Vervolmaak dat gedoogbeleid, handhaving is nu eenmaal een utopie

Het OM meldde laatst dat cannabis social clubs strafbaar zijn. Volgens Gerard Spong, Sidney Smeets en Tim Vis zijn de clubs een doodlopende weg. De oplossing is regulering van de achterdeur in de coffeeshop.

Illustratie angel boligan

In hun eind 2014 gepubliceerde boekje De derde weg bepleiten Cyrille Fijnaut en Brice de Ruyver dat cannabis social clubs een oplossing kunnen bieden in het in hun ogen vastgelopen debat over de achterdeur van de coffeeshop. Net als zovelen erkennen de auteurs terecht dat het gedoogbeleid voor onacceptabele problemen zorgt. Volgens hen is de huidige discussie echter kortzichtig omdat die alleen wordt gevoerd tussen voor- en tegenstanders van coffeeshops. Volgens Fijnaut en zijn co-auteur is er een frisse wind nodig: besloten clubs waarbij gezamenlijk voor persoonlijk gebruik cannabis wordt geteeld. Die clubs vormen, aldus Fijnaut c.s., de oplossing omdat ze niet in strijd zouden zijn met de door Nederland gesloten internationale verdragen en het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie. Dat het OM daar anders over denkt, bleek kortgeleden.

Het komt allemaal nogal geforceerd over. We hebben in Nederland een gedoogbeleid en daarbij horen al decennialang professionele coffeeshops waar op veilige en verantwoorde wijze cannabis aan consumenten wordt verkocht. Zulke shops zijn aan strikte gedoogvoorwaarden gebonden.

Zo mag bijvoorbeeld niet aan minderjarigen verkocht worden, mag geen reclame worden gemaakt, is de te verkopen hoeveelheid per klant beperkt en mag er geen overlast voor de omgeving zijn. Bovendien zijn (potentiële) exploitanten periodiek onderwerp van een strikte antecedententoets. Door de, ter ziele gegane, wietpas waren de grimmige gevolgen van het massaal sluiten van coffeeshops in Maastricht direct voelbaar. De verkoop verplaatste zich naar illegale straathandel en de overlast en criminaliteit namen toe. Niet zonder reden zijn buitenlandse overheden, zoals bijvoorbeeld Uruguay, stikjaloers op ons – aan de ‘voordeur’ – goed werkende stelsel.

Het nadeel van de door Fijnaut voorgestelde cannabis social clubs is dat ze er, op een enkel experiment na, nog niet zijn. In Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Spanje, bestaat een dergelijke cultuur ook niet. Er zal dus een cultuuromslag nodig zijn en er moet compleet nieuwe regelgeving worden bedacht, terwijl de regels voor coffeeshops al bestaan en in jarenlange jurisprudentie zijn uitgekristalliseerd.

Daarnaast is het de vraag waarom de cannabis social clubs nu precies niet strafbaar zou zijn? Het recente rapport Internationaal recht en cannabis van de Radboud Universiteit heeft er geen goed woord voor over.

Het Openbaar Ministerie vervolgt in beginsel weliswaar niet de teelt mits er niet meer dan 5 planten zijn, tenzij er een grotere hoeveelheid is dan dertig gram en er aanwijzingen zijn voor professionele teelt, maar die voorwaarden lijken voor deze clubs nauwelijks te hanteren.

Los daarvan treedt per 1 maart 2015 een nieuwe ‘growshopwet’ in werking die de voorbereidingshandelingen voor hennepteelt strafbaar stelt. Het bezit van producten die op die teelt zijn gericht, wordt dan een strafbaar feit, social club of niet.

Handhaving lijkt een volslagen utopie: hoe wil men deze cannabiskeuvelkringen in vredesnaam controleren en hoe garandeert men de veiligheid van teelt en waarborg van de overige voorwaarden die ons gedoogbeleid al jarenlang aan coffeeshops stelt?

De oplossing voor de problemen met het huidige gedoogbeleid, die wij met Fijnaut cs. erkennen, ligt niet in het geforceerd zoeken naar een onbegaanbare derde weg maar in het vervolmaken en formaliseren van het bestaande beleid. Daar bestaat ook alle ruimte voor.

Sinds 2012 laten rechters zien dat ze het gedoogbeleid in zijn huidige vorm zat zijn. Coffeeshops worden geacht een redelijke externe voorraad aan te mogen houden en worden daar niet langer voor bestraft.

Ook ‘pluk ze’-maatregelen tegen gedoogde shops zijn, blijkens de steeds vaker door de rechter opgeheven beslagen, op voorhand tot mislukken gedoemd. Dat hangt samen met het inmiddels bestendige oordeel dat de opbrengst van een gedoogde coffeeshop in beginsel niet als witwassen kan worden aangemerkt.

In oktober voegde zich bij deze stroom van jurisprudentie een opmerkelijke uitspraak va de rechtbank Groningen ten aanzien van de teelt van cannabis. Als die teelt op een veilige en verantwoorde wijze ten behoeve van gedoogde coffeeshops plaatsvindt, wordt de teler niet bestraft. Van een vastgelopen debat, zoals Fijnaut cs. menen, is dus geen sprake. En de door hen bepleite frisse wind is er ook al, zij het dat die uit onverdachte hoek waait, namelijk van de strafrechter.

Er is juridisch dus alle ruimte voor het vervolmaken van ons gedoogbeleid. Dat dit alles in strijd zou zijn met internationale verdragen is een weinig overtuigend argument nu ons huidige gedoogbeleid in de rest van de wereld vooral navolging lijkt te vinden.

De oplossing is niet ‘domweg legaliseren’. Fijnaut cs. miskennen echter dat dit vrijwel door niemand wordt betoogd. De oplossing bestaat in verregaande regulering waarbij aan onze verdragsverplichtingen wordt voldaan, maar waarin het huidige gedoogbeleid wordt geformaliseerd in de Opiumwet en zich uitstrekt over zowel de voordeur als de achterdeur van de coffeeshop. De overheid moet zijn verantwoordelijkheid nemen en kiezen voor een transparante keten van teler tot consument.