Column

Meneer Van Beurden, ga naar Groningen

Jelle Zijlstra zag er niks in. Dus gebeurde het niet. Want hij was de minister van Financiën op het moment dat halverwege de jaren 60 van de vorige eeuw het gas uit Groningen ging stromen. En met het gas kwam het geld. Zijlstra zag niks in een apart aardgasbatenfonds. Dat fonds zou het zicht op de rijksbegroting vertroebelen, de macht van Financiën aantasten en andere ministers een platform bieden om zelf begrotings- en industriepolitiek te voeren.

Financiën bleef de baas over de zuivere begroting. Het ministerie van Economische Zaken bleef de politieke baas in aardgasexploitatie, transport en beleid. Het ‘gasgebouw’.

De politieke winst van toen is nu het verlies van Economische Zaken. Verlies in aanzien, vertrouwen en geloofwaardigheid. Van het ministerie en van de rijksoverheid.

In een subliem zinnetje in zijn vorige week gepubliceerde rapport Aardbevingsrisico’s in Groningen zegt de Onderzoeksraad voor Veiligheid:„Het gasgebouw heeft jarenlang succesvol gefunctioneerd als een hecht samenwerkingsverband dat was gericht op consensus met wederzijds begrip voor en interne transparantie over elkaars belangen.” Subliem, omdat het in één zin samenvat hoe bijvoorbeeld sociaal-economische politiek tot halverwege de jaren 60 van de vorige eeuw werd gevoerd binnen de verzuilde coalitiekabinetten en de top van verzuilde vakbonden en werkgevers. Maar in het ‘gasgebouw’ zijn de daaropvolgende jaren 60 en 70, met hun kritiek op macht en belangen en buitenparlementaire acties (milieu, veiligheid, lokale burgerinvloed), kennelijk nooit doorgedrongen. Tot in 2012 een alarmerend rapport over veiligheid van een verrassende klokkenluider, namelijk het Staatstoezicht op de Mijnen, de beerput opentrok.

In een lange alinea schetst de Onderzoeksraad het heen en weer van carrièremakers. De ‘energiedraaideur’. Van het ministerie naar een van de exploitanten of de gasbedrijven. Of andersom, van de private naar de publieke zaak. Van de gasexploitanten naar de gasbedrijven. En ook nog van een gasexploitant naar het Staatsmijntoezicht.

De Onderzoeksraad noemt het een besloten en gesloten gemeenschap. Over het praktisch functioneren weet de buitenwereld inclusief de Tweede Kamer weinig. Dat moet de buitenwereld (politici, milieugroepen, media) zichzelf natuurlijk ook aantrekken.

Het rapport van de Onderzoeksraad vertoont parallellen met de situatie vóór de bankencrisis van 2008, zoals het gevoel van onkwetsbaarheid en de ingeslapen wakers die het onheil hadden moeten afwenden. Dé parallel nu is misschien wel falend leiderschap. Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) verlaagt nu de gaswinning, maar tijdelijk. De baas van gasverkoopbedrijf Gasterra, die zelf eerder de energiedraaideur nam, klaagde in Het Financieele Dagblad vlak voor het rapport dat gas een slecht imago krijgt. En Mark Rutte, waar bent u?

De les van de bankencrisis moet zijn dat een gesloten sector inziet dat zwijgen de burgers alleen maar kwaaier maakt. Dus heb ik mijn hoop gevestigd op Ben van Beurden, topman van Shell, het bedrijf dat participant is in de NAM, die het gas wint. Neem het voorbeeld ter harte van toenmalig bestuursvoorzitter Floris Deckers van Van Lanschot Bankiers. Hij deed na de bankencrisis openlijk boete.

U, meneer Van Beurden, kunt tekst en uitleg geven. Excuses maken zelfs, als de juristen u dat toelaten (en niet bang zijn voor schadeclaims). Reis zelf naar Groningen. Voordat boze Groningers op uw aandeelhoudersvergadering de zaak de grond in komen boren.