Turkse precisieactie binnen Syrië

Turkse leger voert beperkte operatie uit in buurland Syrië om een door IS belaagde enclave met tombe te evacueren.

Turkse tank op weg naar tombe. Foto EPA

Het is niet meer dan een landtong in de Eufraat ter grootte van een voetbalveld, door een weg met de oever verbonden. Daar stond de tombe van Süleyman Sjah, de grootvader van de stichter van het Ottomaanse Rijk. Een klein stukje Turkije in het noorden van Syrië, bewaakt door veertig Turkse militairen die al maanden werden belegerd door strijders van de terreurgroep Islamitische Staat.

Zaterdag stuurde Turkije honderden militairen in tanks en pantservoertuigen de grens over om de troepen te evacueren, de tombe te vernietigen en de overblijfselen van Süleyman veilig te stellen. Eén militair kwam door een ongeluk om het leven, verder is de operatie zonder problemen verlopen. Het was de eerste keer sinds het begin van de Syrische burgeroorlog in 2011 dat Turkije zijn buurland binnenviel.

Het Syrische regime noemde de operatie een „daad van flagrante agressie” en een schending van zijn territoriale integriteit. Turkije heeft het Syrische consulaat van tevoren wel op de hoogte gesteld van de operatie, maar wachtte niet op toestemming.

Ondanks de bescheiden omvang had het mausoleum enorme historische en politieke waarde voor Turkije. Süleyman was een Turkse tribale leider die leefde van 1178 tot 1236. Volgens het opschrift in de tombe is hij van zijn paard gevallen en „verdronken in de Eufraat, samen met twee van zijn mannen, op zoek naar een thuis voor zichzelf en zijn volk”.

De kleinzoon van Süleyman trok verder naar het noorden waar hij het Ottomaanse Rijk stichtte. Op het hoogtepunt besloeg dit rijk grote delen van Zuidwest-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Toen het Ottomaanse Rijk begin twintigste eeuw uiteenviel, en het moderne Turkije ontstond, sloot de regering een akkoord met Frankrijk dat destijds de plek controleerde waar Süleyman was verdronken.

Sindsdien was de tombe een klein stukje Turks grondgebied in Syrië, waar de Turkse vlag wapperde en Turkse militairen waren gelegerd. Door de aanleg van een stuwmeer werd de tombe in 1974 wel 80 kilometer naar het noorden verplaatst.

Naarmate de burgeroorlog in Syrië oplaaide namen de zorgen in Turkije over de tombe toe. In augustus 2012 waarschuwde de toenmalige premier Recep Tayyip Erdogan – thans president – alle partijen in de Syrische burgeroorlog dat een aanval op de tombe zou worden opgevat als een aanval op Turks grondgebied, „evenals op NAVO-land”. Toen er vorig jaar berichten kwamen dat het mausoleum werd bedreigd door de Islamitische Staat, gaf het Turkse parlement toestemming voor een eventuele invasie.

Vorig jaar lekte een geluidsopname uit van een militair-strategisch overleg op het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het hoofd van de geheime dienst en een generaal bespraken een militaire operatie om de overblijfselen te beschermen.

Maar onduidelijk bleef hoe groot de dreiging van de Islamitische Staat werkelijk was. In het afgeluisterde overleg zegt een ambtenaar dat het geen probleem is iets te ‘produceren’ om voor internationale steun te zorgen. „Ik kan vier mensen de grens over sturen en ze acht raketten op een leeg stuk land laten afvuren.”

De overblijfselen zijn nu overgebracht naar een heuvel ten noorden van het dorp Esmesi, dichtbij de Turkse grens, die onder controle staat van het Turkse leger. De Turkse premier Ahmet Davutoglu zei te hopen dat de overblijfselen ooit kunnen worden teruggebracht naar de oude plek.