Geen zon = geen stroom

Als 20 maart net zo zonnig wordt als vorig jaar – toen Duitsland de meeste zonne-energie tot nog toe behaalde – zal het Europese stroomnetwerk heftige klappen krijgen. Door de gedeeltelijke zonsverduistering die dag kan in heel Noordwest-Europa – tijdens de duur van de verduistering – 34.000 MW wegvallen.

De zonsverduistering van de 21ste eeuw is anders. Niet door wat in het heelal plaatsvindt maar op aarde. De laatste grote zonsverduistering , van 1999, bracht de stroomvoorziening niet in gevaar : er waren toen nauwelijks zonnepanelen.

Naarmate de maan voor de zon schuift kan er volgens berekeningen van de Europese netbeheerders 500 MW per minuut afgaan, dat is de capaciteit van een gemiddelde elektriciteitscentrale. En als de verduistering afneemt kan er weer 700 MW per minuut bijkomen. Het verschil zit hem in het moment waarop de verduistering begint, om half tien ’s ochtends als de zon nog relatief laag staat, en afloopt: om kwart voor twaalf als de zon bijna op zijn hoogste punt is.

In Nederland dat nogal achterloopt met duurzame energieopwekking, zal het niet meteen zo’n vaart lopen. Maar in Duitsland dat de afgelopen jaren massaal aan de zonnepanelen ging, kan door de verduistering 17.000 MW wegvallen. Wat kan leiden tot onbalans op het net. En tot ‘rimpelingen’ in de buurlanden. Alle Europese netwerken hangen tegenwoordig immers aan elkaar.

Europese netbeheerders, waaronder het Nederlandse Tennet, houden noodcapaciteit achter de de hand. Of dat allemaal nodig is? Bij een grijze dag is het effect van de zonsverduistering marginaal.