Buitenlandse ‘haatimams’? Nederlanders preken ook zo

Zinloos om buitenlandse imams tegen te houden als ook Nederlandse sprekers zo’n orthodoxe boodschap hebben, vindt Maarten Zeegers.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Het benefietgala van stichting Rohamaa voor de slachtoffers van de oorlog in Syrië is afgelast. ‘Gelukkig maar’, riepen degenen die in het evenement een directe dreiging voor de rechtsorde meenden te zien. In werkelijkheid is het vooral sneu. Sneu voor de jongens die de benefiet hebben georganiseerd. Sneu voor de mensen in Syrië die alle hulp hard nodig hebben.

Rohamaa is een charitatieve instelling met projecten in het Midden-Oosten van Marokko tot Syrië. Het is een islamitische organisatie met een door het salafisme geïnspireerde achterban. We hoeven niet moeilijk te doen: orthodoxe moslims hebben een waardepatroon dat op bepaalde punten botst met de kernwaarden van een seculiere samenleving. En dat mag. Nederland is een pluralistische maatschappij waar iedereen het recht heeft op een eigen levensvisie.

De afgelopen jaren organiseerde Rohamaa meerdere liefdadigheidsevenementen. Mannen en vrouwen verblijven in gescheiden ruimtes en er zijn vlaggen en goodies te koop die doen denken aan islamitische strijdgroepen. In de kern zijn het echter gewone benefieten: lezingen over liefdadigheid, collectes, verkoop van boeken, donatieformulieren en veilingen van T-shirts. Alles overgoten met een islamitisch sausje, maar zo is de achterban van deze organisatie.

Dit jaar had Rohamaa besloten om een aantal imams uit het buitenland te laten komen om het evenement in Rijswijk extra cachet te geven. Aanvankelijk kregen de genodigden een visum. Totdat de media er lucht van kregen. De Telegraaf beet zich vast in het onderwerp. Het hele populistische vocabulaire werd opengetrokken. Jjihadgala’s, haatpaleizen, etcetera. De imams zouden banden hebben met al-Qaeda en hun gif willen injecteren in de Nederlandse samenleving. Op de golf van kritiek surften politici van VVD, CDA en D66 mee. ‘Wat een schande dat dit allemaal kan in Nederland’, riepen ze. Uiteindelijk besloot minister Koenders de inreisvisa in te trekken om ‘de openbare veiligheid te bewaren en radicalisering tegen te gaan.’ Daarop blies Rohamaa het hele evenement af.

De beslissing om de visa in te trekken is voor de bühne genomen. Wat voor nut heeft het om imams met een bepaald gedachtengoed de toegang tot Nederland te ontzeggen, als je met hetzelfde gemak sprekers met eenzelfde boodschap ook uit eigen land kan halen. En wat heb je aan een inreisverbod als je via internet gewoon een livestream verbinding kan opzetten. Minister Asscher liet weten dat het een van zijn prioriteiten is om ‘haatimams’ uit Nederland te weren om te voorkomen dat jongeren door hun invloed zouden radicaliseren. ‘Kinderlokkers van de jihad’, noemde hij ze. Ik vraag me af of Asscher misschien nog in de jaren tachtig leeft. Deze door hem genoemde ‘kinderlokkers’ komen elke dag Nederland binnen – via Youtube, Facebook en Twitter. Wat Asscher misschien ook niet weet, is dat de bezoekers van het Charity Event veelal dezelfde ideeën hebben als de sprekers. Zij vertellen slechts wat hun publiek wil horen.

De afgelopen maanden hebben de jongens van Rohamaa veel tijd geïnvesteerd om een benefiet te organiseren voor Syrië. Die inspanningen om het leed in Syrië te verzachten worden nu gefrustreerd omdat enkele politici zich niet kunnen vinden in genodigden van wie ze voorheen nog nooit hadden gehoord. Met als resultaat dat de moslimgemeenschap in het algemeen en de Haagse salafisten in het bijzonder vinden dat hen onrecht wordt aangedaan; dat de overheid bezig is de islam in een kwaad daglicht te stellen; dat er een oorlog woedt tegen de islam. Nederlanders die geen flauw benul hebben waar de ophef eigenlijk over gaat, worden alleen maar banger. Het gevolg is dat moslims en niet-moslims in Nederland opnieuw verder van elkaar af zijn komen te staan.