Ren niet zo vaak en zit eens wat minder

Luiwammessen, goed nieuws. Ietsje minder lanterfanten is al genoeg om er een levensstijl op na te houden die gezond mag worden genoemd. Net zo gezond als dat geploeter van trimmers die elke dag over ’s lands wegen en voetpaden rennen, in de veronderstelling dat ze goed bezig zijn. Die types in joggingpakken die verslaafd zijn aan het stofje dat hun lichaam aanmaakt als zij puffend hun kilometertjes vreten. De luie levenstijl is zeker gezonder dan het gebeul van topsporters in wielerkoersen, marathons of triatlons, voor dat kortstondige moment van geluk dat een overwinning hun bezorgt – die de grootst mogelijke meerderheid van de deelnemers niet eens weet te behalen.

Wat minder zitten en wat vaker staan – meer is er eigenlijk niet nodig tot heil van het mensenlichaam. Het bleek deze maand maar weer uit een artikel in de Journal of the American College of Cardiology waarin de resultaten van een Deens onderzoek werden beschreven. Conclusie: wie intensief jogt wordt wel veel vaker moe maar heeft toch een net zo grote overlijdenskans als de bankzitter (thuis, niet in de dug-out). Alleen wie dat sporten beperkt tot één à tweeënhalf uur per week, maakt de kans op een wat langer, niet noodzakelijkerwijs gelukkiger leven.

Het zijn inzichten die al langer bestaan, maar hoe maak je ze geloofwaardig? Hoe krijg je ze tussen de oren van de bevoogdende instanties die de mensen de sportschool willen injagen, waar ze zich via spinning of club step gaan uitsloven, onder begeleiding van zo’n mouwloze sportinstructeur. Daarover buigen zich, in alle ernst, sinds zondag en tot en met woensdag diverse wetenschappers in San Diego.

Zo nieuw zijn die Deense inzichten niet eens. De Maastrichtse bewegingswetenschapper Hans Savelberg propageert al enkele jaren zijn vorm van ‘slenteren’, als gezondere bezigheid dan intens sporten. Veelzeggend citaat uit NRC Handelsblad in 2013: „Met de auto naar de sportschool om daar te gaan traplopen. Waarom?” Hij onderbreekt zijn lessen ieder half uur om zijn studenten vijf minuten te laten staan. Staande luisteren en praten. Want dat is het inzicht dat steeds meer rijpt: heel veel meer dan regelmatig staan tijdens het zitten is er eigenlijk niet nodig aan gezonde lichaamsbeweging.

Het spelletje ‘petje op petje af’ indertijd in het tv-programma Holland Sport blijkt dus een buitengewoon gezonde bezigheid, gezien de inleidende oproep van presentator Matthijs van Nieuwkerk tot het publiek: „Gaat u allen staan.” Dat voetbalstadions tegenwoordig louter zitplaatsen bevatten, is fout. Veiliger maar ongezond. Staand telefoneren: heel verstandig. Staand vergaderen is dat dus helaas ook.

Ook het British Medical Journal plaatste laatst twee artikelen met vraagtekens bij de verouderde wetenschappelijke beweegnormen. De Nederlandse Gezondheidsraad bekijkt in 2016 of daar iets aan moet veranderen. Hopelijk kan dan ook de raadselachtige term ‘matig intensief’ die 55-plussers als lichaamsinspanning wordt aangeraden, door een helder begrip worden vervangen.

Pas uw ‘sedentair gedrag’ aan – daar komt in toenemende mate het advies op neer. Zit wat minder. Dat geldt zeker voor Nederlanders. Uit onderzoek – weinig blijft ononderzocht – in 32 Europese landen bleek dat in Noordwest-Europa aanzienlijk meer wordt gezeten dan in Zuidoost-Europa, wat wellicht ook aanleiding is om bepaalde meningen over Grieken te nuanceren. Nederlanders bleken de grootste zitters: 407 minuten per werkdag. Dat doen ze vooral achter televisie- en andere beeldschermen.

Dat is eenvoudig op te lossen: elk half uur even staan, beetje lopen kan ook geen kwaad. De reclamezendtijd telt daarvoor vele zeer geschikte momenten. En bedenk dit als u weer eens naar zwetende en zwaar hijgende topsporters op televisie staat te kijken: ze zijn niet matig, maar intensief bezig hun leven te bekorten.