Leve de compromisloosheid van Sokolov

Daria van den Bercken leverde een degelijke Mozart-cd af, maar voor pianistieke euforie moet je zijn bij Sokolov of Boris Giltburg.

Pianiste Daria van den Bercken foto Andreas Terlaak

Pianiste Daria van den Bercken heeft een contract bij het prestigieuze label Sony, maar haar albums worden in het buitenland alleen digitaal gedistribueerd.

Onlangs verscheen haar tweede cd, Keys to Mozart. Net als haar eerste cd, gewijd aan Händel, zijn de uitvoeringen van zeer degelijke kwaliteit. Maar Keys to Mozart roept ook de vraag op waarom juist Van den Bercken door het grote Sony is gecontracteerd, en niet Nederlanders als – een willekeurige greep – Hannes Minnaar of Pieter-Jelle de Boer. Komt het door haar bereidheid op treinstations en klassieke muziekraves op te treden? Haar Mozart-sonates klinken eerbiedig, zijn consistent van uitvoering en wat klinisch opgenomen. Maar slechts het Alla Turca springt door eigenzinnige registerkeuzes boven het maaiveld uit.

De Russisch-Israëlische Boris Giltburg lijkt juist een te kleine jas te dragen. Op het label Naxos – glamourloos, maar inhoudelijk avontuurlijk – verscheen zijn vitale vertolking van Schumanns Davidsbündlertänze, Papillons en Carnaval. De winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd 2013 blinkt uit in een gedurfd felle attaque en intieme fluisteringen. Hij genereert wél een algemeen gevoel van verrukte opwinding, en je zou willen dat een cd-maatschappij met grotere statuur en invloed zich over hem ontfermt.

Gelukkig zijn er ook pianisten die de machtigste cd-labels naar hun formidabele hand zetten. Sinds 1995 verscheen van Grigory Sokolov geen nieuwe opname meer. Totdat de pianist besloot om een recital in Salzburg uit te brengen op Deutsche Grammophon. Hoewel het concert uit 2008 stamt, is de release nu wereldnieuws: Sokolovs compromisloze benadering komt ook op cd voortreffelijk naar voren. Sokolov doet niet aan studio-opnamen of ‘semi-live’ met oppoetssessies. Dus hoor je wat kuchjes uit het publiek terwijl Sokolov Mozarts Sonate KV 280 met stevig toucher en uitzonderlijk gezag interpreteert. Het langzame deel van KV 332 toont onpeilbare diepte, de finale is ademloos urgent.

En dan moeten Chopins Preludes op. 28 nog komen. Sokolov gaat tot het uiterste. Na de duisternis van nr. 20 voelt de lichtvoetigheid van nr. 23 des te hemelser. Aan het imposante slot is de piano kraaiend vals: een verademing in verhouding tot de vele vaak juist erg gelikt geproduceerde cd’s. Na zes toegiften beklijft ironisch genoeg het gevoel: was ik hier maar live bij geweest.