Talent Kirsten van Teijn ligt bij het zingen van liedjes

De opkomst van Kirsten van Teijn in haar debuutprogramma Heilloos is nog imponerend. Ze houdt zo van haar stem, zingt ze. Want hij kan laag en verleiden, en lief en brutaal zijn en hoog virtuoos. Dat laat ze ook horen. Een lied lang is ze diva. Maar zodra ze gaat praten, vraagt ze of we het gezellig hebben. Dan wordt het knus en braaf en blijkt er achter die stem een onzekere, eenzame vrouw van 26 jaar schuil te gaan.

In Heilloos vertelt Van Teijn over haar afkomst, haar familie en haar mislukte liefdesleven. Ze komt uit Heiloo, dat ze typeert door de leggings die de mensen dragen. Die onopmerkelijke observatie laat ze op zichzelf staan en dat blijkt een patroon. Het is lang wachten op een echte grap.

Theatrale potentie lijkt Van Teijn wel te hebben: ze heeft een beweeglijke mimiek en kan lekker fel grauwen en grommen, maar doordat ze die wapens lukraak inzet, worden het maniertjes. Slecht uitgedacht is ook wie ze wil zijn op het podium: de slordig gestructureerde anekdotes schieten alle kanten op. Poep- en scheetgrappen, een nummer over inwendig onderzoek en bronstig kronkelen over een speaker suggereren talent voor schaamteloosheid, maar ze bouwt die gekte niet uit. Het maakt Heilloos wat al te conventioneel en keurig.

Maar ze heeft die stem. En zeker ook boeiende liedjes. Niet elk nummer is raak, maar als ze zingt is ze zelfbewust. Dan verdwijnt de ongemakkelijkheid uit haar optreden en durft ze uit de bocht te vliegen. Misschien ligt daar haar toekomst.