Opstelten overtrad wel/niet de wet

1,3 miljoen kreeg een consultant bij de politie voor 2 jaar werk. Mocht dat? Dat is niet zo simpel.

1,3 miljoen euro voor twee jaar werk. Gek vond staatssecretaris Fred Teeven dat niet, gisteren in het zondagse praatprogramma WNL op Zondag: sommige dingen zijn nou eenmaal duur.

De VVD’er reageerde op een bericht in deze krant dat zijn ministerie van Veiligheid en Justitie in twee jaar tijd 1,3 miljoen euro (én 383.000 euro vervoerskosten) had uitgegeven voor één consultant die grote automatiseringsproblemen bij de Nationale Politie moest oplossen. Met persoonlijke instemming van minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD).

Het bericht leidde tot publieke ergernis, maar ook tot begripvolle reacties als die van de staatssecretaris.

Of de consultant veel of weinig verdiende, bleek zo al snel een kwestie van smaak, of moraliteit.

Zo verschillend als de meningen zijn over het morele gehalte van de kwestie, zo helder lijkt de Wet Normering Topinkomens (WNT): in principe mag niemand in publieke dienst meer verdienen dan een ministerssalaris, ook een consultant niet. In 2013, het jaar waarin de consultant 635.250 euro declareerde, lag die norm op 228.599 euro. Je zou dus zeggen: Opstelten overtrad de wet.

Toch ligt het zo simpel niet. Uitzonderingen op de norm zijn toegestaan. Maar dan moet de minister wel toestemming vragen van de ministerraad. Het idee is dat deze ‘peer-pressure’ voorkomt dat een minister besluiten neemt die alleen in de beslotenheid van zijn eigen werkkamer verstandig lijken. Overigens is die toestemming van collega’s alleen verplicht als het gaat om een „topfunctionaris” volgens de wet.

Dat was deze consultant dus niet, zo reageerde een voorlichter van het ministerie op de stelling dat Opstelten fiat van de andere ministers had moeten vragen. Volgens de lezing van het ministerie zijn topfunctionarissen alleen „de hoogst leidinggevenden die belast zijn met de dagelijkse leiding van het hele bedrijf”.

Maar wie in de wet duikt, ziet iets anders. Uit de ‘Beleidsregels voor toepassing van de WNT 2013’, die minister van Binnenlandse Zaken Plasterk (PvdA) schreef om de wet uit te leggen, blijkt dat ook direct onder de top van een instelling ‘topfunctionarissen’ kunnen zitten. De term geldt voor iedereen die (bijvoorbeeld als lid van een managementteam) structureel besluiten neemt die de hele organisatie raken.

Weinigen zouden het raar vinden als een consultant die ingehuurd is om de problemen met de automatisering van de hele Nationale Politie aan te pakken, wél onder deze omschrijving valt. En ook het ministerie zelf lijkt dat, behalve in haar formele reactie op de publicatie, zo te hebben gezien. Dat blijkt niet alleen uit de hoogte van de honorering. In organisatieschema’s die Opstelten naar de Tweede Kamer stuurde, hangt de automatiseringstop vlak onder de korpsleiding (en maakt in een enkel geval zelfs deel uitmaakt van de korpsleiding).

Opstelten ontliep nog een andere verplichting. Volgens de WNT zoals hij in 2013 gold, moesten ministeries álle overschrijdingen op de maximale beloning publiceren, ook die van interimmers die geen topfunctionaris zijn. Maar die regel, zo schreef minister Plasterk in dezelfde ‘Beleidsregels’, zou hij voor interimmers niet handhaven. De administraties van overheidsinstellingen bleken namelijk zo slecht, dat ze de financiële gegevens over deze externe inhuur helemaal niet hadden. Dus had de regel geen zin. Hij verdween het jaar daarop uit de wet.