Nog een paar counters en de titel is binnen

PSV heeft als toekomstig landskampioen nauwelijks meer balbezit dan de tegenstander. „Counteren is gewoon effectief”.

Het was in zekere zin ironisch wat spelers van PSV donderdag concludeerden na de Europese wedstrijd tegen Zenit Sint Petersburg. Dat ze beter waren, maar verloren door één moment van onachtzaamheid dat werd afgestraft. Oscar Hiljemark werd opzij gezet waarna Hulk twee passes en acht tellen later de winnende treffer maakte. Ongelukkig PSV. Geknakt in een tegenaanval van een ploeg die genoegen nam met een bijrol in het positiespel.

Waar kennen we deze tactiek van? Juist, van PSV. De koploper is meester in de tegenstoot. Eerst inzakken en dan scoren na het veroveren van de bal. Dat is vaak het devies. Behalve in duels met kleine clubs. Zoals gisteren tegen FC Dordrecht, waar PSV met dominant voetbal met 3-0 van won.

Wél gecounterd werd er in januari tegen Cambuur. Althans, volgens Cambuur-doelman Leonard Nienhuis. „PSV durft niet te voetballen”, zei hij. „Het is knap als ze zo kampioen worden, maar ik vind het teleurstellend. Verschrikkelijk.”

Lobanovski

Typisch een reactie in Nederland. „Counter is hier een vies woord”, zegt Arnold Bruggink, voormalig speler van PSV en tegenwoordig analist bij Fox Sports. Omdat Nederland de bakermat is van verzorgd aanvalspel, is counteren als vloeken in de kerk. „Maar op Barcelona en Bayern München na spelen veel Europese topclubs op de counter. Chelsea, Manchester City, Real Madrid, al die clubs zakken in. PSV ook. Wat niet wil zeggen dat PSV niet kan voetballen, maar counteren is gewoon effectief.”

Dat was ook de mening van wijlen Valeri Lobanovski. De trainer die Dinamo Kiev tweemaal de Europa Cup II bezorgde (1975 en 1986), geldt als een van de grondleggers van het counterspel. Als kind uit een tijdperk waarin de Sovjet Unie de eerste kernreactor opende, de Spoetnik de ruimte inzond en vooropliep bij de ontwikkeling van computers, streefde hij naar een formule waarin toeval zo veel mogelijk werd uitgesloten. Lobanovski ging daarbij verder dan wat schetsen op een flip-over: hij werkte samen met natuurwetenschapper Anatoly Zelentsof, met wie hij spelers onderwierp aan intelligentietesten en fysiologische analyses.

Het berekende (counter)spel wat daaruit voortkwam was „fenomenaal”, aldus Bruggink. De voormalige aanvaller van PSV herinnert zich nog een Champions League-duel uit het seizoen 1997-‘98, dat in Eindhoven met 1-3 werd gewonnen door de ploeg van Lobanovski. „Wij hadden zoiets van: ach ja, dat komt wel goed tegen zo’n club uit Oekraïne. Niemand die Andrei Sjevtsjenko en Sergei Rebrov kende. Toch werden we weggetikt. Na balverlies lag de bal er binnen een paar seconden in.”

Het snelle, bijna machinale spel van het stempel Lobanovski inspireerde veel van zijn vakgenoten. Italië had al zijn catenaccio, een soortgelijk maar defensiever systeem. Eveneens met vier verdedigers, maar dan met nog een libero erachter. Tegenhouden was het devies, met scherpe counters als tegenwapen.

Zoals Italië dat deed in 1982, het jaar dat het land het WK won. In dat toernooi wonnen de Italianen met 3-2 van Brazilië. „Het was de dag dat het systeem won”, schreef The Guardian.

Snelheid

Zo uitgekookt is het spel van PSV niet. Maar feit is dat de ploeg tegenhouden perfect combineert met snelle aanvallen. Belangrijke schakels daarbij zijn de aanvallers Memphis Depay en Luciano Narsingh, wier snelheid essentieel is om te profiteren van open ruimtes achter verdedigers. Mede daardoor komt PSV ook het snelst tot een doelpoging van alle clubs in de eredivisie: gemiddeld in zestien passes.

De ploeg heeft ook de minste treffers tegen, alsmede de meeste voor. En dat terwijl het voor een koploper relatief weinig de bal heeft: net iets meer dan vijftig procent. Dat is weinig. Zo had AZ anderhalve week geleden 56 procent van de tijd de bal, PSV 44 procent.

Geconcludeerd kan worden dat PSV reactief speelt. Analisten praten dan al snel van counteren, maar trainer Phillip Cocu vindt die term overdreven. Misschien moet hij er zelf ook nog aan wennen, dat Nederland straks een kampioen heeft die eens niet de weg van de Hollandse School heeft afgelegd.