Als het niet klopt, gaat je grap dood

Hij stapte uit de schaduw van Jon Stewart en scoort nu met een eigen show. Bij HBO, want daar mag alles. „Het is of ze niet eens kijken.”

John Oliver wil de vrijheid van meningsuiting benutten. foto jesse dittmar / getty images

Een uiterst slecht idee voor een televisieprogramma, zo noemt komiek John Oliver de formule van zijn eigen show Last Week Tonight with John Oliver. Ga maar na, zegt hij in gesprek met een groepje journalisten, op het hoofdkantoor van de zender HBO in hartje Manhattan: „Een comedyshow met segmenten van zeventien minuten over zware onderwerpen als netneutraliteit of geweld in de gevangenis. Dat klinkt toch niet als iets wat je wil zien?”

Toch kijken er iedere week alleen in Amerika al 4,1 miljoen mensen naar zijn show op de betaalzender. Daarnaast gaan vrijwel alle segmenten, of ze nou vijf minuten duren of vijftien, binnen één dag online ‘viral’. Het filmpje over netneutraliteit uit juni 2014 werd bijna acht miljoen keer bekeken op het YouTube-kanaal van de televisieshow. En meer dan negen miljoen mensen hebben ondertussen al gezien, gedeeld en geliked hoe Oliver in een tirade van ruim dertien minuten voetbalorganisatie FIFA met de grond gelijkmaakt. Vorige week besloot HBO het contract met Oliver met twee jaar te verlengen.

De (liberale) Amerikaanse media prijzen Oliver – een Brit die tot eind 2013 werkte bij The Daily Show voor Jon Stewart – om zijn gedegen onderzoeksjournalistiek en de kunst om zware, saaie onderwerpen vermakelijk te maken. „Het programma haalt mensen binnen met de belofte van humor, maar stuurt ze weer terug de wereld in met een onverwachtse toevoeging: kennis”, typeerde het mediavakblad Variety.

Het is dus een journalistiek programma?

„Nee, het is comedy. Ik kleed me misschien als een journalist, maar ik ben een komiek en de show is een comedyshow. Het zijn twee heel verschillende banen. Een journalist moet altijd volledig te vertrouwen zijn en zich enkel baseren op feiten. Ik hoef dat niet, ik kies ervoor. Dat doe ik alleen omdat een grap beter werkt als die niet op zand is gebouwd. Als iemand achteraf kan zeggen ‘Dat was grappig, maar niet waar’ is je grap dood. Daarom hebben we een zeer kundig researchteam om zeker te weten dat het verhaal dat we vertellen klopt.”

Waarom lijkt het dan toch alsof u een gat opvult tussen de normale nieuwsmedia en satireshows?

„Als er al een gat was, dan waren wij zeker niet slim genoeg om het vooraf te signaleren. Er bestaat gedegen onderzoeksjournalistiek in Amerika. Wat Frontline en ProPublica doen is geweldig, maar ze zijn niet luidruchtig. In Amerika zeggen de hardst schreeuwende journalisten over het algemeen het minst.”

Uw segmenten daarentegen gaan bijna allemaal viral.

„En ik heb werkelijk geen idee waarom. Jimmy Fallon die mega-Jenga met Hugh Jackman speelt, dat klinkt als iets dat online gedeeld gaat worden. Vijftien minuten over inkomensverschil in Amerika niet. Ik heb echt geen idee. Het hele concept van de video’s die viral kunnen gaan, is niet iets waar we vooraf bij stil stonden. Het is dat HBO het prima bleek te vinden dat we alles online zetten. We hebben hier sowieso een haast absurde vrijheid. Ze zeiden vooraf dat we alles mochten doen en dat ze ons met rust zouden laten, maar dat zegt iedereen, tot ze zich ermee gaan bemoeien. HBO heeft nog nooit iets gezegd. Het is alsof ze niet eens kijken.”

Is het makkelijker de show voor een (reclamevrij) kabelnetwerk te maken dan een commerciële omroep?

„Absoluut. Als Taco Bell je sponsor is, is het veel lastiger te onthullen dat daar de werkomstandigheden slecht zijn. Dat probleem hebben we niet. Daarnaast is er de lengte. Bij een commerciële zender komt altijd een moment waarop je ‘even naar de reclame moet’. Toen we ons realiseerden dat we niet na negen minuten klaar hoefden te zijn, en achttien minuten konden doorgaan, besloten we minstens een keer per week één verhaal heel grondig uit te zoeken.”

Is uw Britse accent een voordeel?

(Lacht) „Ik denk dat het over de hele wereld een voordeel is. We hebben zoveel landen geprobeerd te veroveren dat er overal mensen zijn die zich nog wel een muffe Engelsman herinneren die ze ooit wilde vertellen wat ze moesten doen. Noem het een soort aangeboren historische autoriteit die bij het accent hoort, al is die autoriteit gelukkig een stuk minder geworden.”

Toch zitten de Amerikanen meestal niet te wachten op een buitenlander die ze vertelt wat ze moeten denken.

„Ik denk dat ze weten dat ik het hier geweldig vind. Ik woon hier tien jaar, ben getrouwd met een Amerikaanse en zie dit als mijn thuis. Ik heb geïnvesteerd in dit land. Iedere grap komt niet voort uit minachting voor Amerika, maar uit frustratie. Als ik boos ben, komt het omdat ik zie dat het land waarvan ik hou, iets doms doet.”

Blijft het land genoeg materiaal leveren voor de show?

„Amerika, maar ook de rest van de wereld. Het zijn meestal kleine dingen die ons opvallen omdat ze een beetje gek zijn en na een paar dagen onderzoek idioter blijken dan we ooit hadden kunnen bevroeden. Maar juist die kleine dingen, wetten die ongevaarlijk lijken, kunnen enorme gevolgen hebben. Meestal voor mensen die de minste mogelijkheid hebben zich financieel uit een lastige situatie te krijgen. Ik denk niet dat er ooit een tekort komt aan dat soort verhalen.”

Is het uw taak om die thema’s aan de kaak te stellen?

„Het is onze verantwoordelijkheid de volledige vrijheid van meningsuiting die we in de VS hebben, te benutten. In Engeland mag je bijvoorbeeld geen beelden van het parlement gebruiken voor komische doeleinden. Van de Koningin ook niet, maar dat is wat logischer – dat is puur garnering van het leven. Het parlement is een ander verhaal. Voor ons zijn dat soort beelden essentieel. Als wij onze show in Engeland zouden maken, zouden heel veel stukken op zwart gaan. In een democratie!

„Ik denk altijd aan Bassem Youssef, die in Egypte probeerde satire te maken maar iedere week werd lastiggevallen door de overheid, net zolang tot hij uit de lucht was. Om het in zo’n land te doen, heb je ballen nodig. Ik doe het ergens waar het makkelijk is. En als je op een van de weinige plekken ter wereld bent waar je met al het speelgoed mag spelen, moet je zoveel mogelijk met alles spelen.”

U werkte zeven jaar met Jon Stewart. Wat heb u van hem geleerd?

„Alles. Van hoe hoog ik de lat moet leggen tot het idee dat alles wat je zegt waar moet zijn. Het is niet overdreven als ik zeg dat ik dit niet zonder hem zou kunnen. Toen we vorig jaar met de show begonnen, was ik meer bezig met dat ik hem niet wilde teleurstellen dan of de show goed werd. Hij is mijn baken. Alles wat ik doe, doe ik voor hem.”