President Jonathan erkent dat hij Boko Haram heeft onderschat

Het leger heeft Baga weer in handen. Goed nieuws. Maar is ook slecht nieuws. Gisteren blies een klein meisje zich op.

President Goodluck Jonathan van Nigeria heeft toegegeven het gevaar van de islamitische terreurgroep Boko Haram te hebben onderschat. In een gisteren verschenen interview met het dagblad This Day zegt hij dat Boko Haram in staat is gebleken meer schade te berokkenen dan „mijn team en ikzelf” vanaf het begin van de opstand (vijf jaar geleden) veronderstelden. Jonathan heeft daarvoor een verklaring: „Een groot aantal verantwoordelijken op het gebied van veiligheid heeft in het verleden verklaringen uitgegeven waarin de relevantie van de groep werd geminimaliseerd.”

Het aanhoudende geweld van Boko Haram in het noordoosten van het land is aangevoerd als reden om de voor eerder deze maand geplande verkiezingen uit te stellen tot 28 maart. De regering zegt dat de komende weken zullen worden gebruikt om Boko Haram aan te pakken. Dit weekeind werd de herovering gemeld van Baga, tegen de grens met Tsjaad. Op 3 januari vielen strijders van Boko Haram Baga en omliggende dorpen aan, en veroverden ze de legerbasis bij de stad. Volgens sommige berichten sloegen regeringssoldaten op de vlucht nadat ze door hun munitie heen waren geraakt, en werden mogelijk 2.000 burgers gedood. Dit weekeinde zei het Nigeriaanse leger dat ditmaal de strijders van Boko Haram op de vlucht sloegen na hevige bombardementen. Sommigen zouden zijn verdronken in het Tsjaadmeer.

Ondertussen gaan de aanslagen van Boka Haram door. Bij een controlepost in de stad Potiskum vielen gisteren zeker vijf doden. Een meisje van een jaar of acht bracht explosieven op haar lichaam tot ontploffing.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Laurent Fabius, zei gisteren in Niger dat Frankrijk de Afrikaanse inspanningen steunt om Boko Haram met een gezamenlijke troepenmacht aan te vallen. De buurlanden Tsjaad, Benin, Niger en Kameroen doen daaraan mee. Maar de samenwerking met het Nigeriaanse leger laat vooralsnog te wensen over. (AFP, Reuters)