‘Op welke fiets maakt niet uit, het blijft onmenselijk’

Zag nog weken grauw na record.

Leontien Zijlaard-Van Moorsel sloot in 2004 op de Spelen in Athene haar loopbaan af met brons op de achtervolging. Foto ANP/Robert Vos

Het werelduurrecord? „Pijn”, zegt Leontien Zijlaard-Van Moorsel aan de telefoon. Gevraagd naar 1 oktober 2003, toen zij in een uur 46.065 meter aflegde op een betonnen baan in Mexico op 2.200 meter hoogte, voelt ze de verzuring als het ware weer door haar benen trekken. „Trots? Oh, zeker. Maar ik denk vooral aan die pijn.”

Komende zaterdag gaat de Britse Sarah Storey, paralympisch baanwielrenkampioen, in Londen een poging doen om het record van Zijlaard-Van Moorsel uit de boeken te rijden. Maar dan wel op een aerodynamische achtervolgingsfiets met dichte wielen, die sinds vorig jaar toegestaan is bij pogingen om het werelduurrecord aan te vallen.

Lelijke Eend

Zijlaard-Van Moorsel: „Als ik geweten had dat de UCI de regels ging veranderen had ik toen niet dat traject van twee jaar voorbereiding gedaan. Het is appels en peren vergelijken. Wat ze nu gaan doen is wat mij betreft het snelheidsrecord aanvallen, niet het werelduurrecord. Ik moest het in een Lelijke Eend doen, zij mogen in een Porsche. Zo voelt het voor mij. Het gaat om de kracht van de mens, zo heb ik het werelduurrecord altijd gezien. Een test. Maar dan moet je wel dezelfde voorwaarden hanteren. Hoe gaaf is het als je op hetzelfde materiaal rijdt en dat record haalt, zoals toen ik Jeannie Longo versloeg.”

„Begrijp me niet verkeerd, ik heb veel respect voor iedereen die het probeert. Je weet gewoon dat ze [Sarah Storey] veel pijn gaat lijden. Zoals de volgende ook pijn gaat hebben.”

Grauw

„Ik weet nog dat ik als jong meisje voor de tv gekluisterd zat toen Keetie van Oosten-Hage haar record neerzette. Ik was daardoor gefascineerd: de ultieme test. In een gewone tijdrit op de weg kun je af en toe nog even voor een bocht de druk van de pedalen nemen. Hier niet. Je trapt dwars door de verzuring heen. Ik heb er nog wekenlang grauw uit gezien, mensen die zeggen: jeetje, jij ziet er echt slecht uit. Dat heb ik verder eigenlijk alleen maar gehad na die olympische tijdrit in 2004, toen ik zo eigenwijs was geweest om geen bidon mee te nemen.”

Training

„Je bouwt de trainingen op in blokken van vijf minuten, tien minuten, een kwartier, dan twintig minuten. En dan twintig minuten, gevolgd door nog tien minuten. Steeds verder, steeds meer pijn. Heel fijn ook als je begeleiders dan gewoon de tijd vergeten en lekker staan te kletsen terwijl bij jou de verzuring in je benen zowat uit je neus komt. Op dat moment kon ik hem [man en coach Michael van Zijlaard] wel wat aan doen. Maar het hielp wel. Ga je zonder dat je het doorhebt op dat moment toch weer een grens over. Je leert zo goed met die verzuring om te gaan. Ik herinner me nog criteriums in die tijd, ik voelde helemaal niets! Dan kan je alles en iedereen aan. Ik ging zo hard, ik probeerde ze maar gewoon te dubbelen.”

Menstruatiecyclus

„Als je alles van je lichaam bijhoudt dan weet je wanneer je op je best bent, daarom hebben wij gewacht tot de eerste of tweede dag van mijn menstruatiecyclus. Zodat ik meer pijn kon verdragen. Ja, Thomas zal het op eigen kracht moeten doen, haha. Hoe hij zich nu voelt kan ik me goed indenken. Je bent echt nerveus, overal voel je al pijntjes. Dat geldt voor iedereen, het maakt niet uit op welke fiets je zit: het blijft onmenselijk.”