Loonsverlaging mag, maar niet zonder overleg, zoals bij V&D

De kantonrechter in Amsterdam heeft in het kort geding over de loonsverlaging bij de voortdurend verliesgevende winkelketen V&D een logisch vonnis geveld. Hij maakt terecht korte metten met het besluit van de directie om een loonsverlaging af te kondigen van 6 procent, die voor sommige werknemers oploopt tot 10 procent. Loonsverlaging kán voor een onderneming de (laatste) overlevingskans zijn. Maar niet zonder overleg. Met de vakbonden of de ondernemingsraad. Daarvan was hier echter geen sprake.

De kantonrechter blijkt bij zijn afweging van belangen niet onder de indruk te zijn gekomen van het ultimatum van V&D dat zonder deze kostenbesparing faillissement dreigt. Andere belanghebbenden, zoals private equity-eigenaar Sun Capital, de banken, de verhuurders en de Belastingdienst, hadden wél concessies gedaan, betoogde de V&D-advocaat. Zonder lagere personeelskosten ontbrak een pijler onder het reddingsplan. V&D had dit argument zelf al verzwakt door de salarissen over februari volledig te betalen.

Bovendien voegt de kantonrechter er een verrassend argument aan toe. Hij zet vraagtekens bij de verkoop à 1,3 miljard euro van het onroerend goed van onder meer V&D in 2006/2007 door de vorige eigenaar, een clubje private equityfinanciers. Hij suggereert dat de loonsverlaging nu voor medewerkers met „vaak zeer lange dienstverbanden” op gespannen voet staat met deze opbrengst en de daardoor kennelijk gestegen huren. V&D heeft volgens het vonnis niet duidelijk gemaakt aan wie de opbrengsten ten goede zijn gekomen. Dat hoeft geen raadsel te zijn: de private equityfinanciers kregen indirect de opbrengst, losten schulden af en keerden ook dividenden uit aan hun eigen aandeelhouders.

De meeste aandacht trekt de tweedeling die het vonnis schept. Leden van FNV en CNV die het kort geding voerden, mogen niet worden gekort op hun salaris. Bij de niet-georganiseerde werknemers mag dat wel. De rechter weet niet hoe zij erover denken. V&D en de bonden kwamen met elkaar tegensprekende cijfers en opvattingen.

Met zijn vonnis bevestigt de rechter de vrijheid en individuele verantwoordelijkheid van de werknemer om lid te worden van een bond. Of niet. Maar hij oordeelt ook dat er geen automatismen zijn.

Hoewel de bonden in hun statuten zeggen dat zij opkomen voor de belangen van alle werknemers, niet alleen voor leden, hoeft een werkgever dat niet automatisch te volgen. Wie als werknemer zeker wil zijn dat zijn belangen worden behartigd, moet dus lid van de vakbond zijn.