Zigzagoorlog op de Afrikaanse autoweg

Busritten in Nigeria zijn gevaarlijk, maar de inzittenden lezen of luisteren rustig door.

Foto Bram Vermeulen

Binnen enkele momenten nadat de taxibus aan zijn weg terug naar Lagos is begonnen, start het geprevel achterin. „Heer, bescherm deze taxi”, spreekt een man van middelbare leeftijd de passagiers toe vanaf de achterbank. Zijn gebed is ongevraagd, en hij doet denken aan die clochards die in Europa in de metro om aandacht vragen. „Het leven behoort God toe. Dat van jou en van je kinderen. We zijn allen door God gemaakt. God wikt en God beschikt.” „Amen”, antwoordt de hele bus. Kennelijk neemt iedereen hem bloedserieus. En pas achteraf begrijp ik waarom.

Voor je vertrekt naar Nigeria regent het waarschuwingen, vooral van mensen die er nooit geweest zijn. Voor Boko Haram natuurlijk, ook al is de terreurgroep vooral in een verre uithoek van het land actief. Voor ebola, ook al is die ziekte hier al maanden niet gesignaleerd. Niemand zei: kijk je wel uit voor je in de bus stapt. Bussen, daar stappen we tenslotte allemaal wel eens in.

Vol gas

Zo gauw de bus is ontsnapt aan de files in de stad Benin – niet te verwarren met het gelijknamige land – trapt de chauffeur vol gas. Ik zie de snelheidsmeter naar 160 gaan, terwijl de bus op vrachtwagens afstormt die met eenderde van die snelheid de heuvels op hoesten. Met het pedaal ingedrukt zigzagt hij tussen vrachtwagens door, langs brommers en afslaande auto’s, door de bebouwde kom van dorpen, waar schoolkinderen door de berm naar huis huppelen. De passagiers in de taxi lijken geenszins verontrust door deze rijstijl. Links zingt een dame ontspannen mee met het lied op de radio. Rechts leest een man The Rules of Wealth. Hij is in slaap gevallen bij regel 34: „Verspil geen tijd met uitstel.” Iets wat mij vreemd is, behoedt hen kennelijk tegen complete paniek.

Op de vuist

Op de tussenstop voor plassen en eten tik ik de chauffeur op de schouders. „Ik snap dat je op tijd thuis wilt zijn, maar ik het zou wel fijn zijn als we dan allemaal nog leven. Kun je iets rustiger rijden?” De chauffeur lacht. „Natuurlijk vriend, geen probleem.” Hij start de motor en duwt een dvd in de speler. Het scherm toont Black Hawk Down. Door de voorruit zie ik hoe de chauffeur op volle snelheid een zigzagoorlog voert met een andere taxi, die hem voortdurend de weg afsnijdt. De tv buldert bommen en granaten. Somalië 1992 als afleiding van de Nigeriaanse weg in 2015, dat heeft de chauffeur slim bedacht.

Als we de aan de rand van metropool Lagos overstappen op een andere bus, zie ik door de achterruit onze chauffeur op de vuist gaan met zijn collega, de chauffeur die hem op de snelweg afsneed. Met zijn witte overhemd strak om zijn biceps gespannen maait hij zijn collega met een paar ferme klappen tegen de grond. Alsof hij elk van de vechtfilms in zijn dvd-speler minutieus heeft bestudeerd. In Nigeria geldt: wie slecht rijdt, moet goed kunnen boksen.