Protestantse Kerk proeft de eigen nieren

De Protestantse Kerk in Nederland is in beweging. Met een enquête kijkt ze tien jaar vooruit.

In sommige kerken zijn vrouwen nog altijd herkenbaar aan hun lange rok en hoedje. Deze kerkgangers in Veenendaal komen niet voor in dit artikel. Foto Evelyne Jacq

Riet Kars heeft heus wel wat meegemaakt wat krimp in de kerk betreft. Haar vorige gemeente, in het Haagse stadsdeel Loosduinen, werd zo’n vijftien jaar geleden gesloten: te weinig leden. Maar nu constateert Kars (69) tevreden dat haar nieuwe gemeente, de hervormde Bethlehemkerk, goed bezocht wordt – ook door jongeren. Ze komt net uit de middagdienst, die ze altijd trouw bezoekt.

Hoe haar kerk er over tien jaar aan toe is, vindt Kars lastig te voorspellen. Elisabeth Koenen-Kruijf (88), naast haar, is stellig: „De Here God gaat door met zijn werk.”

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is bezig met een toekomstvisie: ‘Kerk op weg naar 2025’. Daarom mogen de twee miljoen leden nu een enquête invullen met vragen over hun visie op het doel van de kerk, persoonlijke geloofsbeleving en de organisatiestructuur van het kerkgenootschap. „We bestonden tien jaar als PKN”, zegt secretaris-generaal Arjan Plaisier. „Het voelde als een natuurlijk moment om tien jaar verderop te kijken.”

Want intussen verandert er veel in kerkelijk Nederland. In de meeste kerken is vergrijzing en ledendaling te zien, wat leidt tot sluiting en fusie van kerken. Maar tegelijk stichten de grote kerkgenootschappen nog steeds nieuwe kerken, die qua vorm en doelgroep totaal anders zijn dan traditionele kerken, maar wel dezelfde boodschap verkondigen. In de PKN worden dat ‘pioniersplekken’ genoemd.

Zo’n pioniersplek is Almere Poort, waar een omgebouwde SRV-wagen dienst doet als mobiele kerk. In de Haagse nieuwbouwwijk Wateringse Veld zingen tientallen hoogopgeleide yuppen elke zondag aanbiddingsliederen in een gehuurde zaal. En zelfs in het Friese Jorwerd is God terug: in Nijkleaster (nieuw klooster) komen mensen voor rust en bezinning.

De nieuwe vormen passen in de trend van individualisering, zegt Stefan Paas, hoogleraar kerkvernieuwing aan de Vrije Universiteit. „Grote ledenorganisaties maken plaats voor kleinere, zichzelf organiserende groepen.” Deze nieuwe geloofsgemeenschappen lopen qua doelgroep sterk uiteen, zegt Paas. „Van jongeren en migranten tot atheïsten en kunstenaars.” Toch is er een gemene deler: ze worden gesticht vanuit hetzelfde idee. „Het motief is constant: de kerk bereikt niet alle mensen die we willen bereiken.”

In de enquête staan ook vragen over persoonlijke geloofsbeleving. De verschillen binnen de PKN zijn groot. In sommige kerken dragen veel vrouwen nog altijd een lange rok en een hoedje. Maar er zijn ook vrijzinnige PKN’ers die niet geloven dat God werkelijk bestaat. Plaisier zegt dat de PKN een beeld wil krijgen van „hoe onze leden over de breedte genomen reageren”. En, goed voor lokale predikanten om te weten: „Hoe het kerkvolk denkt over de rol van de predikant.”

Ook verandert de boodschap die in de kerk klinkt. Of in ieder geval het accent in die boodschap. Dat merkt dominee Arjen Mensink, voorzitter van de Gereformeerde Bond, een behoudende stroming binnen de PKN. Ook de bij hem aangesloten kerken proberen te moderniseren. In steden gebeurde dat al langer, zegt hij. „Nu breekt ook in dorpen de wereld binnen en kun je je traditionele patronen niet altijd handhaven.”

Het valt Mensink op dat veel mensen nu „een sterke behoefte aan bevestiging” hebben. „Als je iets op Facebook zet, is het belangrijk dat anderen dat liken. Ik denk dat veel mensen ook in de kerk komen voor bevestiging. Om te horen: je mag zijn zoals je bent.” Dat vindt Mensink prima – het is een bijbelse boodschap. Maar zondebesef mag niet vergeten worden. „God houdt van je, maar niet dankzij jou.”

Traditionele kerkgemeenschappen zullen over tien jaar nog niet verdwenen zijn, verwacht Mensink – ondanks de opkomst van nieuwe kerkvormen. „Pioniersplekken zijn oplossingen op plaatsen waar geen kerk meer is. Ik denk dat veel kerken nog vitaal zijn.” Dat denkt ook Stefan Paas. „Er blijft een kerk in de oudere traditionele vorm, naast groepjes en gemeenschappen die zich op allerlei nieuwe manieren organiseren. Het zal er ingewikkelder, complexer en verwarder gaan uitzien. Maar ook interessanter.”