bij hun terroristische aanslag op op 7 januari de redactie decimeerden, vertwintigvoudigd, van 10.000 naar 200.000. Met zoveel nieuwe lezers is de druk groot, erkenden medewerkers in interviews. Charlie heeft traditioneel immers altijd meer vijanden dan vrienden gehad.

Al die nieuwe Charlies, zei tekenaar Luz gisteren op radiozender France Info, „kunnen een vergiftigd cadeau” blijken. „We zullen trouwe gelovigen hebben, zoals men in de religie zegt, werkelijke lezers, én anderen, tegen wie we zullen zeggen: au revoir en misschien tot spoedig.”

Terug naar de fundamenten

Beeldde hij voor de cover van de speciale editie vorige maand nog de profeet Mohammed af met de tekst ‘Alles is vergeven’, nu heeft Luz zich uitgeleefd op de meer klassieke doelwitten van het blad. Een hondje met de opgerolde krant in de bek wordt achtervolgd door een meute honden waarin onder andere Marine Le Pen, Nicolas Sarkozy en een bisschop (of is het de paus zelf?) zijn te herkennen. Verder een jihadist met een geweer in de bek en een bankier met bankbiljetten tussen de tanden. ‘C’est reparti!’, staat er: het is weer begonnen.

Luz wilde zo „terugkeren naar de fundamenten”. Dat wil zeggen: naar de linkse en anti-religieuze agenda van het blad. „Het ging over Charlie vanwege Mohammed, maar onze strijd voor het milieu, tegen kernenergie, tegen liberale politiek is nooit zoveel besproken”, zei hij vastberaden.

Toch straalt het vandaag verschenen 1178ste nummer in de eerste plaats twijfel uit, niet het minst over Charlie Hebdo zelf.

Dat begint al in de handgeschreven inleiding van Riss, de artiestennaam van de nieuwe hoofdredacteur, Laurent Sourisseau, tegen wie maar meteen een fatwa is afgekondigd. Riss memoreert dat Wolinksi, een van de op 7 januari omgekomen cartoonisten, zich al na de brandstichting op de redactie in 2011, de vraag stelde of het blad niet „te ver” was gegaan. „Alleen een oprecht mens stelt zichzelf dit soort vragen. Een moordenaar nooit”, schrijft Riss. Twijfel „is de grootste vijand van iedere religie (...) De tekenaars en redacteuren van Charlie, brengen hun tijd door met twijfel.”

Dat blijkt wel uit de strip die Cathérine inleverde. Zij liet op 7 januari de schutters binnen en probeerde hen vergeefs naar een verkeerde etage te leiden. Iedereen is Charlie, laat ze in vijf tekeningetjes zien: in de supermarkt, op straat en zelfs in de kerk duiken de woorden ‘Je suis Charlie’ op. Maar in het zesde blokje tekent ze zichzelf, zittend naast Luz, in de schaduw van politieagenten, en starend naar een leeg vel papier. ‘Ondertussen bij Charlie’, staat er boven. En in de gedachtenwolkjes: ‘Qui suis-je?’ (Wie ben ik?).

Charlie Hebdo is een wereldwijd symbool geworden. Maar de redactie heeft serieus de mogelijkheid besproken om ermee op te houden, erkende Riss tegenover Libération, de krant die asiel aan de redactie heeft verleend tot een nieuwe ‘bunker’ in het dertiende arrondissement klaar is. Terwijl sommige medewerkers geen week wilden verzaken, pleitte Luz ervoor het werk een half jaar stil te leggen. Riss: „Iedereen verwacht dat we Charlie maken, maar de mensen stellen zich niet echt de vraag hoe we er aan toe zijn.”

Enigszins pijnlijk is zijn tekening op de slotpagina: met een rotgang rijdt hij in zijn ziekenhuisbed naar beneden, het potlood in de hand. ‘Waarom we Charlie voortzetten’, staat er boven. „Omdat we de remmen niet gevonden hebben”, schreeuwt de patiënt.

De redactie van het tot voor kort noodlijdende weekblad zwemt opeens in het geld: meer dan tien miljoen euro werd verdiend met het speciale nummer dat na het bloedbad verscheen. („Een nachtmerrie, die miljoenen”, grapte columnist Patrick Pelloux in Le Monde. „Dat kan onze dood worden.”) Daarnaast kwamen miljoenen aan giften binnen, vooral voor de nabestaanden.

Maar de problemen zijn niet voorbij. Het blijkt vooral lastig nieuwe medewerkers te vinden. In dit nummer debuteren de 47-jarige Algerijn Ali Dilem en de 69-jarige René Pétillon, die de laatste jaren vooral tekende voor Charlie-concurrent Le Canard enchaîné. „Eerlijk, wie heeft er zin om te strijden voor de blasfemie, wie heeft zin om de godsdienstigen uit te dagen, als dat er toe leidt dat je 24 uur per dag door tien agenten bewaakt moet worden”, vraagt Riss zich in zijn hoofdredactioneel commentaar af. „Niemand”, is zijn antwoord.