In eerste steden bakte de man de potten

Naarmate steden in het oude Mesopotamië groeiden, gingen de mannen potten bakken. Daarvoor waren het juist vaak vrouwen die de potten bakten. Dat concludeert een Amerikaanse archeoloog op basis van 106 vingerafdrukken van pottenbakkers op aardewerk. Vrouwen hebben gemiddeld iets meer huidgroeven in hun vingertoppen dan mannen. De archeoloog bekeek aardewerk uit de Bronstijd (tussen 3.200 en 1.700 jaar voor Chr.) uit Tell Leilan in Syrië. Rond 2.600 voor Christus bloeide die plaats op van dorp naar stad, met een sterkere scheiding van sekse en arbeid. Aardewerk werd niet meer thuis gemaakt, maar in een centrale werkplaats.