Bluesdans mist sexiness en swing

William Lü enFrancesca Peniguel inCrazy Blues; op de achtergrond Joy Wielkens. Foto Robert Benschop

Zo begint het meestal. Een voet die ritmisch op de vloer tikt. Dan buigen de knieën door, terwijl het gewicht van de ene voet naar de andere gaat. De heupen gaan losjes mee, de torso zet zijn eigen beweging in en dan komt het: bluesdans. Net als de bluesmuziek bij uitstek het genre waarmee de arme, zwarte bevolking van de Verenigde Staten de ellende van discriminatie en liefdesleed van zich afzong.

In Crazy Blues van het Internationaal Danstheater is dat vaak de aanloop naar groepsdansen, solo’s en duetten. De zes vrouwen en tien mannen die choreografe Neel Verdoorn voor haar hommage aan de bluesdans selecteerde (een overigens nogal wit ensemble), swingen hun sores weg in juke joints, armoedige dansgelegenheden, hier gesuggereerd door een van oud hout getimmerde bar.

Voor de broodnodige muzikale voeding zorgen drie muzikanten (Ruben Drenthe op toetsen, Vladimír Spišiak op gitaar en Louis Drenthe op bas) en zangeres Joy Wielkens. Eigenlijk heeft zij, meer nog dan de dans, de hoofdrol in Crazy Blues, dat is vernoemd naar een song van Mamie Smith, de eerste ‘officiële’ blueszangeres.

Wielkens verpersoonlijkt de generatie van de blueszangeressen uit Smiths generatie. In haar liedjes, die zij vaak richt aan de rug van een zwijgende, oudere man (Dries van der Post), uit ze haar verdriet om een onmogelijke liefde, een afscheid, haar verlangen, haar opstandigheid. Hoe goed ook, de zang biedt weinig afwisseling in emotionele kleur. Een iets gevarieerder keuze van songs zou Wielkens’ kwaliteiten meer recht doen.

Ook de choreografie zou daar wel bij varen, want die is eentonig, en bovendien – en dat heeft met de muziek niets te maken – ronduit knullig van regie, met dansers die volkomen willekeurig opkomen en afgaan, regelmatig stokstijf stilstaan (cliché!) en fantasieloos manoeuvreren met de verrijdbare bar.

Wat een illusie van spontaniteit en improvisatie zou moeten wekken, blijft steken in een een zouteloze variant van jazzdans die swing, swagger en sexiness ontbeert en zelfs de ritmische roep van de muzikanten hier en daar compleet negeert. Dat maakt het er voor de dansers niet gemakkelijker op. Alleen de kleine, explosieve Michael Sastrowitomo overtuigt; hij lijkt als enige met dansen in plaats van tellen bezig. Zelfs de solo’s van ‘good old’ Dries van der Post zijn weinig expressief, maar zijn rol is dan ook erg summier uitgewerkt.

Jammer dus, al was het premièrepubliek enthousiast. Net zoals het publiek dat zijn stem uitbracht op Danspubliek.nl zeer te spreken was over FADO, de vorige productie van het Internationaal Danstheater.

Na de première van Crazy Blues werd de Danspublieksprijs 2014 voor Favoriete Dansvoorstelling uitgereikt aan choreograaf Jan Linkens en algemeen directeur Sophie Lambo.